Ambtelijk advies / Conceptbrief.
Origineel
Ambtelijk advies / Conceptbrief. 3 december 1940. [Bovenaan de pagina, beginnend bij een afgebroken zin uit de vorige pagina:]
... der onderhavige diensten op het terrein
der Centrale Markt, voor zoover dit thans
effectief voor de uitoefening van het marktbedrijf
in gebruik is, ernstig bezwaar moet worden
gemaakt.
II. Vestiging op het reserveterrein der centrale Markt.
Op het reserveterrein ten Noorden van
de hal is voldoende ruimte beschikbaar.
De vestiging van de onderhavige diensten op
dit terrein zou echter slechts mogelijk zijn,
indien een uitweg naar den Haarlemmerweg
werd gemaakt en het terrein voorts door
middel van een hekwerk geheel van het
markt-terrein zou worden afgesloten.
Voor de goede orde wijs ik er echter op,
dat inmiddels een gedeelte van het reserveterrein
groot 6015 m² is verkocht aan de N.V.
Maggi’s Producten Mij terwijl er onderhande-
lingen gaande zijn met [doorgehaald: het Ned. Landbouw Comité]
over het huren van gedeelten van het reserveterrein,
grenzende aan den Haarlemmerweg.
Vestiging der bodediensten op dit
overblijvend reserveterrein zou [doorgehaald: de deels] de vrije beschik-
king over het gebruik van dit terrein voor doeleinden,
[doorgehaald: eventueele verhuring van de grond]
verband houdende met de markt, ten zeerste
belemmeren. Het is trouwens de vraag of
de bodediensten gebaat zouden zijn met de
vestiging op een [doorgehaald: afgesloten] inpandig terrein,
dat slechts [doorgehaald: via een uitweg naar] langs de begraafplaats Vredenhof
[doorgehaald: aan te leggen met] een uitweg zou hebben naar den
Haarlemmerweg.
Op grond van het bovenstaande
kan ik derhalve de vestiging van bodediensten
op de terreinen der Centrale Markt niet
aanbevelen.
Ook tegen eventuele vestiging op het
reserveterrein ten Noorden
van de Hal moet ik derhalve
ernstig bezwaar maken.
Hp 3/12 '40
[Kanttekeningen linkerzijde:]
* te geen de hiertoe geopperde bezwaren
* de aanwinst van verkeer te controle[eren]
* Oostelijk In dit document adviseert een ambtenaar (mogelijk de directeur van de Markthallen of een inspecteur) negatief over het plan om 'bodediensten' (transport- en koeriersdiensten) te vestigen op het terrein van de Centrale Markt in Amsterdam.
De belangrijkste argumenten tegen het plan zijn:
1. Operationele hinder: Vestiging op het huidige actieve terrein is onmogelijk zonder het marktbedrijf te verstoren.
2. Infrastructurele kosten: Vestiging op het reserveterrein zou aanzienlijke investeringen vereisen, zoals een volledige omheining en de aanleg van een nieuwe ontsluitingsweg naar de Haarlemmerweg.
3. Ruimtegebrek door eerdere uitgifte: Een groot deel van het terrein (6015 m²) is al verkocht aan de firma Maggi en er lopen gesprekken met andere partijen (waaronder het Nederlands Landbouw Comité).
4. Toekomstvisie: De schrijver stelt dat de resterende ruimte nodig blijft voor markt-gerelateerde doeleinden.
5. Logistieke onlogica: Voor de bodediensten zelf zou de locatie ongunstig zijn vanwege de ligging ("inpandig") en de beperkte ontsluiting langs begraafplaats Vredenhof. Het document dateert van december 1940, kort na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogssituatie blijkt uit dit schrijven dat de normale ambtelijke procedures en de uitbreidingsplannen van de Centrale Markt (tegenwoordig het Food Center Amsterdam) gewoon doorgang vonden. De genoemde locatie aan de Haarlemmerweg, nabij Begraafplaats Vredenhof, is nog steeds herkenbaar in de huidige topografie van Amsterdam-West. De verkoop aan Maggi herinnert aan de industriële bedrijvigheid die zich destijds rondom de markthallen concentreerde.