Typoscript (doorslag van een brief of rapport).
Origineel
Typoscript (doorslag van een brief of rapport). 30 januari 1939 (gebaseerd op de "1" en de "9" aan de bovenzijde van de pagina). De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een gelieerde Amsterdamse gemeentelijke dienst). 1 30 Januari 9
72/183/2 den Heer Wethouder voor de
Amsterdam. Levensmiddelen
werd gemaakt. Het is zelfs de vraag of ook in 1937 de con-
trôles niet meermalen feitelyk o̶nnoodig in de vergunning
werden aangeteekend, omdat de vergunninghouders niet venten-
de werden aangetroffen.
De klacht van gebrek aan contrôle in de wyk Noord
is zooals by onderzoek is gebleken, te verklaren door de
omstandigheid, dat in die wyk, meer, althans meer opvallend,
dan elders, vaste klanten worden bediend door tal van perso-
nen, die geen ventvergunning hebben en die daarvoor ook niet
in aanmerking kunnen komen. Daartegen kan, op grond van de
Ventverordening niet worden opgetreden, doch het wekt ont-
stemming by de houders eener ventvergunning, die ten onrechte
in de meening verkeeren, dat de concurrentie der "vaste-wyk-
loopers" aan gebrek aan contrôle dezerzyds moet worden ge-
weten.
De Directeur, Dit documentfragment werpt licht op de handhavingsproblematiek rondom straathandel in Amsterdam aan het eind van de jaren dertig. De kernpunten zijn:
- Effectiviteit van controles: De directeur stelt de waarde van eerdere controles (uit 1937) ter discussie. Er werden controles genoteerd op vergunningen, terwijl de verkopers op dat moment niet eens aan het venten waren, wat de statistieken over toezicht vertekent.
- Problematiek in Amsterdam-Noord: Er is een specifieke klacht over een gebrek aan toezicht in Noord. Het onderzoek wijst uit dat dit niet zozeer komt door laksheid van de inspecteurs, maar door de aard van de handel daar.
- De "vaste-wykloopers": Er is sprake van een grijs gebied in de wetgeving. Veel personen zonder ventvergunning bedienen vaste klanten (vaak aan de deur). Omdat zij technisch gezien niet "venten" (het publiekelijk uitstallen of aanbieden van goederen op straat aan willekeurige voorbijgangers), biedt de toenmalige Ventverordening geen juridische basis om tegen hen op te treden.
- Onvrede bij legale ondernemers: De houders van een officiële ventvergunning ervaren dit als oneerlijke concurrentie. Zij schrijven de aanwezigheid van deze onvergunde verkopers onterecht toe aan een gebrek aan inzet ("controle dezerzyds") van de overheid, terwijl het in feite een juridisch hiaat betreft. In het Amsterdam van de jaren dertig was straathandel een vitale, maar zwaar gereguleerde bron van inkomst voor velen, zeker tijdens de economische crisis. De "Wethouder voor de Levensmiddelen" (destijds vaak gecombineerd met Marktwezen) had de taak om de orde op straat te handhaven en de belangen van gevestigde winkeliers en legale vergunninghouders te beschermen.
De "vaste-wyklooper" was een bekend fenomeen: bezorgers of verkopers die een vaste route langs vaste klanten liepen. Omdat dit vaak als een vorm van dienstverlening of bezorging werd gezien in plaats van ambulante handel (venten), vielen zij buiten de strenge regels van de Ventverordening. Dit document illustreert de frictie tussen de letter van de wet en de praktijk op straat, waarbij de overheid zich genoodzaakt zag haar (on)macht uit te leggen aan ontevreden burgers.