Archief 745
Inventaris 745-335
Pagina 466
Dossier 100
Jaar 1940
Stadsarchief

Getypt afschrift van een ambtelijke brief/rapport.

16 februari 1940. Van: De Commissaris van Politie in de 1e sectie (w.g. Van der Heul).

Origineel

Getypt afschrift van een ambtelijke brief/rapport. 16 februari 1940. De Commissaris van Politie in de 1e sectie (w.g. Van der Heul). No.245 a A.Z.1940 AFSCHRIFT.

Amsterdam, 16 Februari 1940.

De Commissaris van Politie in de 1e sectie deelt, in voldoening aan het bovenstaande en onder terugzending van bijgaand schrijven, verband houdende met het hooge percentage, zoogenaamd vaste klanten bedienende, ventende personen, mede, dat bij het bedienen van vaste klanten in aanmerking dient te worden genomen, dat, voor wat het stadsgedeelte Noord betreft, een geheel andere maatstaf dient te worden aangelegd dan die, welke in de overige gedeelten van Amsterdam geldende is.

Amsterdam-Noord bestaat, voorwat de bebouwing betreft, uitsluitend uit laagbouw en wordt vrijwel uitsluitend door arbeidersgezinnen bewoond. Deze laagbouw heeft tot gevolg gehad, dat de oorspronkelijke venters, door voortdurend direct contact met de bewoners van dezen laagbouw, zich een z.g. vaste klantenwijk hebben gevormd. Het systeem van bouwen in de verschillende woningblokken, waarbij vrijwel in elke groep woningen betrekkelijk weinig winkels zijn gevestigd, heeft tot gevolg gehad, dat men zich voor normale inkoopen zeer vaak over betrekkelijk groote afstanden moet verplaatsen, om die inkoopen te doen. Dit heeft tot gevolg gehad, dat bij de voortschrijdende bebouwing in Amsterdam-Noord, men een systeem heeft zien ontstaan, dat zij, die oorspronkelijk venters waren, zich geleidelijk zijn gaan beschouwen als zelfstandige leveranciers met een vaste klantenwijk. Als voorbeelden zouden hier kunnen worden aangehaald brandstoffenhandelaren, petroleumventers, eieren- en boterboeren, bloemenkooplieden en meer dergelijke personen, die, indien zij in de overige gedeelten van de stad zouden werken, zuiver het beroep van venter zouden uitoefenen.

Mede doordat de kostprijs van hun artikelen niet belast wordt door financieele verplichtingen zooals winkelhuur, personeele belasting, licht, etc. behoeven de meerdere kosten van eventueel transport niet in die mate in den verkoopprijs te worden verdisconteerd, als dit bij den winkelstand noodig is, zoodat de z.g. bezorging geen hoogeren prijs met zich mede brengt. Het inkomsten-budget van de verschillende bewonersgroepen in Noord vormt, voor deze aan-huisbezorging, dan ook geen beletsel en zeer vele bewoners maken inderdaad gebruik van deze gemakkelijke wijze van voorziening.

De neiging tot zgn. clandestien venten wordt echter, ook van politieële zijde, ten strengste tegengegaan, doch door vorenomschreven bijzondere omstandigheden wordt deze contrôle ten zeerste bemoeilijkt. Wil men de feiten achterhalen, dan dient men de eventueel clandestien ventende personen langdurig en systematisch te contrôleeren, hetgeen niet altijd mogelijk is, mede doordat de surveilleerende agent van politie tevens aan andere zaken zijn aandacht dient te schenken.

Het is uiteraard juist, dat bij den Dienst van het Marktwezen deze afwijking beter kan worden vastgesteld, doordat de marktambtenaren vrijwel uitsluitend belast zijn met de contrôle op de naleving der Ventverordening en deze dienst zich, voor wat den contrôleerenden ambtenaren betreft, meer speciaal op deze ontduiking der Ventverordening kan instellen.

De thans bestaande toestand is bij de Politie in de 1e Sectie voldoende bekend en er wordt van deze zijde door het personeel ten strengste op de naleving en handhaving der Ventverordening toegezien, doch het veel omvattende werk der politie in het algemeen kan de bestaande feiten niet volkomen te niet doen, mede gezien de moeilijkheid van het constateeren van het strafbare feit als zoodanig.

De Commissaris van Politie
in de 1e Sectie,

w.g. Van der Heul Dit document is een ambtelijk schrijven van de Amsterdamse politie waarin de problematiek rondom de 'Ventverordening' in Amsterdam-Noord wordt geanalyseerd. De kern van het betoog is dat de stedenbouwkundige opzet van Amsterdam-Noord (veel laagbouw, weinig winkels op loopafstand) een natuurlijke voedingsbodem vormt voor een alternatief distributiesysteem: de straatventer die een vaste klantenkring opbouwt.

De politiecommissaris legt uit dat deze venters (van brandstof tot eieren) in feite de rol van winkelier overnemen zonder de bijbehorende lasten (huur, belastingen). Dit maakt hun producten goedkoop en geliefd bij de arbeidersgezinnen in de wijk. Voor de politie ontstaat hierdoor een handhavingsprobleem: het onderscheid tussen een legale 'vaste leverancier' en een illegale 'clandestiene venter' is in de praktijk flinterdun en moeilijk te bewijzen zonder tijdrovende observaties. De commissaris suggereert dat de gespecialiseerde ambtenaren van de 'Dienst van het Marktwezen' beter uitgerust zijn voor deze specifieke controle dan de reguliere politieagenten. Het document dateert van 16 februari 1940, slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het biedt een interessant inkijkje in het dagelijks leven en de lokale economie van Amsterdam-Noord in het interbellum.

Amsterdam-Noord was destijds in volle ontwikkeling als een gebied van 'tuindorpen' en arbeiderswijken, fysiek gescheiden van de rest van de stad door het IJ. Deze geïsoleerde ligging en de ruimtelijke opzet zorgden voor de logistieke uitdagingen die in de brief worden beschreven.

De brief illustreert ook de bureaucratische verhoudingen in de stad: de spanning tussen de letter van de wet (de Ventverordening) en de sociaal-economische realiteit van de burger. Bovendien toont het de verdeling van taken tussen de reguliere politie en gespecialiseerde gemeentelijke diensten zoals het Marktwezen, een structuur die ook vandaag de dag in grote steden nog herkenbaar is in de vorm van handhavers (BOA's) versus politie.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk schrijven van de Amsterdamse politie waarin de problematiek rondom de 'Ventverordening' in Amsterdam-Noord wordt geanalyseerd. De kern van het betoog is dat de stedenbouwkundige opzet van Amsterdam-Noord (veel laagbouw, weinig winkels op loopafstand) een natuurlijke voedingsbodem vormt voor een alternatief distributiesysteem: de straatventer die een vaste klantenkring opbouwt.

De politiecommissaris legt uit dat deze venters (van brandstof tot eieren) in feite de rol van winkelier overnemen zonder de bijbehorende lasten (huur, belastingen). Dit maakt hun producten goedkoop en geliefd bij de arbeidersgezinnen in de wijk. Voor de politie ontstaat hierdoor een handhavingsprobleem: het onderscheid tussen een legale 'vaste leverancier' en een illegale 'clandestiene venter' is in de praktijk flinterdun en moeilijk te bewijzen zonder tijdrovende observaties. De commissaris suggereert dat de gespecialiseerde ambtenaren van de 'Dienst van het Marktwezen' beter uitgerust zijn voor deze specifieke controle dan de reguliere politieagenten.

Historische Context

Het document dateert van 16 februari 1940, slechts drie maanden voor de Duitse inval in Nederland. Het biedt een interessant inkijkje in het dagelijks leven en de lokale economie van Amsterdam-Noord in het interbellum.

Amsterdam-Noord was destijds in volle ontwikkeling als een gebied van 'tuindorpen' en arbeiderswijken, fysiek gescheiden van de rest van de stad door het IJ. Deze geïsoleerde ligging en de ruimtelijke opzet zorgden voor de logistieke uitdagingen die in de brief worden beschreven.

De brief illustreert ook de bureaucratische verhoudingen in de stad: de spanning tussen de letter van de wet (de Ventverordening) en de sociaal-economische realiteit van de burger. Bovendien toont het de verdeling van taken tussen de reguliere politie en gespecialiseerde gemeentelijke diensten zoals het Marktwezen, een structuur die ook vandaag de dag in grote steden nog herkenbaar is in de vorm van handhavers (BOA's) versus politie.

Locaties

Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 100

Fr. Kroes Waterlooplein ~~201~~ 207
K.G. Aardappelen Waterlooplein 201
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein
W. Fruithof Waterlooplein 711
W. Fruithof Waterlooplein 739
W. Fruithof Waterlooplein 715
A.C.M. Deurloo Waterlooplein 1920
A. Elzinga Waterlooplein 1933
A. F. Schermacher Waterlooplein 1926
V. Jr Waterlooplein 1922
A. Kieboom Waterlooplein 1924
Alle 100 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 6