Afschrift van een officiële brief.
Origineel
Afschrift van een officiële brief. 21 maart 1940. Ambtenaar van het Openbaar Ministerie bij de Kantongerechten in het Arrondissement Amsterdam (Parket). De Commissaris van Politie in de 1e Sectie te Amsterdam. AFSCHRIFT
P A R K E T
van den
Ambtenaar van het Openbaar Ministerie
bij de Kantongerechten in het
Arrondissement Amsterdam. AMSTERDAM, 21 Maart 1940.
Afdeeling G.
No. 928.
Ik heb aan Christiaan Woets, oud 62 jaar, wonende te Oostzaan, A 15, medegedeeld, dat ik mij voorstel het vonnis van 27 Februari 1940, waarbij hij ter zake van venten zonder vergunning, werd veroordeeld tot een geldboete van vijf gulden subsidiair vijf dagen hechtenis, niet te executeeren, zoolang geen nieuwe overtreding van de Ventverordening wordt gepleegd en hem aangeraden zich met Uw Bureau te verstaan over "zijne vaste klanten". Wellicht vindt U termen Uwe medewerking terzake te verleenen.
De Ambtenaar van het Openbaar
Ministerie bij de Kantongerechten
in het Arrondissement Amsterdam,
(get.) W.C.Royaards.
Den Heer Commissaris van Politie
in de 1e Sectie
te
AMSTERDAM.
[Stempel: * POLITIE * (1e Sectie) AMSTERDAM] Dit document is een ambtelijk schrijven waarin een voorstel tot clementie wordt gedaan. Christiaan Woets, een 62-jarige man uit Oostzaan, was veroordeeld voor het venten (straatverkoop) zonder de benodigde vergunning. De straf was een bescheiden boete van vijf gulden of vijf dagen celstraf.
De ambtenaar van het Openbaar Ministerie, W.C. Royaards, stelt voor om de straf niet ten uitvoer te leggen (een soort voorwaardelijke seponering of uitstel van executie), mits de man de regels niet opnieuw overtreedt. Opvallend is het advies aan Woets om met de politie te overleggen over zijn "vaste klanten", wat suggereert dat er gezocht wordt naar een praktische of gedoogde oplossing voor zijn kleinschalige handel, wellicht vanwege zijn leeftijd of sociale omstandigheden. Het document dateert van maart 1940, minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode van economische onzekerheid, vlak na de crisisjaren, probeerden veel mensen het hoofd boven water te houden met kleine straathandel. De "Ventverordening" was de lokale regelgeving die dit aan banden legde om wildgroei en overlast te voorkomen. De brief getuigt van een zekere mate van menselijkheid en pragmatisme binnen het Amsterdamse rechtssysteem aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van het adres "A 15" in Oostzaan duidt op de toenmalige wijkindeling van die gemeente. G. Politie
Samenvatting
Dit document is een ambtelijk schrijven waarin een voorstel tot clementie wordt gedaan. Christiaan Woets, een 62-jarige man uit Oostzaan, was veroordeeld voor het venten (straatverkoop) zonder de benodigde vergunning. De straf was een bescheiden boete van vijf gulden of vijf dagen celstraf.
De ambtenaar van het Openbaar Ministerie, W.C. Royaards, stelt voor om de straf niet ten uitvoer te leggen (een soort voorwaardelijke seponering of uitstel van executie), mits de man de regels niet opnieuw overtreedt. Opvallend is het advies aan Woets om met de politie te overleggen over zijn "vaste klanten", wat suggereert dat er gezocht wordt naar een praktische of gedoogde oplossing voor zijn kleinschalige handel, wellicht vanwege zijn leeftijd of sociale omstandigheden.
Historische Context
Het document dateert van maart 1940, minder dan twee maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode van economische onzekerheid, vlak na de crisisjaren, probeerden veel mensen het hoofd boven water te houden met kleine straathandel. De "Ventverordening" was de lokale regelgeving die dit aan banden legde om wildgroei en overlast te voorkomen. De brief getuigt van een zekere mate van menselijkheid en pragmatisme binnen het Amsterdamse rechtssysteem aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog. De vermelding van het adres "A 15" in Oostzaan duidt op de toenmalige wijkindeling van die gemeente.