Ambtsnotitie / Intern memo (Gemeente Amsterdam, waarschijnlijk Marktdienst).
Origineel
Ambtsnotitie / Intern memo (Gemeente Amsterdam, waarschijnlijk Marktdienst). Diverse data in juli 1940 (3-7-40 tot 18-7-40). [Linksboven - Stempel]
B I J B L A D V A N :
M. No. 90/47/1 1940
DOORGEZONDEN: 27/6
[Bovenzijde - Handgeschreven]
J Toer. Keulpl 3 Moosplein
(haring)
Th. Dijkema
advies
3-7-40
delaer [?]
[Midden - Eerste hand]
Aan den Heer
Inspecteur,
m.i. geen bezwaar dat Wilh. Keus
± 5 weken haar moeder vervangt, zij is
geboren 4 Februari 1922 Edam.
Th. Dijkema
6-7-1940
[Midden - Tweede hand]
Nader rapport inzake leeftijd.
9-7-40
delaer [?]
[Onderzijde - Tweede hand]
Tegen inwilliging van het verzoek van
Mevr. Keus om zich gedurende een paar weken
op haar plaats op de markt Moosplein te mogen la-
ten vervangen door haar dochter Wilhelmina, geb.
4 Februari 1922, bestaat m.i. geen bezwaar. Vervang[ing] is m.i.
voor de termijn van 4 weken worden toegestaan voor de tijd van 4 weken. 16-7-40 delaer [?]
[Linkermarge - Verticaal]
Zie rapport Marktdienst
[Rechtsonder - Rood/Zwart]
5 90/47/2
18/7/40 [Paraaf]
[Onderrand - Drukwerk]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000 10-1937 1016 * Onderwerp: Het document betreft de administratieve afhandeling van een verzoek tot tijdelijke vervanging op een marktstandplaats. Mevrouw Keus, die blijkbaar een haringhandel dreef op het Mosplein in Amsterdam-Noord, verzoekt haar 18-jarige dochter Wilhelmina haar voor enkele weken te laten vervangen.
* Bestuurlijke gang van zaken:
1. Eerst is er een advies van ambtenaar Dijkema (3 juli).
2. Dijkema schrijft op 6 juli een formeel akkoord aan de inspecteur.
3. Op 9 juli wordt er nog gevraagd om een nader rapport over de leeftijd van de dochter (ze was destijds nog net minderjarig volgens de toenmalige wetgeving, maar 18 jaar was vaak een grens voor werkvergunningen).
4. Op 16 juli wordt de vervanging definitief goedgekeurd voor een periode van maximaal 4 weken.
* Terminologie: "m.i." staat voor 'mijns inziens'. "Moosplein" is de toenmalige schrijfwijze/lokale verbastering van het Mosplein. Dit document stamt uit de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland (juli 1940). Hoewel de tekst zelf een routinematige administratieve handeling van de Amsterdamse Marktdienst lijkt, is de tijdsgeest relevant: de bezetter begon in deze periode de controle op de openbare ruimte en economische activiteiten (waaronder de markten) te verstrakken. De precieze registratie van marktkooplieden en hun vervangers was cruciaal voor de gemeentelijke administratie. De vermelding van de haringhandel geeft een inkijkje in het dagelijks leven en de kleine middenstand in Amsterdam-Noord tijdens de oorlogsjaren.