Administratieve kaart/bijblad (Model No. 14, Algemene Zaken).
Origineel
Administratieve kaart/bijblad (Model No. 14, Algemene Zaken). 5 oktober 1940 (met eerdere aantekeningen van september 1940). [Linksboven, stempel met handgeschreven toevoegingen:]
B I J B L A D V/A N :
M. No. 90/73/1 1940
DOORGEZONDEN: 27/9
[Linkerkant, handgeschreven tekst:]
Aan Den Heer
Inspecteur,
Hb. i moet
J. G. Runneburg zich
opnieuw op de sollicitantenlijst
laten inschrijven.
[Midden/rechtsboven, handgeschreven tekst:]
J. G. Runneburg
pl. 74 Mosplein
7/9 '40 wegens wanbetaling
afgevoerd met f -.75 schuld (inmiddels
betaald)
[Rechtsmidden, parafen en data:]
[Paraaf] 30/9 '40
Th. Dijkema
advies
1-10-40
de Hair
[Onderaan midden:]
Amsterdam
5/10 1940
[Paraaf]
[Rechtsboven in de hoek:]
726
[Onderaan:]
z. o. z.
[Voetnoot:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document betreft de administratieve afhandeling van een verzoek tot herinschrijving op een "sollicitantenlijst". De betrokkene, de heer J.G. Runneburg, woonachtig aan het Mosplein 74 in Amsterdam-Noord, was op 7 september 1940 van deze lijst geschrapt vanwege een minieme schuld van 75 cent ("wanbetaling").
Nadat deze schuld was voldaan, is er op 27 september een verzoek ingediend bij de Inspecteur om hem weer op de lijst te plaatsen. De kaart toont de ambtelijke weg: van de inspecteur naar Thomas Dijkema (30 september), gevolgd door een advies van De Hair (1 oktober), resulterend in een definitieve verwerking op 5 oktober 1940. De afkorting "z.o.z." (zie ommezijde) suggereert dat er op de achterkant van de kaart nog aanvullende informatie staat. Het document dateert uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (oktober 1940). De administratieve processen van de Amsterdamse politie en gemeente liepen in deze periode grotendeels door volgens de bestaande bureaucratische structuren.
De genoemde personen zijn bekende namen binnen het toenmalige politieapparaat: Th. (Thomas) Dijkema was een prominente hoofdinspecteur in Amsterdam. De strikte handhaving van regels, waarbij iemand voor een schuld van slechts 75 cent van een lijst voor werkzoekenden of gegadigden werd verwijderd, is typerend voor de rigide bureaucratie van die tijd. Het Mosplein in Amsterdam-Noord was destijds een centraal punt in de Tuindorp-wijken, waar veel arbeidersgezinnen woonden die afhankelijk waren van dergelijke registraties voor werk of sociale voorzieningen. G. Runneburg J.G. Runneburg M. No Politie
Samenvatting
Dit document betreft de administratieve afhandeling van een verzoek tot herinschrijving op een "sollicitantenlijst". De betrokkene, de heer J.G. Runneburg, woonachtig aan het Mosplein 74 in Amsterdam-Noord, was op 7 september 1940 van deze lijst geschrapt vanwege een minieme schuld van 75 cent ("wanbetaling").
Nadat deze schuld was voldaan, is er op 27 september een verzoek ingediend bij de Inspecteur om hem weer op de lijst te plaatsen. De kaart toont de ambtelijke weg: van de inspecteur naar Thomas Dijkema (30 september), gevolgd door een advies van De Hair (1 oktober), resulterend in een definitieve verwerking op 5 oktober 1940. De afkorting "z.o.z." (zie ommezijde) suggereert dat er op de achterkant van de kaart nog aanvullende informatie staat.
Historische Context
Het document dateert uit de vroege fase van de Duitse bezetting van Nederland (oktober 1940). De administratieve processen van de Amsterdamse politie en gemeente liepen in deze periode grotendeels door volgens de bestaande bureaucratische structuren.
De genoemde personen zijn bekende namen binnen het toenmalige politieapparaat: Th. (Thomas) Dijkema was een prominente hoofdinspecteur in Amsterdam. De strikte handhaving van regels, waarbij iemand voor een schuld van slechts 75 cent van een lijst voor werkzoekenden of gegadigden werd verwijderd, is typerend voor de rigide bureaucratie van die tijd. Het Mosplein in Amsterdam-Noord was destijds een centraal punt in de Tuindorp-wijken, waar veel arbeidersgezinnen woonden die afhankelijk waren van dergelijke registraties voor werk of sociale voorzieningen.