Handgeschreven kennisgeving/briefkaart.
Origineel
Handgeschreven kennisgeving/briefkaart. Amsterdam, 1920 (mogelijk juli of september, afhankelijk van de interpretatie van "d. p." of "d. 9."). Weduwe A. van Gelderen, wonende aan de Van Musschenbroekstraat 2, Amsterdam. Gericht aan de "Weled. Heer" (waarschijnlijk de marktmeester of het bureau Marktwezen van de Gemeente Amsterdam). Amsterdam d. p. 1920.
Weled. Heer
Dese is dienende U
te berichten dat ik van
mijn vaste plaats op de
markt op het Mosplein
en op de plaats op Wilen-
burg geen gebruik meer
wenschte te maken aange-
zien ik voorloopig niet meer
op de markt sta. Met de
meeste Hoogachting teeken
ik mij
Wed. A. van Gelderen
van Musschenbroekstr. 2.
alhier In deze korte, zakelijke brief zegt de weduwe A. van Gelderen haar vaste staplaatsen op twee Amsterdamse markten op. Het betreft locaties op het Mosplein (Amsterdam-Noord) en "Wilenburg" (zeer waarschijnlijk een verschrijving van de Uilenburgermarkt in het centrum).
De schrijfstijl is formeel en beleefd, kenmerkend voor de vroege 20e eeuw ("Dese is dienende U te berichten", "teeken ik mij"). De afzender identificeert zich als "Wed. A. van Gelderen", wat destijds gebruikelijk was voor vrouwen die de nering van hun overleden echtgenoot voortzetten. Het adres "Musschenbroekstr. 2" verwijst naar de Van Musschenbroekstraat in de Oosterparkbuurt. Het document is een typisch voorbeeld van de administratieve interactie tussen kleine zelfstandigen en het gemeentebestuur in die periode. Rond 1920 was de markthandel in Amsterdam strikt gereguleerd. Voor veel weduwen was het aanhouden van een marktkraam een cruciale bron van inkomsten om in hun eigen onderhoud te voorzien.
- Mosplein: De markt op het Mosplein was een belangrijk handelspunt voor de bewoners van de toen relatief nieuwe wijken in Amsterdam-Noord.
- Uilenburg: De markt op Uilenburg bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt en stond bekend als een zeer drukke en levendige handelsplek.
Het feit dat mevrouw Van Gelderen op beide (vrij ver uit elkaar gelegen) locaties een plaats had, duidt op een actieve handel. Haar besluit om "voorloopig niet meer op de markt te staan" kan wijzen op persoonlijke omstandigheden, ouderdom of een verandering in de gezinssituatie. A. van Gelderen Gemeente Amsterdam Marktwezen
Samenvatting
In deze korte, zakelijke brief zegt de weduwe A. van Gelderen haar vaste staplaatsen op twee Amsterdamse markten op. Het betreft locaties op het Mosplein (Amsterdam-Noord) en "Wilenburg" (zeer waarschijnlijk een verschrijving van de Uilenburgermarkt in het centrum).
De schrijfstijl is formeel en beleefd, kenmerkend voor de vroege 20e eeuw ("Dese is dienende U te berichten", "teeken ik mij"). De afzender identificeert zich als "Wed. A. van Gelderen", wat destijds gebruikelijk was voor vrouwen die de nering van hun overleden echtgenoot voortzetten. Het adres "Musschenbroekstr. 2" verwijst naar de Van Musschenbroekstraat in de Oosterparkbuurt. Het document is een typisch voorbeeld van de administratieve interactie tussen kleine zelfstandigen en het gemeentebestuur in die periode.
Historische Context
Rond 1920 was de markthandel in Amsterdam strikt gereguleerd. Voor veel weduwen was het aanhouden van een marktkraam een cruciale bron van inkomsten om in hun eigen onderhoud te voorzien.
- Mosplein: De markt op het Mosplein was een belangrijk handelspunt voor de bewoners van de toen relatief nieuwe wijken in Amsterdam-Noord.
- Uilenburg: De markt op Uilenburg bevond zich in het hart van de oude Joodse buurt en stond bekend als een zeer drukke en levendige handelsplek.
Het feit dat mevrouw Van Gelderen op beide (vrij ver uit elkaar gelegen) locaties een plaats had, duidt op een actieve handel. Haar besluit om "voorloopig niet meer op de markt te staan" kan wijzen op persoonlijke omstandigheden, ouderdom of een verandering in de gezinssituatie.