Ambtelijk advies/correspondentie betreffende restitutie van liggeld.
Origineel
Ambtelijk advies/correspondentie betreffende restitutie van liggeld. [Marginalia linksboven:]
Verzoek om restitutie van ~~stapel~~plaatsgeld door A. Kruyshaar
[Rechtsboven:]
93/1/252 A’dam, 3/1 1941
W. L. M. 7/1/41
[Hoofdtekst:]
Onder terugzending van de met Uw kantbrief dd. 29 November jl. om advies ontvangen stuk no. 1076 L.M. 1940 heb ik de eer U te berichten, dat aan adressant onder de firmanaam: Gebr. Kruyshaar op 15 Juni 1939 door B. en W. krachtens artikel 29 van de verordening op de heffing van ~~markt-, standplaats- en vaartuiggeld~~ markt- en scheepvaartrechten (onder no. 505 L.M. '38) is verleend tot het innemen van een vaste ligplaats [tussenvoeging: met 2 schepen, elk metende 13 ton] in het openbaar gemeentewater den Amstel t/o perceel Amsteldijk 91.
Het verschuldigde ~~stapel~~plaatsgeld werd ingevolge artikel 20 I van vorenvermelde Verordening voor beide vaartuigen voor het kalenderjaar 1940 betaald en wel in dit geval het minimumtarief ad f 30.- per vaartuig.
Volgens mededeeling van een ambtenaar van den Havendienst staat thans vast, dat één van deze vaartuigen, nl. de "Vrouw Catharina", sedert 1 Juli jl. niet meer wordt gebruikt als ligschip, doch wordt gebruikt als vrachtschip. Sedert dezen datum wordt derhalve met dit vaartuig geen ligplaats op het in bovengenoemde vergunning omschreven punt meer ingenomen.
Indien het wachtgeld volgens het tarief per kalendermaand betaald zou zijn, zou terzake tot 1 Juli 1940 verschuldigd zijn geweest een bedrag van 6 x f 3.- = f 18.-. Het lijkt mij billijk, aan A. Kruyshaar, Kuipersstr. 37 alhier, restitutie te verleenen tot een bedrag van f 12.- van het door hem betaald ~~stand~~plaatsgeld.
Ik geef U beleefd in overweging wel te willen bevorderen dat door B. en W. [tekst breekt af/einde pagina] * Kern van de zaak: De firma Gebr. Kruyshaar heeft voor het gehele jaar 1940 liggeld betaald voor twee vaartuigen die aan de Amsteldijk (ter hoogte van nummer 91) lagen. Eén van die schepen, de Vrouw Catharina, is per 1 juli 1940 van functie veranderd: van een stationair "ligschip" naar een actief "vrachtschip".
* Juridische grondslag: Er wordt verwezen naar de "Verordening op de heffing van markt- en scheepvaartrechten" (artikel 29 en artikel 20 I). De ambtenaar corrigeert zichzelf herhaaldelijk in de terminologie (van 'stapelgeld' naar 'plaatsgeld').
* Financiële berekening: Het jaarbedrag was f 30,- per schip (het minimumtarief). Omdat het schip slechts de helft van het jaar als ligschip fungeerde, wordt de verschuldigde som voor die periode berekend op basis van het maandtarief (6 maanden à f 3,- = f 18,-). De ambtenaar stelt daarom een restitutie voor van f 12,- (30 minus 18).
* Locatie: De schepen lagen in de Amstel tegenover Amsteldijk 91. De aanvrager, A. Kruyshaar, woonde aan de Kuipersstraat 37 in Amsterdam (de Pijp). Dit document dateert van januari 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland. Ondanks de oorlogstijd ging de gemeentelijke bureaucratie in Amsterdam in eerste instantie op de gebruikelijke voet verder. Het document illustreert de nauwgezetheid van de gemeentelijke administratie en de Havendienst bij het afhandelen van relatief kleine financiële verzoeken (een restitutie van 12 gulden). De correcties in de tekst wijzen op een ambtelijke herziening van de geldende regelgeving of terminologie voor scheepvaartrechten in die periode. A. Kruyshaar