Pagina uit een ambtelijk jaarverslag (vermoedelijk over het jaar 1940) van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam.
Origineel
Pagina uit een ambtelijk jaarverslag (vermoedelijk over het jaar 1940) van de Dienst van het Marktwezen in Amsterdam. I. Algemeene opmerkingen.
Verordeningen en reglementen.
In het Reglement op de Markten werd met ingang van 1 Januari art. 10 aangevuld met de bepaling, dat houders van voorkeurskaarten van de sollicitantenlijst worden geschrapt, indien zij wegens ziekte langer dan drie maanden of wegens ondersteuning langer dan zes maanden verhinderd zijn de markt te bezoeken (Gemeenteblad 1939, afd. 3 volgn. 131).
In verband met de op 1 December 1938 in werking getreden belasting op het verhuren van marktkramen, werd art. 27 van het Reglement op de Markten met ingang van 15 Maart aangevuld met de bepaling, dat het zonder meer opzetten of hebben van eigen kramen op de markten niet is toegestaan (Gemeenteblad 1940, afd. 3 volgn. 19).
Ten einde het zoogenaamde „leuren” buiten de Centrale Markt zooveel mogelijk tegen te gaan werd in het Reglement op de Centrale Markt met ingang van 30 Mei art. 5 gewijzigd en met ingang van 2 Augustus art. 35 aangevuld (Gemeenteblad 1940, afd. 3, volgn. 39 en 57).
Personeel.
Het personeel bestond op 1 Januari uit 69 ambtenaren, 3 reservisten als ambtenaar dienstdoende, 2 ambtenaren op arbeidscontract en 7 werklieden. In verband met de maatregelen ten opzichte van Joodsche ambtenaren, werden 3 ambtenaren, onder wie de Directeur, van hun functie ontheven.
Op 31 December waren in dienst 70 ambtenaren en 7 werklieden.
II. Dagmarkten.
Centrale Markt.
Het gewone onderhoudswerk aan gebouwen en bestratingen geschiedde regelmatig.
In verband met de buitengewone omstandigheden vond in het begin van het verslagjaar een reorganisatie van den aardappelhandel op de Centrale Markt plaats. Voortaan traden de grossiers der Centrale Markt niet meer als afzonderlijke handelaren op, doch geschiedde de aardappelverkoop aan den detailhandel via een combinatie van deze grossiers. Deze combinatie (later de afdeeling Amsterdam van de „Vereeniging ter Behartiging van den Nederlandschen Aardappelhandel” — V.B.N.A. —), die haar kantoor vestigde in het bankgebouw, behoorende bij het entreegebouw der Centrale Markt, werd door de Regeering aangewezen als het lichaam via hetwelk de distributie van aardappelen aan den detailhandel moest plaats vinden. De kleinhandelaren organiseerden zich in de vereeniging „Centraal Belang”, welke vereeniging haar kantoor eveneens vestigde in het entreegebouw der Centrale Markt, namelijk in perceel no. 18 (winkel).
Ten einde de hoofdstad gedurende de wintermaanden met het oog op eventueele transportmoeilijkheden een voldoende groentenvoorziening te waarborgen, werd door de Gemeente met een groep handelaren van de Centrale Markt een overeenkomst aangegaan voor het aanleggen van een voorraad stapel- en vatgroenten op de Centrale Markt. Deze opslag geschiedde geheel voor risico van den handel ; daarentegen verplichtte de Gemeente zich een van te voren
Uitgebracht aan den
Regeeringscommissaris voor Amsterdam
1
[Handgeschreven tekst linksonder:]
Gez. gecorrigeerd retour
gezonden 14/7 '41 [Paraaf]
[Handgeschreven tekst rechtsonder:]
Ex. om te behouden Dit document vormt een administratieve neerslag van de ingrijpende veranderingen in het Amsterdamse stadsbestuur en de economie tijdens het eerste jaar van de Duitse bezetting. Drie punten vallen op:
1. Antisemitische zuivering: Onder het kopje 'Personeel' wordt de verwijdering van "Joodsche ambtenaren" vermeld. Dit refereert aan de verordening van de Rijkscommissaris van november 1940, waarbij Joods personeel in overheidsdienst eerst werd geschorst en later ontslagen. Dat zelfs de Directeur van de markten werd ontheven, onderstreept de rigoureuze uitvoering.
2. Economische ordening: De reorganisatie van de aardappelhandel (V.B.N.A.) illustreert de overgang van een vrije markteconomie naar een strak geleide distributie-economie. De "buitengewone omstandigheden" (schaarste door oorlog en blokkades) werden door de bezetter en het collaborerende bestuur aangegrepen om sectoren te centraliseren.
3. Bestuurlijke transitie: De vermelding van de "Regeeringscommissaris voor Amsterdam" in de voetnoot is historisch cruciaal. Na de Februaristaking van 1941 werd de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en werd Edward Voûte aangesteld als regeringscommissaris, wat een einde maakte aan het democratisch lokaal bestuur. Het document dateert uit de zomer van 1941, een periode waarin de bezetting verhardde. De Centrale Markthallen (tegenwoordig het Food Center aan de Jan van Galenstraat) waren in die tijd van vitaal strategisch belang voor de voedselvoorziening van de stad. De tekst toont hoe de bezetter de controle over de logistieke ketens van levensmiddelen verstevigde om de 'hongerwinter' voor te zijn en de distributie volledig in de hand te houden. De handgeschreven notitie "Ex. om te behouden" suggereert dat dit een correctie-exemplaar was voor een definitief archiefstuk of publicatie. I. Algemeene Marktwezen