Jaarverslag (onderdeel van een groter verslag van een Gemeentelijk Abattoir).
Origineel
Jaarverslag (onderdeel van een groter verslag van een Gemeentelijk Abattoir). [Pagina 4]
In de maanden Mei en Juni werden door de aan het Abattoir gevestigde militaire étappe-slachterij, welke voorheen te Rotterdam was gevestigd, in totaal 830 runderen geslacht.
In verband met den grooten aanvoer van aan de Nederlandsche Veehouderijcentrale geleverde runderen werden in de maand October van het verslagjaar 1551 stuks dezer diersoort ter invriezing geslacht en later bij schaarsche levering van levende runderen voor distributie bestemd.
Door het intreden van den oorlogstoestand op 10 Mei werd een aantal stuks vee uit de inundeeren gebieden ter afslachting naar het Abattoir alhier gezonden, welke afslachting door de zorg der Directie voor rekening van de Nederlandsche Veehouderijcentrale plaats vond. Op dezelfde wijze werd een zending varkens, welke per spoor onderweg was naar een exportslachterij, hier geslacht. Het vleesch van alle vorengenoemde dieren, met uitzondering van dat van 740 runderen, welke door de Militaire Slachterij werden geslacht, werd onder de slagers gedistribueerd en de opbrengst hiervan door den Dienst van de Veemarkt en het Abattoir verantwoord en afgedragen aan de Nederlandsche Veehouderijcentrale. In totaal werden op deze wijze geslacht: 1.478 runderen, 206 vette- en graskalveren, 44 nuchtere kalveren, 315 schapen en 14 geiten.
Door de bijzondere tijdsomstandigheden werd meermalen zeer veel extra-inspanning van het dienstpersoneel gevorderd.
Den 5den Augustus trad in werking de verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied, houdende nadere voorschriften omtrent de wijze, waarop slachtdieren moeten worden gedood. Ingevolge deze voorschriften werd de voorheen bestaande wijze van dooden van vee zonder voorafgaande bedwelming ingevolge den Joodschen ritus beëindigd. De krachtens vorengenoemde verordening gesanctionneerde bedwelming van slachtdieren door electrische doorstrooming werd hier niet ingevoerd.
Aan keuring onderworpen ingevoerd vleesch.
De hoeveelheid van het elders geslachte en hier ter keuring aangeboden vleesch was belangrijk minder dan in 1939.
Uit den aard der zaak werd inzonderheid de invoer van vleesch uit het buitenland door de tijdsomstandigheden ongunstig beïnvloed. Als voor de consumptie meest belangrijke vermindering moet die van ingevoerd rundvet worden genoemd. De zeer belangrijke invoer van dit artikel uit het buitenland (in 1939: 856.105 kg) kwam sinds het intreden van den oorlogstoestand geheel te vervallen.
Vleeschverbruik en winkels.
Het vleeschverbruik in het been (berekend volgens een bepaalden maatstaf betreffende het gemiddelde gewicht van de verschillende diersoorten) bedroeg door de bijzondere omstandigheden en maatregelen in het verslagjaar per inwoner minder dan in het vorige jaar.
Het aantal slagerswinkels bedroeg op 31 December 863 (vorig jaar 879). Nieuw opgericht werden 17 en opgeheven 33 winkels; 52 winkels verwisselden van eigenaar.
Ingevolge de „Vestigingswet Kleinbedrijf 1937” werden door de Kamer van Koophandel en Fabrieken 55 vergunningen verleend voor het vestigen of voortzetten van een slagersbedrijf en werd in 11 gevallen de aangevraagde vergunning geweigerd.
4
[Pagina 5]
Resultaten der keuring.
De Inspecteur der Volksgezondheid werd in kennis gesteld met 76 gevallen, waarin bij het onderzoek van hier uit andere gemeenten ingevoerd vleesch afwijkingen werden geconstateerd, waaraan door den Keuringsdienst der gemeente van herkomst geen of onvoldoende aandacht was besteed.
Hieronder volgt een overzicht der gevallen van tuberculose, bij op het Abattoir geslachte dieren geconstateerd en van de behandeling der wegens genoemde ziekte niet goedgekeurde dieren.
| Slachtdieren | Aantal dieren met tuberculeuse afwijkingen | ||||
|---|---|---|---|---|---|
| niet goedgekeurd | goed- | totaal | |||
| gesteriliseerd | vernietigd | totaal | gekeurd | ||
| Runderen | 190 | 24 | 214 | 12.731 | 12.945 |
| Vette kalveren | 5 | 1 | 6 | 71 | 77 |
| Graskalveren | — | — | — | 95 | 95 |
| Nuchtere kalveren | 1 | 20 | 21 | 10 | 31 |
| Eenhoevige dieren | — | 1 | 1 | 2 | 3 |
| Varkens | 83 | 3 | 86 | 4.157 | 4.243 |
| Schapen | — | — | — | 14 | 14 |
| Bokken en geiten | 2 | — | 2 | 2 | 4 |
De volgende staat geeft een overzicht der afgekeurde organen enz. van hier geslachte dieren.
| Benamingen | Runderen | Vette en graskalveren | Nuchtere kalveren | Schapen, bokken en geiten | Paarden | Varkens |
|---|---|---|---|---|---|---|
| Longen (gepaard) | 17.905 | 585 | 87 | 35.192 | 293 | 3.258 |
| Harten | 1.300 | 156 | 78 | 253 | 30 | 1.016 |
| Levers | 18.083 | 717 | 105 | 12.918 | 338 | 2.941 |
| Milten | 2.307 | 85 | 80 | 52 | 208 | 758 |
| Nieren (enkele) | 6.998 | 1.622 | 320 | 296 | 142 | 2.948 |
| Baarmoeders | 2.624 | 63 | — | 34 | 22 | 661 |
| Borstvliezen | 3.239 | 78 | — | 77 | 3 | 532 |
| Buikvliezen | 1.537 | 42 | — | 26 | — | 4 |
| Uierhelften (gepaard) | 3.959 | — | — | 15 | — | 33 |
| Koppen | 689 | 130 | 7 | 56 | 9 | 51 |
| Tongen | 387 | 127 | 9 | 43 | 4 | 48 |
5 * Tijdsbeeld: Het document ademt de sfeer van de vroege bezettingstijd (1940). Er is sprake van de overgang van een vredeseconomie naar een distributie- en oorlogseconomie.
* Logistiek: De aanvoer van vee uit "inundeeren gebieden" (onderwatergezet voor de landsverdediging) wijst direct op de gevechtshandelingen in mei 1940.
* Voedselvoorziening: De "Nederlandsche Veehouderijcentrale" speelt een centrale rol in het beheer en de distributie van vlees, wat duidt op een sterk gereguleerde markt.
* Hygiëne en Volksgezondheid: Een aanzienlijk deel van de tekst en de tabellen is gewijd aan de inspectie op tuberculose en de afkeuring van organen. Dit toont de wetenschappelijke en bureaucratische aanpak van de vleeskeuring in die tijd.
* Religie en Politiek: De expliciete vermelding van het verbod op de "Joodschen ritus" (kosjer slachten) per 5 augustus 1940 is een direct gevolg van de antisemitische maatregelen van de Duitse bezetter (Rijkscommissaris Seyss-Inquart). Dit verslag legt de ingrijpende veranderingen vast die de Nederlandse vee- en vleessector onderging direct na de Duitse inval. Enerzijds was er de noodzaak om vee uit oorlogsgebieden snel te verwerken, anderzijds de invoering van nazi-verordeningen die diep ingrepen in de religieuze praktijken van de Joodse gemeenschap. De tabellen op pagina 5 bieden historici kwantitatieve data over de gezondheidstoestand van het veestapel en de consumptiepatronen (zoals de sterke daling in de invoer van rundvet) aan het begin van de Tweede Wereldoorlog.