Dienstbrief met bijgevoegd afschrift van een overheidsbeschikking.
Origineel
Dienstbrief met bijgevoegd afschrift van een overheidsbeschikking. 19 mei 1941. Dienst der Publieke Werken Amsterdam, Bureau Stadsingenieur (Raadhuis, kamer 198). Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam W. [Briefhoofd]
DIENST DER
PUBLIEKE WERKEN
AMSTERDAM
--
Raadhuis, kamer 198
Bureau Stadsingenieur.
S.I.No.3328/111K
Amsterdam, 19 Mei 1941
[Stempel en handgeschreven notitie rechtsboven]
№ 7 / 20 / M. 1941 [handgeschreven:] 21/5
[Handgeschreven in potlood:] Mij Dii [?]
[Adressering]
Aan den Heer Directeur van het
Marktwezen
Jan van Galenstraat 14
Amsterdam W.
[Inhoud brief]
Onderstaand doe ik U afschrift toekomen van een beschikking van den Secretaris-Generaal van het Departement van Waterstaat, met bybehoorende toelichting, een en ander voorkomende in het ochtenblad dd. 17 Mei 1941 van het Algemeen Handelsblad.
Ik geef U in overweging de vereischte inschryvingsformulieren spoedshalve rechtstreeks in te zenden, dus zonder tusschenkomst van de Kleine Benzinecommissie.
Voor zoover noodig, vestig ik er Uw aandacht op, dat de formulieren uiterlyk 24 Mei 1941 per post dienen te worden verzonden.
MH.
De Stadsingenieur,
[Handtekening: W. Heemskerk Schoute?]
[Handgeschreven kanttekening links]
is gebeurd
voor vrachtauto
C.M. (tractor)
verzonden op
21 Mei 1941
[Paraaf]
[Afschrift]
AFSCHRIFT
Verplichte inschryving vrachtauto's.
De secretaris-generaal van het departement van Waterstaat heeft de volgende beschikking gegeven:
Artikel 1. Als vervoermiddelen, waarop dit besluit betrekking heeft, worden aangewezen:
1. motorrytuigen, opleggers en aanhangwagens, geheel of gedeeltelyk ingericht tot vracht- of veevervoer.
2. motorrytuigen, uitsluitend bestemd tot het voortbewegen van opleggers of aanhangwagens (met uitzondering van landbouwtractoren).
Artikel 2. Zy, die op 15 Mei 1941 houder zyn van vervoermiddelen, waarop dit besluit betrekking heeft, zyn verplicht deze vóór 22 Mei 1941 te doen inschryven in vanwege den secretaris-generaal van het Departement van Waterstaat te houden registers, ongeacht of de vervoermiddelen al dan niet voor onmiddellyk gebruik gereed zyn.
Artikel 3. Het doen inschryven geschiedt door invulling en onderteekening van een inschryvingsformulier 1941, dat kosteloos verkrygbaar is by de distributiediensten, en door tydige opzending van dat formulier aan den inspecteur-generaal van het Verkeer, Koningskade 25 te 's-Gravenhage.
Artikel 4.
1e. Overtreding van de voorschriften, by dit besluit gegeven, wordt gestraft met hechtenis van ten hoogste één jaar of een geldboete van ten hoogste f.10.000;
2e. Met betrekking tot de voorschriften van dit besluit is voorts van overeenkomstige toepassing het bepaalde in de artikelen 3, 2e lid, 4, 5 en 6 van de Wet gebruik Vervoermiddelen 1939; Dit document betreft een administratieve order in oorlogstijd (Tweede Wereldoorlog). De Stadsingenieur van Amsterdam instrueert de Directeur van het Marktwezen (verantwoordelijk voor de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat) om met spoed vrachtwagens en tractoren te registreren.
De toon is zakelijk en urgent. De krappe deadline (publicatie op 17 mei, uiterste verzenddatum 24 mei) wijst op een dwingende maatregel vanuit het bezettingsbestuur, uitgevoerd door de Nederlandse ambtelijke top (de Secretaris-Generaal). De handgeschreven kanttekening bevestigt dat de actie op 21 mei 1941 is uitgevoerd ("is gebeurd"), inclusief de inschrijving voor voertuigen van de "C.M." (Centrale Markt). Tijdens de Duitse bezetting van Nederland werden vervoermiddelen en brandstof strikt gereguleerd. De "Kleine Benzinecommissie" die in de brief wordt genoemd, was een orgaan dat de distributie van schaarse brandstoffen beheerde. De verplichte registratie van vrachtauto's in mei 1941 was een noodzakelijke stap voor de bezetter om het totale transportpotentieel in kaart te brengen, dikwijls als voorbode voor vordering van voertuigen voor de Wehrmacht of voor het stroomlijnen van de voedseldistributie onder Duits toezicht. De genoemde strafmaten (één jaar cel of 10.000 gulden boete) onderstrepen het belang dat aan deze registratie werd gehecht.