Ambtsbrief / interne correspondentie.
Origineel
Ambtsbrief / interne correspondentie. 13 november 1941 (stempel), tekst verwijst naar besluiten van 31 oktober en 12 november 1941. Kantlijnnotitie van 29 november 1941. Onbekend (mogelijk een afdelingshoofd, ondertekend met initialen). De heer Gemeentearchivaris. [Bovenaan links (stempel en handgeschreven)]
7/21/4-445 7/41
B I J B L A D V A N :
M. No. ~~76~~ / ~~1937~~ / 4/12/41
DOORGEZONDEN: 13/11-'41.
[Bovenaan rechts (handgeschreven)]
7/21/6 M 4/12/41
Den Heer Gemeente Archivaris
[Hoofdtekst]
Naar aanleiding van het besluit van den Burgemeester d.d. 31. October j.l. (no. 49/17 6. No. 1941) en de circulaire van het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau d.d. 12 November j.l. no. 12/7 G.M.B. circ. 85, inzake bewaren en verkoopen van oud papier, heb ik de eer U beleefd te verzoeken mij te willen machtigen de in bijlage dezes genoemde archiefstukken van mijn dienst als oud papier te doen verkoopen.
[Onderaan rechts]
[Handtekening/Paraaf J.J.]
[Stempel/Paraaf in blauwe inkt omcirkeld met rood: Th. Müller(?)]
[Kantlijn links]
Van verkoop
A. 2. 1.
mededeeling
doen aan
G.M.B.
29/11 '41
[Voetnoot]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een formeel verzoek aan de gemeentearchivaris voor de machtiging om archiefbescheiden te vernietigen, of specifieker: te verkopen als oud papier. De taal is typisch ambtelijk Nederlands uit de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "heb ik de eer U beleefd te verzoeken").
Opvallend is de strikte bureaucratische weg die wordt gevolgd: er wordt verwezen naar een specifiek besluit van de Burgemeester en een circulaire van het Gemeentelijk Materialenbureau (GMB). Dit duidt op een centrale regie over wat bewaard moest blijven en wat gerecycled kon worden. De aantekening in de kantlijn van 29 november 1941 bevestigt dat er een mededeling van de verkoop aan het GMB moet worden gedaan. Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een groot tekort aan grondstoffen, waaronder papier. Het "Gemeentelijk Materialenbureau" speelde een cruciale rol in het inzamelen en hergebruiken van materialen voor de oorlogseconomie.
De archiefwetgeving stelde (en stelt) dat documenten niet zomaar vernietigd mogen worden; de archivaris moet beoordelen of stukken historische waarde hebben. In oorlogstijd werd deze procedure vaak versneld of aangescherpt om te voldoen aan de vraag naar oud papier (papierinzameling). De verwijzing naar "besluit no. 49/17 6" suggereert een specifieke verordening die de opschoning van archieven ten behoeve van de papierbehoefte regelde. Gemeentearchivaris (De heer) M. No
Samenvatting
Het document is een formeel verzoek aan de gemeentearchivaris voor de machtiging om archiefbescheiden te vernietigen, of specifieker: te verkopen als oud papier. De taal is typisch ambtelijk Nederlands uit de eerste helft van de 20e eeuw (bijv. "heb ik de eer U beleefd te verzoeken").
Opvallend is de strikte bureaucratische weg die wordt gevolgd: er wordt verwezen naar een specifiek besluit van de Burgemeester en een circulaire van het Gemeentelijk Materialenbureau (GMB). Dit duidt op een centrale regie over wat bewaard moest blijven en wat gerecycled kon worden. De aantekening in de kantlijn van 29 november 1941 bevestigt dat er een mededeling van de verkoop aan het GMB moet worden gedaan.
Historische Context
Dit document stamt uit november 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog. In deze periode was er een groot tekort aan grondstoffen, waaronder papier. Het "Gemeentelijk Materialenbureau" speelde een cruciale rol in het inzamelen en hergebruiken van materialen voor de oorlogseconomie.
De archiefwetgeving stelde (en stelt) dat documenten niet zomaar vernietigd mogen worden; de archivaris moet beoordelen of stukken historische waarde hebben. In oorlogstijd werd deze procedure vaak versneld of aangescherpt om te voldoen aan de vraag naar oud papier (papierinzameling). De verwijzing naar "besluit no. 49/17 6" suggereert een specifieke verordening die de opschoning van archieven ten behoeve van de papierbehoefte regelde.