Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam.
Origineel
Extract uit het Boek der Besluiten van de Burgemeester van Amsterdam. Vrijdag 31 oktober 1941. No.49/17b H.1941. Het bewaren en verkoopen van oud papier.
1053 Lin. 1941 [handgeschreven]
E x t r a c t
uit het Boek der Besluiten van
den Burgemeester van Amsterdam.
Vrijdag, 31 October 1941.
De Burgemeester van Amsterdam,
Gelet op het besluit van Burgemeester en Wethouders van Amsterdam van 1 April 1938, No.315 A.Z.1938, waarbij de Gemeente-archivaris is gemachtigd, een lijst vast te stellen van de stukken, welke kunnen worden vernietigd;
Gezien het schrijven van den Gemeentesecretaris d.d. 28 Juli 1941, No.20/33 Bur.A.D., waarbij aan de Hoofden van Administratiën, Bedrijven en Diensten een circulaire, dd. 12 Mei 1941, van den Directeur van het Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen is toegezonden met een daarbij behoorende kaart;
Gezien het rapport van het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau van 28 October 1941, No.12/5a G.M.B.;
Gelet op de bepalingen van de Achtste Verordening van den Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied betreffende bijzondere maatregelen op administratiefrechtelijk gebied (Verordeningenblad 1941, Stuk 33, No.152; Gemeenteblad afd.4, volgn.517);
B e s l u i t :
I. het Hoofd van het Gemeentelijk Materialenbureau te machtigen:
a. te doen nagaan, of de Diensten, Bedrijven en Administratiën, naar aanleiding van het bovengenoemde schrijven van den Gemeentesecretaris, dd. 28 Juli 1941, oud papier en karton zooveel mogelijk afzonderlijk bewaren en verkoopen;
C.S.Stadhuis
A'dam, 11-'41.
No 7/21/5 [stempel] M.1041 14/11 [stempel] Dit document is een officieel besluit van de burgemeester van Amsterdam tijdens de Tweede Wereldoorlog. Het doel is om het 'Gemeentelijk Materialenbureau' de bevoegdheid te geven om te controleren of alle gemeentelijke diensten en bedrijven oud papier en karton apart inzamelen voor verkoop/hergebruik.
Er wordt verwezen naar eerdere besluiten (1938) over archiefvernietiging en naar recente richtlijnen (mei/juli 1941) van het 'Rijksbureau voor Oude Materialen en Afvalstoffen'. Opvallend is de juridische grondslag die deels rust op een verordening van de 'Rijkscommissaris voor het bezette Nederlandsche gebied' (Seyss-Inquart), wat de invloed van de bezetter op de lokale administratie onderstreept. Tijdens de Duitse bezetting ontstond er in Nederland een groot tekort aan grondstoffen. Oud papier was cruciaal voor de productie van nieuw papier en karton, wat essentieel was voor zowel de civiele als de militaire administratie. De bezetter stelde strikte regels op voor de inzameling van 'afvalstoffen' (recycling) om de oorlogseconomie draaiende te houden.
De burgemeester van Amsterdam in oktober 1941 was Edward Voûte. Hij was door de Duitsers aangesteld nadat de vorige burgemeester, De Vlugt, was ontslagen. Het 'Gemeentelijk Materialenbureau' speelde in deze periode een centrale rol in het beheer en de distributie van schaarse goederen en de inzameling van herbruikbare materialen binnen de stadsorganisatie.