Ambtelijke brief (doorslag).
Origineel
Ambtelijke brief (doorslag). 4 december 1941. De Directeur (vermoedelijk van een Amsterdamse gemeentelijke dienst). Handgeschreven (bovenaan): Extra
Getypte tekst:
VB/HG.
den Heer Gemeente-Archivaris,
Amsteldijk 67,
<u>Amsterdam-Zuid.</u>
<u>Wijk 22.</u>
7/21/6 M. 1 4 December 1941.
Naar aanleiding van het besluit van den Burgemeester d.d. 31
October jl. (No.49/17b H.1941) en de circulaire van het Hoofd van het
Gemeentelijk Materialenbureau d.d. 12 November jl. No.12/7 G.M.B.
circ.85, inzake bewaren en verkoopen van oud papier, heb ik de eer U
beleefd te verzoeken mij te willen machtigen de in bijlage dezes ge-
noemde archiefstukken van mijn dienst als oud papier te doen verkoopen
De Directeur, Dit document is een formeel verzoek van een niet nader genoemde gemeentelijke directeur aan de Gemeentearchivaris van Amsterdam. De kern van het verzoek is het verkrijgen van machtiging om specifieke archiefstukken (die in een ontbrekende bijlage zouden hebben gestaan) te laten vernietigen door ze als "oud papier" te verkopen.
Er wordt verwezen naar twee recente regelingen:
1. Een besluit van de Burgemeester van 31 oktober 1941.
2. Een circulaire van het Gemeentelijk Materialenbureau van 12 november 1941.
De brief volgt de strikte hiërarchische en bureaucratische vormen van die tijd, waarbij de archivaris de controlerende instantie is voor de selectie en vernietiging van overheidsbescheiden. De datum van de brief, 4 december 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een nijpend tekort aan grondstoffen. Oud papier was een cruciale secundaire grondstof voor de oorlogsindustrie en de reguliere economie.
Het "Gemeentelijk Materialenbureau" was een instantie die toezag op het efficiënte gebruik en de recycling van schaarse materialen. De verordeningen waarnaar verwezen wordt, waren bedoeld om de afvoer van oud papier uit overheidsarchieven te versnellen. De Gemeentearchivaris had hierin een dubbelrol: enerzijds meewerken aan de roep om grondstoffen, anderzijds waken over het behoud van historisch waardevolle documenten tegen de druk van de bezettingsbureaucratie in. Het adres "Amsteldijk 67" was de toenmalige locatie van het Amsterdams Gemeentearchief (gevestigd in het voormalige raadhuis van Nieuwer-Amstel).
Samenvatting
Dit document is een formeel verzoek van een niet nader genoemde gemeentelijke directeur aan de Gemeentearchivaris van Amsterdam. De kern van het verzoek is het verkrijgen van machtiging om specifieke archiefstukken (die in een ontbrekende bijlage zouden hebben gestaan) te laten vernietigen door ze als "oud papier" te verkopen.
Er wordt verwezen naar twee recente regelingen:
1. Een besluit van de Burgemeester van 31 oktober 1941.
2. Een circulaire van het Gemeentelijk Materialenbureau van 12 november 1941.
De brief volgt de strikte hiërarchische en bureaucratische vormen van die tijd, waarbij de archivaris de controlerende instantie is voor de selectie en vernietiging van overheidsbescheiden.
Historische Context
De datum van de brief, 4 december 1941, plaatst dit document midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een nijpend tekort aan grondstoffen. Oud papier was een cruciale secundaire grondstof voor de oorlogsindustrie en de reguliere economie.
Het "Gemeentelijk Materialenbureau" was een instantie die toezag op het efficiënte gebruik en de recycling van schaarse materialen. De verordeningen waarnaar verwezen wordt, waren bedoeld om de afvoer van oud papier uit overheidsarchieven te versnellen. De Gemeentearchivaris had hierin een dubbelrol: enerzijds meewerken aan de roep om grondstoffen, anderzijds waken over het behoud van historisch waardevolle documenten tegen de druk van de bezettingsbureaucratie in. Het adres "Amsteldijk 67" was de toenmalige locatie van het Amsterdams Gemeentearchief (gevestigd in het voormalige raadhuis van Nieuwer-Amstel).