Dienstmededeling / Circulaire van de Gemeente Amsterdam.
Origineel
Dienstmededeling / Circulaire van de Gemeente Amsterdam. 23 juli 1941. De Gemeentesecretaris van Amsterdam (namens de Regeringscommissaris). [Stadswapen Amsterdam]
GEMEENTE-SECRETARIS
VAN AMSTERDAM
MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD NAUWKEURIG HET
NUMMER EN DE AFDEELING VAN DIT SCHRIJVEN TE VERMELDEN
AMSTERDAM, 23 JULI 1941 193...
[Groot paars stempel over tekst heen:]
Nº 7 / 24 / 1.I. 1941
[Handgeschreven toevoegingen in blauwe inkt:]
24/7
adj. Dir
Mr. Brinkhorst [?]
No. 285 BUR. G.
........ BIJLAGE(N)
[Handgeschreven in rode inkt:]
~ Voor uitvoering 7
In verband met de tijdsomstandigheden
is het niet meer mogelijk over voldoende
schrijf- en andere machinelinten te beschik-
ken. Ter voorkoming van het feit, dat bin-
nenkort de machines niet meer gebruikt kun-
nen worden wegens gebrek aan linten, ver-
zoek ik U namens den Regeeringscommissaris
de oude schrijf- en andere machinelinten bij
het Gemeentemagazijn te doen inleveren. Deze
zullen dan opnieuw worden gedrenkt en weder-
om in gebruik worden gegeven. Linten, waar-
van het weefsel reeds sterk is versleten,
dienen toch bij bedoeld magazijn te worden in-
gezonden.
Sh.
C.S. Stadhuis
A'dam, 7-'41.
De Gemeentesecretaris,
[Handtekening: J. F. Franken]
AAN Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administratiën.
SGA. 27 [linksonder]
7 [rechtsonder, handgeschreven] Het document is een typerend voorbeeld van ambtelijke communicatie tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De kern van de boodschap is de nijpende schaarste aan kantoorbenodigdheden, in dit geval schrijfmachinelinten. De Gemeentesecretaris instrueert alle diensten om gebruikte linten in te leveren bij het Gemeentemagazijn, zodat deze "opnieuw gedrenkt" (weer van inkt voorzien) kunnen worden. Zelfs versleten linten moeten worden ingeleverd, vermoedelijk voor materiaalrecycling of om misbruik te voorkomen. De toon is zakelijk en dwingend, passend bij de toenmalige noodtoestand. Diverse stempels en parafen duiden op het administratieve traject dat het document heeft doorlopen binnen de gemeentelijke hiërarchie. In juli 1941 was de schaarste-economie in bezet Nederland in volle gang. Grondstoffen werden door de bezetter geconfisqueerd voor de Duitse oorlogsmachine, waardoor civiele instanties creatieve oplossingen moesten zoeken om hun werkzaamheden voort te zetten. De vermelding dat het verzoek wordt gedaan "namens den Regeeringscommissaris" is historisch significant. In maart 1941 had de bezetter de Amsterdamse gemeenteraad ontbonden en Edward Voute aangesteld als regeringscommissaris (waarnemend burgemeester), wat de totale uitschakeling van de lokale democratie en de onderwerping aan de bezettingsautoriteiten markeerde. Dit document laat zien hoe deze nieuwe machtsverhouding tot in de kleinste details van de kantoorvoering doordrong.