Archiefdocument
Origineel
11 december 1941. De Burgemeester van Amsterdam (E.J. Voûte). Den Heer Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam. GEMEENTE AMSTERDAM
No.18 M 1941. Amsterdam, 11 December 1941.
Nº 7/34/4 M. 1941 12/12 MEN WORDT VERZOCHT BIJ HET ANTWOORD
NAUWKEURIG HET NUMMER VAN DIT SCHRIJVEN
EN DE AFDEELING TE VERMELDEN.
Het Hoofd van het Bureau voor Organisatie en Efficiency heeft er mijn aandacht op gevestigd, dat door het practisch stopzetten van den aanvoer van schrijfmachines moeilijkheden ontstaan.
Eenerzijds worden er schrijfmachines aangevraagd, die blijken stellig noodig te zijn; anderzijds heeft het Gemeentemagazijn geen machines meer in voorraad en heeft levering van bestelde machines niet plaats.
De gemeente bezit circa 1000 schrijfmachines, die zeker niet alle volledig belast zijn. Het ligt voor de hand in de eerste plaats te trachten van de aanwezige machines een zoo goed mogelijk gebruik te maken.
Ik doe daarom een ernstig beroep op Uw medewerking door - voor zooveel dit nog niet is geschied - in de eerste plaats te voldoen aan het bepaalde onder II h van mijn besluit d.d. 24 October 1941, No.1585/ 25.7 Fin.1941, luidende: "dat alle overcomplete schrijfmachines, in welken staat zij zich ook bevinden, moeten worden gezonden naar de Centrale Schrijfkamer ten Stadhuize" en voorts om, waar eenigszins mogelijk, door samenvoeging van tot dusver over meerdere machines verdeeld werk op een geringer aantal machines, zooveel mogelijk machines vrij te maken voor dringende nieuwe behoeften. Ook deze zijn in te leveren bij de Centrale Schrijfkamer.
De door U ingeleverde machines zullen, nadat in overleg met U de waarde is vastgesteld, worden betaald.
Met belangstelling zal ik van het spoedig resultaat Uwer bemoeiingen, hetwelk U den Chef der Centrale Schrijfkamer gelieve te berichten, kennisnemen.
Sh.
De Burgemeester,
[Handtekening: Voûte]
Aan
den Heer Directeur van het
Marktwezen
J.v.Galenstraat 14.
C.S.Stadhuis
A'dam, 12-'41.
--- Deze brief is een officiële circulatie vanuit het kantoor van de burgemeester van Amsterdam aan de directeur van het Marktwezen. De kernboodschap is de nijpende schaarste aan schrijfmachines binnen de gemeentelijke diensten.
Hoofdpunten:
1. Aanvoerstop: De import of levering van nieuwe schrijfmachines is nagenoeg tot stilstand gekomen.
2. Inventarisatie: De gemeente heeft ongeveer 1000 machines in gebruik, maar vermoedt dat deze niet efficiënt worden ingezet.
3. Vordering: Er wordt herinnerd aan een eerder besluit om "overcomplete" (overtollige) machines in te leveren bij een centraal punt: de Centrale Schrijfkamer in het Stadhuis.
4. Efficiency: Diensten worden opgeroepen werkzaamheden te concentreren zodat er machines vrijkomen voor afdelingen met een "dringende behoefte".
5. Compensatie: Ingeleverde machines worden door de gemeente vergoed na een waardebepaling.
De toon is zakelijk en dwingend, wat past bij de bestuurlijke cultuur van die tijd en de toenemende druk op middelen.
--- Dit document stamt uit december 1941, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland ruim anderhalf jaar gaande was. De context van de Tweede Wereldoorlog is hier essentieel:
- Schaarste: De internationale handel lag nagenoeg stil. Veel bekende schrijfmachinemerken waren Amerikaans (zoals Remington of Underwood); door de oorlogvoering en de blokkades was aanvoer onmogelijk. Bovendien werd de metaalindustrie volledig ingezet voor de Duitse oorlogsindustrie.
- Bestuur: De ondertekenaar, Edward Voûte, was de door de bezetter aangestelde regeringscommissaris (burgemeester) van Amsterdam. Hij verving de democratisch gekozen burgemeester De Vlugt. Onder Voûte werd het gemeentelijk apparaat gelijkgeschakeld aan de behoeften van de bezettingseconomie.
- Locatie: De ontvanger (Directeur Marktwezen) hield kantoor aan de Jan van Galenstraat 14, de locatie van de Centrale Markthallen, een cruciaal knooppunt voor de voedselvoorziening in de stad tijdens de oorlogsjaren.
- Bureaucratie: De oprichting van een "Bureau voor Organisatie en Efficiency" en een "Centrale Schrijfkamer" getuigt van een poging tot verregaande centralisatie en controle over schaarse kantoormiddelen, die essentieel waren voor de uitvoerige administratie die de bezettingsjaren kenmerkte.