Dienstbrief / Herinnering
Origineel
Dienstbrief / Herinnering 20 december 1941 De Burgemeester van Amsterdam (Edward Voûte) De Directeur van het Marktwezen, Jan van Galenstraat 14, Amsterdam [Bovenaan in paarse inkt gestempeld:]
№ 7/34/s M. 1341 22/12
[Gedrukt logo: Wapen van Amsterdam]
Gemeente Amsterdam
Raadhuis, O.Z. Voorburgwal
Aan den heer Directeur
van het Marktwezen,
Jan van Galenstraat 14,
Telefoon 43130, 43321
Men wordt verzocht, bij het antwoord
nauwkeurig den datum, het nummer en
de afdeeling van dezen brief te vermelden
Afd. No. 18 M Bijlagen Uw brief: Datum: 20 December 1941.
Onderwerp:
De Chef der Centrale Schrijfkamer ten Stadhuize ontving tot heden nog niet Uw antwoord op mijn schrijven van 11 dezer No.18 M. 1941 betreffende inlevering van overcomplete schrijfmachines.
Ik verzoek U Uw antwoord vóór 25 December a.s. te willen inzenden.
De Burgemeester,
[handtekening]
Voûte
[Linksonder handgeschreven in blauwe inkt:]
* schrijven
geen schrijfmachines
overcompleet
A
[Onderaan handgeschreven in blauwe inkt:]
d.d. 11/12 '41 no. 18 M. 41
brief terug.
[Gedrukte tekst linksonder:]
Model G.A. 5. 25.000-2-'41
C.S. Stadhuis
A'dam 12-'41
[In het midden is verticaal een vaag stempel in de papiervezel zichtbaar:]
INGEKOMEN Het document is een zakelijke herinnering waarin de burgemeester aandringt op een reactie van de directeur van het Marktwezen. Het betreft een inventarisatie van "overcomplete" (overtollige) schrijfmachines die klaarblijkelijk moeten worden ingeleverd bij de Centrale Schrijfkamer. De toon is dwingend, met een krappe deadline van slechts vijf dagen (vóór eerste kerstdag).
De handgeschreven notities onderaan vormen het ambtelijke antwoord op de brief. Er wordt geconstateerd dat er "geen schrijfmachines overcompleet" zijn. De aantekening "brief terug" wijst erop dat deze brief zelf (of een kopie) met de handgeschreven beslissing is geretourneerd om de correspondentie af te doen. De paarse stempels tonen aan dat de brief op 22 december is binnengekomen bij de administratie van de ontvanger. Deze brief stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland (1940-1945). De ondertekenaar, Edward Voûte, was door de bezetter aangesteld als regeringscommissaris en burgemeester van Amsterdam.
De focus op het centraliseren van kantoormateriaal zoals schrijfmachines is typerend voor de oorlogseconomie. Door schaarste en de stopzetting van import moesten bestaande middelen binnen de gemeentelijke diensten zo efficiënt mogelijk worden herverdeeld. Het Marktwezen (gevestigd bij de Centrale Markthallen aan de Jan van Galenstraat) was een cruciale dienst voor de voedseldistributie in de stad en stond, net als de rest van het ambtelijk apparaat, onder strikte controle van het stadhuis.