Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen.
Origineel
Getypte brief met handgeschreven kanttekeningen. 22 december 1941. De Directeur (van een gemeentelijke dienst). De Heer Chef der Centrale Schrijfkamer, Raadhuis, Alhier. [Bovenaan handgeschreven:] verzonden 22/12
[Rechtsboven getypt:] HG.
den Heer Chef der Centrale
Schrijfkamer,
Raadhuis,
A l h i e r .
7/34/6 M. 22 December 1941.
Naar aanleiding van den brief van den Burgemeester d.d.
11 dezer No.18 M. 1941 heb ik de eer U te berichten, dat bij mijn
dienst geen schrijfmachines overcompleet zijn.
De Directeur,
[Handgeschreven aantekeningen midden-links:]
Jaenicke [?]
overnemen in controlereg. [pijltje naar rechts]
G.W. / 165314
H.W. / 187207
[Handgeschreven linksonder:]
accoord
8/1/42
[Paraph/Handtekening] Deze brief is een formeel ambtelijk bericht waarin een directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst reageert op een verzoek van de burgemeester (via de Chef van de Centrale Schrijfkamer). De kern van de boodschap is dat de betreffende dienst geen "overcomplete" (overtollige) schrijfmachines beschikbaar heeft om elders in te zetten.
De handgeschreven notities wijzen op een administratieve verwerking van dit antwoord. De nummers (165314 en 187207) zijn waarschijnlijk serienummers van machines die reeds in gebruik waren of dossiernummers. De instructie "overnemen in controlereg." geeft aan dat de status van de inventaris werd bijgehouden in een centraal register. Het document is in januari 1942 afgehandeld en geparafeerd ("accoord"). Het document dateert van december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een toenemende schaarste aan metalen en kantoorapparatuur. De overheid probeerde bestaande middelen zo efficiënt mogelijk te gebruiken door inventarissen te centraliseren.
Schrijfmachines waren essentieel voor de uitgebreide bureaucratie van zowel de Nederlandse gemeenten als de bezettingsmacht. Het feit dat de burgemeester persoonlijk een brief stuurde om te informeren naar overtollige machines, onderstreept de waarde en het tekort aan dit materieel in die tijd. De term "Alhier" als adres duidt er meestal op dat de brief binnen hetzelfde gemeentehuis of dezelfde stad (vaak Amsterdam of Den Haag in deze archiefcontext) is verstuurd.
Samenvatting
Deze brief is een formeel ambtelijk bericht waarin een directeur van een niet nader genoemde gemeentelijke dienst reageert op een verzoek van de burgemeester (via de Chef van de Centrale Schrijfkamer). De kern van de boodschap is dat de betreffende dienst geen "overcomplete" (overtollige) schrijfmachines beschikbaar heeft om elders in te zetten.
De handgeschreven notities wijzen op een administratieve verwerking van dit antwoord. De nummers (165314 en 187207) zijn waarschijnlijk serienummers van machines die reeds in gebruik waren of dossiernummers. De instructie "overnemen in controlereg." geeft aan dat de status van de inventaris werd bijgehouden in een centraal register. Het document is in januari 1942 afgehandeld en geparafeerd ("accoord").
Historische Context
Het document dateert van december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. In deze periode was er een toenemende schaarste aan metalen en kantoorapparatuur. De overheid probeerde bestaande middelen zo efficiënt mogelijk te gebruiken door inventarissen te centraliseren.
Schrijfmachines waren essentieel voor de uitgebreide bureaucratie van zowel de Nederlandse gemeenten als de bezettingsmacht. Het feit dat de burgemeester persoonlijk een brief stuurde om te informeren naar overtollige machines, onderstreept de waarde en het tekort aan dit materieel in die tijd. De term "Alhier" als adres duidt er meestal op dat de brief binnen hetzelfde gemeentehuis of dezelfde stad (vaak Amsterdam of Den Haag in deze archiefcontext) is verstuurd.