Handgeschreven ambtelijke correspondentie (memo/bericht).
Origineel
Handgeschreven ambtelijke correspondentie (memo/bericht). 22 december 1941. Den Heer Chef der Centrale
Schrijfkamers, R.huis.
Naar aanleiding van den brief van den
Burgemeester, d.d. 11-12-41 no. 1877-'41
heb ik de eer U te berichten, dat bij mijn
dienst geen schrijfmachines overcom-
pleet zijn. -
7/34/6 [in rood potlood]
22/12/41 [paraaf]
[Handtekening/Paraaf] * Inhoud: Het document is een formele reactie op een schrijven van de Burgemeester van 11 december 1941. De afzender meldt dat er binnen zijn/haar specifieke dienst geen "overcomplete" (overtollige) schrijfmachines aanwezig zijn.
* Terminologie: Het gebruik van "heb ik de eer U te berichten" is typerend voor de formele ambtelijke stijl van die tijd. "R.huis" is de gangbare afkorting voor Raadhuis (waarschijnlijk Rotterdam, gezien de archiefbron van dergelijke stukken).
* Schrifttype: Een vlot, zakelijk handschrift in inkt. De afkorting "d.d." staat voor de dato (gedateerd op).
* Administratieve sporen: De rode cijfers linksonder zijn door een archivaris of dossierbeheerder toegevoegd voor categorisering. Dit briefje dateert uit december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de oorlog was er een groot gebrek aan materialen en machines. De bezetter en het collaborerende bestuur probeerden kantoormachines, zoals schrijfmachines, centraal te registreren en te herverdelen.
Schrijfmachines waren bovendien 'gevaarlijke' goederen voor de bezetter, omdat ze gebruikt konden worden voor het vervaardigen van illegale kranten of pamfletten. Het feit dat hier wordt gevraagd naar "overcomplete" machines suggereert een inventarisatie om overtollige middelen elders in te zetten of vorderingen voor te bereiden. De afzender houdt hier de boot af door te verklaren dat alle aanwezige machines noodzakelijk zijn voor de eigen dienst.
Samenvatting
- Inhoud: Het document is een formele reactie op een schrijven van de Burgemeester van 11 december 1941. De afzender meldt dat er binnen zijn/haar specifieke dienst geen "overcomplete" (overtollige) schrijfmachines aanwezig zijn.
- Terminologie: Het gebruik van "heb ik de eer U te berichten" is typerend voor de formele ambtelijke stijl van die tijd. "R.huis" is de gangbare afkorting voor Raadhuis (waarschijnlijk Rotterdam, gezien de archiefbron van dergelijke stukken).
- Schrifttype: Een vlot, zakelijk handschrift in inkt. De afkorting "d.d." staat voor de dato (gedateerd op).
- Administratieve sporen: De rode cijfers linksonder zijn door een archivaris of dossierbeheerder toegevoegd voor categorisering.
Historische Context
Dit briefje dateert uit december 1941, ruim anderhalf jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Tijdens de oorlog was er een groot gebrek aan materialen en machines. De bezetter en het collaborerende bestuur probeerden kantoormachines, zoals schrijfmachines, centraal te registreren en te herverdelen.
Schrijfmachines waren bovendien 'gevaarlijke' goederen voor de bezetter, omdat ze gebruikt konden worden voor het vervaardigen van illegale kranten of pamfletten. Het feit dat hier wordt gevraagd naar "overcomplete" machines suggereert een inventarisatie om overtollige middelen elders in te zetten of vorderingen voor te bereiden. De afzender houdt hier de boot af door te verklaren dat alle aanwezige machines noodzakelijk zijn voor de eigen dienst.