Getypte brief of afschrift van een instructie.
Origineel
Getypte brief of afschrift van een instructie. 26 juli (jaartal niet gespecificeerd, vermoedelijk begin 20e eeuw). De Directeur (organisatie onbekend, waarschijnlijk gelieerd aan de Centrale Markt). 1 26 Juli 9
17/10/2 den Heer A.H.Ruyzendaal
Bussum.
moeten de paarden onmiddellyk na aankomst te bestemder plaat-
se afspannen en stallen in den zich op de Centrale Markt be-
vindenden paardenstal.
De voerlieden van op de markt stilstaande paarden
moeten zorgdragen, dat deze des winters behoorlyk tegen de
koude, des zomers behoorlyk tegen overmatige zonnewarmte zyn
beschermd."
Ik vertrouw, dat ik U hiermede, overeenkomstig Uw
bedoeling, heb ingelicht. Tot het desverlangd geven van na-
dere inlichtingen ben ik gaarne bereid.
De Directeur, * **Vorm en Staat:** Het document is een getypt schrijven op dun papier. Er zijn paginanummers ("1" en "9") bovenaan zichtbaar, wat suggereert dat dit onderdeel is van een groter dossier of een verzameling afschriften. De tekst lijkt een citaat van een reglement te bevatten (gezien de aanhalingstekens aan het einde van de tweede alinea en het feit dat de eerste zin midden in een bepaling begint).
- Inhoud: De brief dient ter informatie van de heer Ruyzendaal over de regels voor het houden van paarden op de Centrale Markt. De instructies zijn tweeledig: 1) paarden moeten direct na aankomst worden uitgespannen en opgesteld in de daarvoor bestemde stallen, en 2) voerlieden zijn verantwoordelijk voor het welzijn van de paarden, waarbij zij beschermd moeten worden tegen extreme weersomstandigheden (kou en hitte).
- Taalgebruik: Het document hanteert de spelling-De Vries en Te Winkel (vóór de hervorming van 1947), herkenbaar aan woorden als "onmiddellyk", "behoorlyk" en "zyn" (met 'y' in plaats van 'ij') en het gebruik van de naamval in "des winters" en "des zomers". De toon is formeel en administratief. Dit document stamt uit een tijdperk waarin paard-en-wagen nog het primaire transportmiddel waren voor de bevoorrading van stedelijke markten. De "Centrale Markt" in de tekst verwijst naar een groothandelsmarkt (zoals de Centrale Markthallen in Amsterdam, geopend in 1934).
Dergelijke voorschriften waren noodzakelijk om de logistieke doorstroom op het marktterrein te bevorderen (door paarden van de weg te halen) en om een minimumnorm voor dierenwelzijn te handhaven in een drukke, commerciële omgeving. De geadresseerde, de heer Ruyzendaal uit Bussum, was vermoedelijk een transportondernemer of handelaar die regelmatig de markt bezocht en opheldering had gevraagd over de geldende stalvoorschriften. A.H. Ruyzendaal