Getypte brief (doorslag), pagina 2.
5 maart 1941.
Origineel
Getypte brief (doorslag), pagina 2. 5 maart 1941. Bladz.No.2 van brief No.10/10/1 M. d.d. 5 Maart 1941.
Over deze heffing werd tot nu toe geen omzetbelasting berekend
en de vraag rijst of zij onder de "verrichte diensten" zou
moeten vallen.
Te Uwer bediening sluit ik hierbij tevens een exem-
plaar van de Verordening op de heffing van Markt-, standplaats
en ventgelden in.
Aangezien binnen 14 dagen na afloop van het tijd-
vak, waarop de belasting betrekking heeft, de aangifte moet
worden ingezonden, zou het mij aangenaam zijn, indien ik Uw
oordeel spoedig tegemoet kan zien.
De Directeur, * **Onderwerp:** Het document betreft een ambtelijke correspondentie over de interpretatie van de belastingwetgeving. Specifiek gaat het over de vraag of omzetbelasting verschuldigd is over gemeentelijke heffingen zoals markt-, standplaats- en ventgelden.
- Inhoud: De schrijver (een directeur) merkt op dat er tot dan toe geen omzetbelasting over deze heffingen is berekend. Er bestaat onduidelijkheid of deze heffingen aangemerkt moeten worden als "verrichte diensten" in de zin van de belastingwet. Er wordt verzocht om een spoedig oordeel vanwege een naderende aangiftetermijn van 14 dagen.
- Toon: Formeel en zakelijk. * Historische periode: De brief is gedateerd in maart 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
- Fiscale context: In 1940 was door de bezetter een nieuwe omzetbelasting ingevoerd (naar Duits model). Dit leidde in de eerste jaren van de bezetting tot veel vragen over de praktische uitvoering en de reikwijdte van de belasting, zeker bij lagere overheden zoals gemeenten die eigen heffingen (zoals marktgelden) inden.
- Bestuur: De brief is afkomstig van een "Directeur", mogelijk van een gemeentelijke dienst of een afdeling van het ministerie van Financiën, gericht aan een andere instantie voor juridisch/fiscaal advies.
Samenvatting
- Onderwerp: Het document betreft een ambtelijke correspondentie over de interpretatie van de belastingwetgeving. Specifiek gaat het over de vraag of omzetbelasting verschuldigd is over gemeentelijke heffingen zoals markt-, standplaats- en ventgelden.
- Inhoud: De schrijver (een directeur) merkt op dat er tot dan toe geen omzetbelasting over deze heffingen is berekend. Er bestaat onduidelijkheid of deze heffingen aangemerkt moeten worden als "verrichte diensten" in de zin van de belastingwet. Er wordt verzocht om een spoedig oordeel vanwege een naderende aangiftetermijn van 14 dagen.
- Toon: Formeel en zakelijk.
Historische Context
- Historische periode: De brief is gedateerd in maart 1941, tijdens de Duitse bezetting van Nederland in de Tweede Wereldoorlog.
- Fiscale context: In 1940 was door de bezetter een nieuwe omzetbelasting ingevoerd (naar Duits model). Dit leidde in de eerste jaren van de bezetting tot veel vragen over de praktische uitvoering en de reikwijdte van de belasting, zeker bij lagere overheden zoals gemeenten die eigen heffingen (zoals marktgelden) inden.
- Bestuur: De brief is afkomstig van een "Directeur", mogelijk van een gemeentelijke dienst of een afdeling van het ministerie van Financiën, gericht aan een andere instantie voor juridisch/fiscaal advies.
Kooplieden in dit dossier 78
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
Marktmeester (Marktmeester)
Waterlooplein
I.B.H. Bluhm *onb*
Uilenburg
idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
Alle 78 kooplieden →