Administratieve brief / financieel verslag.
Origineel
Administratieve brief / financieel verslag. 15 oktober 1941 (gebaseerd op de aantekening rechtsboven). Het verslag betreft de maand september 1941. De Directeur van de dienst van het Slachtwezen. De Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (ter plaatse). 15/10/41/118
10/21/2 M
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
Alhier.
Maandelijksch overzicht over
September 1941 van ontvangsten
en uitgaven dienst Slachtwezen.
Gevolg gevende aan de opdracht
vervat in de circulaire van Uw Ambtgenoot voor de
Financiën d.d. 20 Juli 1939 (no 909/203 Fin. 1939)
heb ik de eer U bijgaande dezer een overzicht over
de maand September 1941 te doen toekomen
van den dienst van het Slachtwezen.
In aanzien van de vermoedelijke
eindresultaten van den dienst voor het dienstjaar 1941, meen
ik als mijn verwachting te mogen uitspreken,
dat de op de verschillende nummers van de
begrooting van uitgaven voor 1941 geraamde
bedragen voldoende zullen zijn, doch dat
de op de begrooting (onder volgno 87) van ontvangsten
voor 1941 geraamde markt-†, standplaats- en
weeggelden f/ 30.000.- beneden de raming van
f 154.000.- zullen blijven.
De Directeur,
(onleesbare handtekening/paraaf)
† als gevolg van de buitengewone tijdsomstandigheden Het document is een formele ambtelijke rapportage over de financiële status van het gemeentelijk slachtwezen tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De essentie van de brief is een waarschuwing over een aanzienlijk begrotingstekort aan de inkomstenzijde.
Terwijl de directeur verwacht dat de uitgaven binnen de begroting blijven, voorziet hij dat de inkomsten uit markt-, standplaats- en weeggelden circa 30.000 gulden lager zullen uitvallen dan de geraamde 154.000 gulden (een tekort van bijna 20%). Dit duidt op een sterke afname van de legale handel en aanvoer van vee op de officiële markten. De brief is gedateerd in oktober 1941. De term "buitengewone tijdsomstandigheden" in de voetnoot is een in die tijd veelgebruikt eufemisme voor de gevolgen van de Tweede Wereldoorlog en de Duitse bezetting.
De oorzaken voor de tegenvallende inkomsten bij het slachtwezen in deze periode waren divers:
1. Rantsoenering: De vleesconsumptie was strikt aan banden gelegd.
2. Zwarte handel: Veel vee werd buiten de officiële kanalen (en dus buiten de gemeentelijke slachthuizen en markten om) verhandeld en geslacht om de bezettingsregels te omzeilen.
3. Vordering: Vee werd vaak direct door de bezetter gevorderd voor de Wehrmacht, waardoor de gemeente de gebruikelijke leges en weeggelden misliep.
Dit document illustreert hoe de oorlog en de bezetting direct ingrepen in de lokale economie en de gemeentelijke financiën. Wehrmacht