Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 82
Dossier 4
Jaar 1941
Stadsarchief

Circulaire/Brief

4 november 1941. Van: Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten (VNG), Paleisstraat 5, 's-Gravenhage. Aan: Den Heer Burgemeester (gezien de aantekening onderaan vermoedelijk van Amsterdam).

Origineel

Circulaire/Brief 4 november 1941. Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten (VNG), Paleisstraat 5, 's-Gravenhage. Den Heer Burgemeester (gezien de aantekening onderaan vermoedelijk van Amsterdam). No. 703/20.3 Fin. 1941

1127 L.m. 1941 VEREENIGING VAN NEDERLANDSCHE GEMEENTEN.


No. 3728 Aan den Heer Burgemeester.
Onderwerp: Gemeentefinanciën
Bijlage: 1. 's-Gravenhage, 4 November 1941.
Paleisstraat 5.

  Ten dienste van onze werkzaamheden behoeven wij  eenige gegevens om daarmede meer in het bijzonder de ontwikkeling der gemeentelijke financien in bepaald opzicht te kunnen volgen en het oog te houden op maatregelen, welke deze materie betreffen.
  Naast eenige aanvullende kennis over het totaalbeeld der financieele positie van de gemeenten zooals deze spreekt uit den gewonen dienst der begrooting voor het dienstjaar 1942, achten wij het van groot nut te weten in hoeverre het gemeentelijk uitgavenpeil wordt beïnvloed door maatregelen van hooger hand.
  Onder maatregelen van hooger hand worden verstaan zoowel maatregelen welke genomen worden door het landsbestuur als maatregelen welke worden voorgeschreven door bezettingsautoriteiten.
  Met maatregelen worden bedoeld die voorschriften, opdrachten en aanwijzingen welke gegeven zijn vanaf 10 Mei 1940 en die invloed uitoefenen op de uitgaven van de jaren 1941 en 1942. Buiten beschouwing blijven dus uitgaven welke alleen in 1940 zijn gedaan. Voor het jaar 1941 gelieve U het juiste bedrag zooveel mogelijk te benaderen door de gegevens, welke uit de begrooting voor 1941 en de daarop gevolgde begrootingswijzigingen zijn te lezen, te toetsen aan de verdere verwachtingen welke ten aanzien van het nog niet verstreken jaargedeelte kunnen worden gekoesterd. De bedragen over 1942 kunnen niet anders dan ramingen zijn.
  Sommige groepen van uitgaven zullen met nauwkeurigheid kunnen worden opgegeven; bij andere zult U met een raming kunnen volstaan. Ook vestigen wij er Uwe aandacht op, dat het hier geen onderzoek betreft naar den invloed der tijdsomstandigheden op de gemeentelijke ontvangsten en uitgaven - zulk een enquête is zeker nuttig doch zou veel werk vergen - doch alleen een onderzoek naar de gevolgen van direct of indirect aan de gemeenten voorgeschreven uitgaven.
  In bijgaande vragenlijst treft U een groepeering aan van opgelegde uitgaven. Mochten zich in Uw gemeente nog uitgaven van eenige beteekenis voordoen welke niet in de lijst zijn vermeld, dan zullen wij toevoeging zeer op prijs stellen.
  U gelieve deze lijst uiterlijk op 20 November aan ons terug te zenden.

Br.
VEREENIGING VAN NEDERLANDSCHE GEMEENTEN.
C.S. Stadhuis.
A'dam, 11-'41. get. onleesbaar. In deze brief verzoekt de Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten (VNG) de burgemeester om gedetailleerde financiële informatie. Het hoofddoel is om inzicht te krijgen in hoe de gemeentelijke uitgaven worden beïnvloed door "maatregelen van hooger hand".

Cruciaal in de tekst is het expliciete onderscheid dat gemaakt wordt tussen maatregelen van het "landsbestuur" en die van de "bezettingsautoriteiten". De VNG vraagt om een overzicht van de financiële lasten die direct of indirect door deze autoriteiten aan de gemeenten zijn opgelegd sinds het begin van de bezetting (10 mei 1940). Het gaat hierbij specifiek om de begrotingsjaren 1941 en 1942. De brief benadrukt dat het niet gaat om een algemeen onderzoek naar de economische gevolgen van de oorlog, maar specifiek om de kosten van opgelegde taken en voorschriften.

De aantekening linksonder ("C.S. Stadhuis. A'dam, 11-'41") wijst erop dat dit exemplaar is ontvangen of verwerkt door de Centrale Secretarie van het stadhuis in Amsterdam in november 1941. Dit document stamt uit november 1941, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland zich steeds dieper in de haarvaten van het openbaar bestuur nestelde. De VNG bevond zich in een lastige positie: enerzijds probeerde zij de belangen van de gemeenten te behartigen en administratieve continuïteit te waarborgen, anderzijds moest zij opereren onder het toezicht van het Rijkscommissariaat van Seyss-Inquart.

In de loop van 1941 werden gemeenten steeds vaker geconfronteerd met kostbare verplichtingen die door de bezetter werden opgelegd, zoals kosten voor de luchtbescherming, inkwartiering van Duitse troepen, en administratieve aanpassingen voor de uitvoering van anti-Joodse maatregelen of de Arbeitseinsatz. Door deze gegevens centraal te verzamelen, probeerde de VNG waarschijnlijk de totale financiële druk op het gemeentebestuur in kaart te brengen, wat essentieel was voor de overleving van de lokale autonomie (voor zover die nog bestond) en de financiële houdbaarheid van de steden. Kort na het schrijven van deze brief, in 1942, zou de VNG overigens onder direct toezicht van een nationaalsocialistische bewindvoerder worden geplaatst ("gelijkschakeling").

Samenvatting

In deze brief verzoekt de Vereeniging van Nederlandsche Gemeenten (VNG) de burgemeester om gedetailleerde financiële informatie. Het hoofddoel is om inzicht te krijgen in hoe de gemeentelijke uitgaven worden beïnvloed door "maatregelen van hooger hand".

Cruciaal in de tekst is het expliciete onderscheid dat gemaakt wordt tussen maatregelen van het "landsbestuur" en die van de "bezettingsautoriteiten". De VNG vraagt om een overzicht van de financiële lasten die direct of indirect door deze autoriteiten aan de gemeenten zijn opgelegd sinds het begin van de bezetting (10 mei 1940). Het gaat hierbij specifiek om de begrotingsjaren 1941 en 1942. De brief benadrukt dat het niet gaat om een algemeen onderzoek naar de economische gevolgen van de oorlog, maar specifiek om de kosten van opgelegde taken en voorschriften.

De aantekening linksonder ("C.S. Stadhuis. A'dam, 11-'41") wijst erop dat dit exemplaar is ontvangen of verwerkt door de Centrale Secretarie van het stadhuis in Amsterdam in november 1941.

Historische Context

Dit document stamt uit november 1941, een periode waarin de Duitse bezetting van Nederland zich steeds dieper in de haarvaten van het openbaar bestuur nestelde. De VNG bevond zich in een lastige positie: enerzijds probeerde zij de belangen van de gemeenten te behartigen en administratieve continuïteit te waarborgen, anderzijds moest zij opereren onder het toezicht van het Rijkscommissariaat van Seyss-Inquart.

In de loop van 1941 werden gemeenten steeds vaker geconfronteerd met kostbare verplichtingen die door de bezetter werden opgelegd, zoals kosten voor de luchtbescherming, inkwartiering van Duitse troepen, en administratieve aanpassingen voor de uitvoering van anti-Joodse maatregelen of de Arbeitseinsatz. Door deze gegevens centraal te verzamelen, probeerde de VNG waarschijnlijk de totale financiële druk op het gemeentebestuur in kaart te brengen, wat essentieel was voor de overleving van de lokale autonomie (voor zover die nog bestond) en de financiële houdbaarheid van de steden. Kort na het schrijven van deze brief, in 1942, zou de VNG overigens onder direct toezicht van een nationaalsocialistische bewindvoerder worden geplaatst ("gelijkschakeling").

Kooplieden in dit dossier 78

A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Hagenaar Zwanenburgwal ziet geen kans momenteel zijn brood op de markt te verdienen
Aäron van Praag Uilenburg blijft voorloopig in steun
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
C. Heilbron meerdere Kan voorloopig plaats niet innemen. Geen handel.
C. Heilbron meerdere Kan voorloopplaats niet innemen. Geen handel. *34 Amb*
C.H. Roelofs Uilenburg idem
C. van Kampen Uilenburg idem
v. Kampen Uilenburg idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem *11/6 - Amb 95*
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Korthoef Uilenburg idem
G.A. Mol Uilenburg idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem *P.D. 35*
G.H. Tap Uilenburg idem
G.H. Tap Uilenburg idem
G.S. Tonglet Waterlooplein idem
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun.
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun. *35 Amb*
H. Schouten Waterlooplein idem
H. Schouten Waterlooplein idem
B.H. Bluhm Uilenburg idem
I.B.H. Bluhm *onb* Uilenburg idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
J.C. Serrarens Uilenburg idem
J.C. Serrarens Uilenburg idem
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1