Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 106
Dossier 3
Jaar 1941
Stadsarchief

Administratieve geleidebrief met bijbehorend afschrift van een aanschrijving.

15 juli 1941 (hoofdbrief); 3 juli 1941 (geciteerde aanschrijving). Van: De Directeur der Gemeentebelastingen te Amsterdam (geleidebrief); Ministerie van Financiën, Afd. Accijnzen te 's-Gravenhage (afschrift). Aan: Heeren Hoofden van Diensten, Bedrijven en Administratiën.

Origineel

Administratieve geleidebrief met bijbehorend afschrift van een aanschrijving. 15 juli 1941 (hoofdbrief); 3 juli 1941 (geciteerde aanschrijving). De Directeur der Gemeentebelastingen te Amsterdam (geleidebrief); Ministerie van Financiën, Afd. Accijnzen te 's-Gravenhage (afschrift). Heeren Hoofden van Diensten, Bedrijven en Administratiën. [Stempel linksboven:]
Nº 10/10/7 11.1941 11/7

Omzetbelasting

Aan Heeren Hoofden van Diensten,
Bedrijven en Administratiën

Hierbij heb ik de eer U te doen toekomen - een
afschrift der aanschrijving dd. 3 Juli 1941, No. 1 van het
Departement van Financiën, betreffende de toepassing van
het Besluit op de Omzetbelasting 1940 ten aanzien van
publiekrechtelijke lichamen.

Amsterdam, 15 Juli 1941
De Directeur
der Gemeentebelastingen,

[Handtekening: G. Lubbers]

MINISTERIE VAN FINANCIËN

Afd. Accijnzen 's-Gravenhage, 3 Juli 1941.
No. 1

Bij de toepassing van het Besluit op de Omzetbe-
lasting 1940 ten aanzien van publiekrechtelijke licha-
men zijn, naar mij is gebleken, verschillende vragen
gerezen. Met name heeft de beantwoording van de vraag,
in welke gevallen de gemeente terzake van het verrich-
ten van diensten als ondernemer in den zin van genoemd
besluit moet worden aangemerkt, in de practijk tot moei-
lijkheden aanleiding gegeven. Zooals reeds in paragraaf
6 van den Leidraad-Omzetbelasting 1940 is te kennen ge-
geven, behooren publiekrechtelijke lichamen niet als
ondernemer in den zin van het Besluit te worden aange-
merkt, voor zoover zij handelingen verrichten ter uit-
voering van de aan hen als overheid opgedragen taak. In
gevallen echter, waarin het publiekrechtelijk lichaam
in het algemeen aan het maatschappelijk verkeer deel-
neemt op denzelfden voet als andere, niet publiekrech-
telijke, lichamen, moet het worden geacht als ondernemer
op te treden.

Het

[Kanttekeningen:]
Rechtsboven (rood/bruin potlood): uy Du [?] en een onleesbare paraaf.
Linksonder (blauw potlood): Afschrift naar Mr. [onleesbaar] 14/8-'42
Rechtsonder: 6 Dit document dient ter verduidelijking van de belastingplicht van overheidsinstanties onder het nieuwe belastingregime van de bezettingsjaren. De kern van de instructie is het onderscheid tussen de publieke taak en commerciële activiteiten van een publiekrechtelijk lichaam (zoals een gemeente):

  1. Publieke taak: Handelingen die worden verricht als onderdeel van de wettelijk opgedragen overheidstaak zijn vrijgesteld van omzetbelasting. De overheid wordt hier niet als 'ondernemer' gezien.
  2. Maatschappelijk verkeer: Zodra een overheidsdienst diensten aanbiedt die concurreren met of vergelijkbaar zijn met private ondernemingen (bijvoorbeeld een gemeentelijk nutsbedrijf of commerciële verhuur), wordt de instantie wel als ondernemer aangemerkt en is zij belastingplichtig.

Het document illustreert de bureaucratische noodzaak om in een complexe overheidsorganisatie als die van Amsterdam (met vele semi-commerciële diensten en bedrijven) de grenzen van de belastingplicht scherp te definiëren. Het document dateert uit de zomer van 1941, een periode waarin de Duitse bezettingsmacht de Nederlandse belastingwetgeving aanpaste en stroomlijnde. Het "Besluit op de Omzetbelasting 1940" was een ingrijpende wijziging die de eerdere wet uit 1933 verving.

Hoewel de top van de departementen onder toezicht stond van Duitse 'Kommissare', bleef de lagere administratieve uitvoering, zoals hier bij de Gemeentebelastingen Amsterdam, grotendeels in handen van Nederlands personeel dat de nieuwe verordeningen in de praktijk moest implementeren. De handgeschreven notitie linksonder met de datum "14/8-'42" suggereert dat het document nog geruime tijd na uitgifte circuleerde of werd geraadpleegd binnen de ambtelijke hiërarchie.

Samenvatting

Dit document dient ter verduidelijking van de belastingplicht van overheidsinstanties onder het nieuwe belastingregime van de bezettingsjaren. De kern van de instructie is het onderscheid tussen de publieke taak en commerciële activiteiten van een publiekrechtelijk lichaam (zoals een gemeente):

  1. Publieke taak: Handelingen die worden verricht als onderdeel van de wettelijk opgedragen overheidstaak zijn vrijgesteld van omzetbelasting. De overheid wordt hier niet als 'ondernemer' gezien.
  2. Maatschappelijk verkeer: Zodra een overheidsdienst diensten aanbiedt die concurreren met of vergelijkbaar zijn met private ondernemingen (bijvoorbeeld een gemeentelijk nutsbedrijf of commerciële verhuur), wordt de instantie wel als ondernemer aangemerkt en is zij belastingplichtig.

Het document illustreert de bureaucratische noodzaak om in een complexe overheidsorganisatie als die van Amsterdam (met vele semi-commerciële diensten en bedrijven) de grenzen van de belastingplicht scherp te definiëren.

Historische Context

Het document dateert uit de zomer van 1941, een periode waarin de Duitse bezettingsmacht de Nederlandse belastingwetgeving aanpaste en stroomlijnde. Het "Besluit op de Omzetbelasting 1940" was een ingrijpende wijziging die de eerdere wet uit 1933 verving.

Hoewel de top van de departementen onder toezicht stond van Duitse 'Kommissare', bleef de lagere administratieve uitvoering, zoals hier bij de Gemeentebelastingen Amsterdam, grotendeels in handen van Nederlands personeel dat de nieuwe verordeningen in de praktijk moest implementeren. De handgeschreven notitie linksonder met de datum "14/8-'42" suggereert dat het document nog geruime tijd na uitgifte circuleerde of werd geraadpleegd binnen de ambtelijke hiërarchie.

Kooplieden in dit dossier 78

A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Hagenaar Zwanenburgwal ziet geen kans momenteel zijn brood op de markt te verdienen
Aäron van Praag Uilenburg blijft voorloopig in steun
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
C. Heilbron meerdere Kan voorloopig plaats niet innemen. Geen handel.
C. Heilbron meerdere Kan voorloopplaats niet innemen. Geen handel. *34 Amb*
C.H. Roelofs Uilenburg idem
C. van Kampen Uilenburg idem
v. Kampen Uilenburg idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem *11/6 - Amb 95*
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Korthoef Uilenburg idem
G.A. Mol Uilenburg idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem *P.D. 35*
G.H. Tap Uilenburg idem
G.H. Tap Uilenburg idem
G.S. Tonglet Waterlooplein idem
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun.
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun. *35 Amb*
H. Schouten Waterlooplein idem
H. Schouten Waterlooplein idem
B.H. Bluhm Uilenburg idem
I.B.H. Bluhm *onb* Uilenburg idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
J.C. Serrarens Uilenburg idem
J.C. Serrarens Uilenburg idem
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1