Ambtelijke circulaire of beleidsnota betreffende de heffing van omzetbelasting bij gemeenten.
Origineel
Ambtelijke circulaire of beleidsnota betreffende de heffing van omzetbelasting bij gemeenten. -2- x
Het is, uit een oogpunt van heffing van omzetbelas-
ting, niet wel mogelijk een scherpe grens te trekken tus-
schen de gevallen, waarin de gemeente bij het verrichten
van diensten optreedt ter uitvoering van de haar als
overheid opgedragen taak, en die, waarin zij deelneemt
aan het maatschappelijk verkeer op denzelfden voet als
een particulier ondernemer. Zulks geldt niet zoozeer voor
de gevallen, waarin de gemeente handelt ter uitvoering
van hetgeen haar door den hoogeren wetgever is opgedra-
gen of van haar politioneele taak en daartoe bepaalde
diensten verricht: ten aanzien van zoodanige diensten
treedt de gemeente steeds op als overheid. De aangeduide
moeilijkheid doet zich meer in het bijzonder gevoelen
ten aanzien van andere dan de hierbedoelde diensten. Ten-
einde daarvoor tot een practische oplossing te geraken
acht ik het wenschelijk laatstbedoelde diensten te toet-
sen aan artikel 275 der Gemeentewet en wel in dier voege,
dat diensten, welke worden verricht ter uitvoering van
een plaatselijke belastingverordening in den zin van het
eerste en het derde lid van genoemd artikel, behoudens
het hierna bepaalde, worden geacht het karakter te dra-
gen van overheidsdienst.
[Handgeschreven in de linker marge:]
entree gelden
Wehrmacht
Auto markt?
Intusschen behoort ten aanzien van de hierna ge-
noemde vergoedingen steeds belastingheffing plaats te
vinden, ook al zou de dienst, terzake van welken zij
worden voldaan, op een plaatselijke belastingverordening
berusten.
Vergoeding terzake van het bezoeken van gemeente-
lijke musea, historische gebouwen, monumenten en der-
gelijke, schouwburgen, ijsbanen, badinrichtingen,
stadions;
Begrafenisrechten;
Weegloonen voor het gebruik van de gemeentelijke
waag;
Vergoeding ten behoeve van de gemeentelijke slacht-
plaats wegens stalling en voedering van vee, het ge-
bruiken van de gelegenheid tot slachten, tot het op-
slaan van vleesch, tot het reinigen van pens en darmen,
tot het wegen van levend en van geslacht vee, van vet,
van afval en van huiden. voorts wegens het gebruik-
maken van de koelcellen en van het voorkoelhuis, van de
gelegenheid tot het steriliseeren van vleesch, van
stoom en van warm water en van ruimte op het terrein
der slachtplaats e.d.;
Vergoeding De tekst behandelt het juridische onderscheid tussen gemeentelijke diensten die als 'overheidstaak' worden beschouwd (vrijgesteld van omzetbelasting) en diensten waarbij de gemeente fungeert als 'ondernemer' (belast). Er wordt voorgesteld om artikel 275 van de Gemeentewet als toetsingskader te gebruiken: diensten gebaseerd op een belastingverordening worden in principe als overheidsdienst gezien. Echter, de tekst somt vervolgens een lijst met uitzonderingen op (zoals entreegelden voor musea, begrafenisrechten en slachthuiskosten) waarover altijd belasting moet worden geheven, ongeacht de juridische basis. Dit document is illustratief voor de ontwikkeling van het fiscale recht in Nederland gedurende de bezettingsjaren of kort daarna. De handgeschreven kanttekening "Wehrmacht" suggereert dat er onduidelijkheid bestond over de belastingplicht bij specifieke gevallen uit de praktijk van de Duitse bezetting (zoals entreegelden betaald door Duitse militairen of de exploitatie van een automarkt). De discussie over de scheidslijn tussen overheidshandelen en commerciële activiteiten van gemeenten is een klassiek thema in het Nederlands bestuurs- en belastingrecht. Wehrmacht