Typoscript (getypte pagina).
Origineel
Typoscript (getypte pagina). -3-
[Accolade en + in marge]
Vergoeding voor het gebruik van het gemeentelijke veilinggebouw, van de plaatsen op de tribune, van de boxen en van het buffet in dat gebouw;
Vergoeding voor het gebruik van den gemeentelijken vischafslag;
Vergoeding voor het gebruik van de rijwielbergplaatsen bij inrichtingen van onderwijs en dergelijke;
Vergoeding voor het aanbrengen van reclame aan gemeentegebouwen, lantarenpalen en tramwagens;
Vergoeding voor den aanleg van straten, verschuldigd door particulieren bij overneming door de gemeente van gronden, bestemd voor stratenaanleg;
Commissieloon voor door bemiddeling van de gemeentelijke bank van leening ondershands verkochte panden, de aan de bank verschuldigde kosten van administratieloon en bewaarloon;
De door de bank van leening gemaakte opgelden bij veilingen.
Overigens behoeft uit het enkele feit, dat een bepaalde dienst niet bij plaatselijke belastingverordening is geregeld niet te worden afgeleid, dat daarvan omzetbelasting is verschuldigd. Een zoodanige dienst behoort evenwel slechts dan als onbelast te worden aangemerkt indien is voldaan aan het in paragraaf 6 van den Leidraad gestelde criterium.
Voorts bepaal ik, dat de heffing in ieder geval achterwege moet blijven ten aanzien van het verstrekken van :
Wekelijksche opgaven uit de loopende registers van den burgerlijken stand;
Uittreksels uit de kerkelijke doop-, trouw- en begrafenisboeken;
Uittreksels en afschriften ter voldoening aan eenig wettelijk voorschrift.
Ik merk nog op, dat het verstrekken van onderwijs door de gemeente steeds moet worden aangemerkt als overheidsdienst.
Met betrekking tot de vraag of de gemeente terzake van het leveren van goederen als ondernemer moet worden aangemerkt, kan de resolutie van 19 Februari 1934, no. 149, mutatis mutandis, bij voortduring tot richtsnoer worden genomen. Naast de levering van gas en electriciteit worden in dit verband genoemd de leveringen van:
Catalogi Dit document is een ambtelijke instructie of circulaire die verduidelijkt welke gemeentelijke handelingen en vergoedingen al dan niet onderworpen zijn aan omzetbelasting.
De tekst valt uiteen in drie delen:
1. Lijst van belastbare vergoedingen: Activiteiten zoals het verhuren van ruimtes in veilinggebouwen, visafslagen, rijwielstallingen en reclamevlakken worden genoemd.
2. Uitsluitingen en Criteria: Er wordt verwezen naar een "Leidraad" (paragraaf 6) om te bepalen of een dienst buiten de belastingheffing valt. Specifieke administratieve handelingen (burgerlijke stand, kerkboeken) worden expliciet vrijgesteld ("achterwege blijven").
3. Ondernemerschap van de gemeente: Er wordt een onderscheid gemaakt tussen de gemeente als 'overheid' (onderwijs) en de gemeente als 'ondernemer' (levering van gas, elektriciteit en catalogi). De tekst dateert van na februari 1934 (gezien de verwijzing naar de resolutie van die datum). De gebruikte spelling (zoals "zoodanige" en "wekelijksche") was officieel tot de spellingwijziging van Marchant in 1934 en de definitieve wijziging in 1947.
Het document lijkt een toelichting te zijn op de uitvoering van de vroege Omzetbelastingwetgeving in Nederland. In deze periode worstelden gemeenten met de vraag welke van hun taken als 'publiekrechtelijk' (en dus onbelast) en welke als 'economisch' (en dus belast) moesten worden beschouwd. De handgeschreven onderstrepingen bij "vischafslag" en "achterwege" duiden erop dat dit document door een ambtenaar is gebruikt voor specifieke casuïstiek.