Getypte pagina, onderdeel van een groter reglement of circulaire (pagina 4).
Origineel
Getypte pagina, onderdeel van een groter reglement of circulaire (pagina 4). Verwijst naar regelgeving per 1 juli 1941. -4-
Catalogi van het gemeente-archief, van gemeente-
musea en dergelijke;
Programma's en boekenlijsten van gemeentelijke in-
richtingen van onderwijs;
Het gemeenteblad, het gemeenteverslag, het ver-
slag van de handelingen van den gemeenteraad, van de
gemeentebegrooting en van de begrootingen der be-
drijven;
Vuil, puttenbeer, paardemest, en dergelijke door
den gemeentelijken reinigingsdienst;
IJs door de gemeentelijke slachtplaats;
Gekapt hout door den gemeentelijken plantsoen-
dienst.
Ten aanzien van het verrichten van interne leve-
ringen door een bedrijf of een dienst der gemeente
moet worden onderscheiden tusschen goederen, welke dat
bedrijf of die dienst zelf heeft vervaardigd en andere.
Terzake van de levering van zelf vervaardigde goederen
is in alle gevallen omzetbelasting verschuldigd en wel
ingevolge artikel 2, eerste lid, no.1, letter f, van
het Besluit. Als voorbeeld kan worden genoemd het le-
veren van cokes door het gemeentelijk gasbedrijf aan
gemeentelijke scholen. Na 1 Juli 1941 geschiedt, in
verband met paragraaf 3 der Uitvoeringsresolutie-Om-
zetbelasting 1941, te dezer zake de heffing zonder
verdubbeling, derhalve naar het tarief van twee ten
honderd. Verdubbeling vindt echter wel plaats ten aan-
zien van de levering van zelf vervaardigde goederen,
welke zijn bestemd voor den aanleg, den bouw, de ver-
betering of de herstelling van onroerende goederen.
Niet zelf vervaardigde goederen kunnen door de ge-
meentelijke bedrijven en diensten zonder verdubbeling
worden betrokken, met uitzondering van de goederen,
welke zijn bestemd voor de in de vorige alinea genoem-
de werkzaamheden aan onroerende goederen. Terzake van
de interne levering van laatstbedoelde goederen is om-
zetbelasting niet verschuldigd. Worden andere niet
zelf vervaardigde goederen doorgeleverd aan den alge-
meenen dienst der gemeente, dan is te dier zake om-
zetbelasting verschuldigd naar het gewone tarief. Na
1 Juli 1941 blijven zoodanige doorleveringen, in ver-
band * Fiscale focus: Het document is een technisch-administratieve toelichting op de Omzetbelastingwetgeving. Het hoofddoel is te bepalen wanneer een gemeente belasting moet afdragen over goederen die van de ene gemeentelijke afdeling naar de andere gaan.
* Onderscheid in goederen: Er wordt een cruciaal onderscheid gemaakt tussen 'zelf vervaardigde' goederen (zoals cokes van de gasfabriek of ijs van het slachthuis) en goederen die van derden zijn betrokken.
* Tariefstructuur: Er wordt gesproken over een tarief van "twee ten honderd" (2%) en het concept van "verdubbeling". Dit wijst op de complexiteit van de toenmalige cascadebelasting, waarbij belasting op belasting kon worden gestapeld.
* Uitzondering Onroerend Goed: Activiteiten gerelateerd aan de bouw en verbetering van onroerend goed vallen onder strengere regels (met verdubbeling van de heffing), wat suggereert dat de overheid investeringen in vastgoed zwaarder belastte of specifieke controle wilde houden op de fiscale aspecten van de bouwsector. Dit document stamt uit de periode van de Duitse bezetting van Nederland tijdens de Tweede Wereldoorlog. De genoemde "Uitvoeringsresolutie-Omzetbelasting 1941" was een direct gevolg van de invoering van het Besluit op de Omzetbelasting 1940 door de bezetter.
Dit nieuwe belastingstelsel verving de oude Nederlandse omzetbelasting uit 1934 en voerde een 'cumulatief cascadesysteem' in naar Duits model. Dit hield in dat bij elke stap in de productie- en distributieketen belasting werd geheven. De overgangsdatum van 1 juli 1941 markeert het moment waarop specifieke wijzigingen in de tarieven of de wijze van heffing (zoals de "verdubbeling") van kracht werden. Voor gemeenten betekende dit een aanzienlijke verzwaring van de administratieve last, omdat zij zowel consument als producent van goederen en diensten waren.