Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 114
Dossier 15
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte ambtelijke brief/nota (doorslag).

8 oktober 1940. Van: Waarschijnlijk een ambtenaar of hoofd van de Marktdienst (gezien de context). Rechtsboven staat een stempel of handtekening "M. Müller". Aan: Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam?).

Origineel

Getypte ambtelijke brief/nota (doorslag). 8 oktober 1940. Waarschijnlijk een ambtenaar of hoofd van de Marktdienst (gezien de context). Rechtsboven staat een stempel of handtekening "M. Müller". Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam?). [Stempel/Handtekening rechtsboven:] M. Müller [met een omcirkelde 2]

[Linksboven:] VP/HG.

[Links onder kenmerk:] 20/29/4 M.
1

[Rechtsboven:] 8 October 1940.

[Links:] Verzoek van Venters- en Markt-
koopliedenvereeniging "Ons
Belang" om vermindering markt-
geld i.v.m. verduistering.

[Rechts:] den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d.
25 September jl. om advies ontvangen stuk no. 890 L.M.1940
heb ik de eer U te berichten, dat, zooals ook adressante in
haar brief doet uitkomen, op de markten hier ter stede geen
afzonderlijke heffing bestaat voor het feit, dat de kramen
electrisch kunnen worden verlicht. Alleen is het marktgeld
op de markten, waar dit kan geschieden, volgens de Heffings-
verordening hooger, dan op markten, waar geen electrische
verlichting bestaat.

Adressante verzoekt om aan de marktkooplieden, die
op markten staan, waar de kramen electrisch verlicht kunnen
worden, teruggave en kwijtschelding te verleenen van een
bedrag aan marktgeld, dat overeenstemt met de kosten voor
stroomlevering. Het staat geenszins vast, wat onder deze
kosten moet worden begrepen. Dank zij een zeer bijzonder ta-
rief, dat het Gemeente Energiebedrijf aan mijn dienst in
rekening brengt, wordt aan zuivere stroomkosten slechts een
gering bedrag per jaar betaald (in 1939 bedroeg dit f 1452,-).
Daarbij kwam een bedrag van f 893,-, wegens ~~[onleesbaar]~~ door het
Gemeente Energiebedrijf terzake van de verlichting gemaakte
onkosten en voorts een bedrag van f 1552,-, wegens de ver-
zorging van de uitgifte der voor de verlichting benoodigde
snoeren. In totaal werd derhalve in 1939 een bedrag van rond
f 3.900,- uitgegeven. Zou men alleen dit bedrag op het ver-
schuldigde marktgeld in mindering brengen, dan zou dit uiter-
aard op de vele duizenden marktplaatsen, die jaarlijks wor-
den uitgegeven, slechts een uiterst geringe reductie uit-
maken, welke voor de kooplieden geen enkel belang zou heb-
ben. Voor het in mindering brengen van de kosten van rente
en afschrijving der marktverlichting, bestaat mijns inziens
hoegenaamd geen reden, omdat deze kosten moeten worden opge-
bracht, daargelaten de vraag of de verlichting al dan niet
wordt gebruikt.

Terwijl dus het alleen in mindering brengen van de
kosten van stroomlevering voor de belanghebbenden geen be-
teekenis heeft, heb ik, zooals ik U onlangs reeds mondeling Dit document betreft een ambtelijk advies aan de wethouder over een verzoek van marktkooplieden. Vanwege de verplichte verduistering tijdens de oorlog kunnen de marktkramen niet meer elektrisch verlicht worden. De vereniging "Ons Belang" vraagt daarom om een korting op het marktgeld, omdat zij betalen voor een faciliteit (licht) die zij nu niet kunnen gebruiken.

De opsteller van het advies wijst dit verzoek feitelijk af met de volgende argumenten:
1. Geen directe lichtheffing: Er is geen aparte post voor licht; het marktgeld is simpelweg hoger op markten waar elektriciteit beschikbaar is.
2. Verwaarloosbare kosten: De werkelijke kosten voor de verbruikte stroom zijn zeer laag (slechts f 1452,- op jaarbasis voor de hele stad). Verdeeld over duizenden marktplaatsen zou een korting per koopman slechts enkele centen bedragen en dus geen merkbaar verschil maken.
3. Vaste kosten lopen door: De kosten voor onderhoud (kabels/snoeren), rente en afschrijving van de installaties blijven bestaan, of de lichten nu aan mogen of niet. De gemeente moet deze kosten hoe dan ook dekken. De brief is gedateerd op 8 oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De "verduistering" (black-out) was een dwingende maatregel van de bezetter om te voorkomen dat geallieerde bommenwerpers steden als oriëntatiepunt konden gebruiken. Dit had directe economische gevolgen voor sectoren die afhankelijk waren van avond- of vroege ochtenduren, zoals de markt. Het document illustreert de frictie tussen de burgerbevolking (die financiële verlichting zoekt door oorlogsomstandigheden) en het ambtelijk apparaat (dat de gemeentelijke inkomsten en vaste lasten probeert te bewaken).

Samenvatting

Dit document betreft een ambtelijk advies aan de wethouder over een verzoek van marktkooplieden. Vanwege de verplichte verduistering tijdens de oorlog kunnen de marktkramen niet meer elektrisch verlicht worden. De vereniging "Ons Belang" vraagt daarom om een korting op het marktgeld, omdat zij betalen voor een faciliteit (licht) die zij nu niet kunnen gebruiken.

De opsteller van het advies wijst dit verzoek feitelijk af met de volgende argumenten:
1. Geen directe lichtheffing: Er is geen aparte post voor licht; het marktgeld is simpelweg hoger op markten waar elektriciteit beschikbaar is.
2. Verwaarloosbare kosten: De werkelijke kosten voor de verbruikte stroom zijn zeer laag (slechts f 1452,- op jaarbasis voor de hele stad). Verdeeld over duizenden marktplaatsen zou een korting per koopman slechts enkele centen bedragen en dus geen merkbaar verschil maken.
3. Vaste kosten lopen door: De kosten voor onderhoud (kabels/snoeren), rente en afschrijving van de installaties blijven bestaan, of de lichten nu aan mogen of niet. De gemeente moet deze kosten hoe dan ook dekken.

Historische Context

De brief is gedateerd op 8 oktober 1940, enkele maanden na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. De "verduistering" (black-out) was een dwingende maatregel van de bezetter om te voorkomen dat geallieerde bommenwerpers steden als oriëntatiepunt konden gebruiken. Dit had directe economische gevolgen voor sectoren die afhankelijk waren van avond- of vroege ochtenduren, zoals de markt. Het document illustreert de frictie tussen de burgerbevolking (die financiële verlichting zoekt door oorlogsomstandigheden) en het ambtelijk apparaat (dat de gemeentelijke inkomsten en vaste lasten probeert te bewaken).

Kooplieden in dit dossier 78

A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Hagenaar Zwanenburgwal ziet geen kans momenteel zijn brood op de markt te verdienen
Aäron van Praag Uilenburg blijft voorloopig in steun
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
C. Heilbron meerdere Kan voorloopig plaats niet innemen. Geen handel.
C. Heilbron meerdere Kan voorloopplaats niet innemen. Geen handel. *34 Amb*
C.H. Roelofs Uilenburg idem
C. van Kampen Uilenburg idem
v. Kampen Uilenburg idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem *11/6 - Amb 95*
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Korthoef Uilenburg idem
G.A. Mol Uilenburg idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem *P.D. 35*
G.H. Tap Uilenburg idem
G.H. Tap Uilenburg idem
G.S. Tonglet Waterlooplein idem
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun.
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun. *35 Amb*
H. Schouten Waterlooplein idem
H. Schouten Waterlooplein idem
B.H. Bluhm Uilenburg idem
I.B.H. Bluhm *onb* Uilenburg idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
J.C. Serrarens Uilenburg idem
J.C. Serrarens Uilenburg idem
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1