Archiefdocument
Origineel
- Verlichte markten. № 20/29/2 M. 1940 Ⅰ
één lamp. tarief.
Waterlooplein per halfjaar ƒ 23.70
Nieuwmarkt " week 1.05
Lindengracht " dag 0.25
Zaterdag 0.50
twee lampen.
Alb. Cuypstraat per halfjaar 31.50
Ten Katestraat " week 1.35
" dag 0.35
Zaterdag 0.75
De verlichte gedeelten van de markten
leverden in 1939 aan marktgeld op ƒ 77.408,65
Bij een reductie op de markten met één lamp van:
ƒ 11.70 op het tarief per halfjaar (ƒ 23.70 - ƒ 12.-- = 11.70)
0.45 " " " " week ( 1.05 - 0.60 = 0.45)
0.10 " " " " dag ( 0.25 - 0.15 = 0.10)
0.35 " " " " Zaterdag ( 0.50 - 0.15 = 0.35)
en op de markten met 2 lampen van
ƒ 19.50 op het tarief per halfjaar (31.50 - 12.-- = ƒ 19.50)
0.75 " " " " week ( 1.35 - 0.60 = 0.75)
0.20 " " " " dag ( 0.35 - 0.15 = 0.20)
0.60 " " " " Zaterdag ( 0.75 - 0.15 = 0.60)
zou de opbrengst per jaar worden 38.191.50
----------
Totale reductie per jaar ƒ 39.217.15
----------
rond 40.000.--
[in rode inkt:]
Reductie op de verlichte markten
tot het tarief van de onverlichte markten Het document betreft een boekhoudkundige raming van de gemeente Amsterdam. Er wordt een vergelijking gemaakt tussen de werkelijke marktinkomsten van 1939 en de verwachte inkomsten na een voorgestelde tariefverlaging.
De berekening toont aan dat het gelijktrekken van de tarieven van 'verlichte' markten (zoals het Waterlooplein en de Albert Cuypstraat) met die van 'onverlichte' markten, de stad jaarlijks ongeveer ƒ 40.000,-- aan inkomsten zou kosten. Per standplaats betekent dit een halvering van het tarief (bijv. van ƒ 23,70 naar ƒ 12,00 per halfjaar). De wiskundige precisie (tot op de cent nauwkeurig, daarna afgerond) duidt op een formeel besluitvormingsproces binnen de gemeentelijke financiën. De datering "M. 1940" is historisch zeer relevant. In mei 1940 werd Nederland bezet door nazi-Duitsland. Een direct gevolg van de oorlogstoestand was de strikte verduisteringsplicht (om geallieerde bommenwerpers te hinderen). Omdat de markten door deze maatregelen in de vroege ochtend of late middag niet meer verlicht mochten worden, konden de kooplieden ook niet langer worden belast voor deze dienst.
De rode aantekening onderaan het document bevestigt dat de "reductie" bedoeld is om de extra kosten voor verlichting te schrappen. Dit document is dus een direct bewijs van hoe de oorlogsmaatregelen onmiddellijk ingrepen in de lokale economie en de gemeentebegroting van Amsterdam.