Financieel overzicht/berekening betreffende markttarieven.
Origineel
Financieel overzicht/berekening betreffende markttarieven. 1939. II
De verlichte gedeelten van de markten
leverden in 1939 aan marktgeld op ƒ 77.408,65
Bij een reductie op alle markten met één lamp van:
ƒ 7.70 op het tarief per halfjaar ƒ 23.70 - ƒ 16.- 7.70
" 0.25 " " " week 1.05 - 0.80 0.25
" 0.05 " " " dag 0.25 - 0.20 0.05
" 0.30 " " " Zaterdag 0.80 - 0.50 0.30
en op alle markten met 2 lampen van
ƒ 15.50 op het tarief per halfjaar ƒ 31.50 - 16.- 15.50
" 0.55 " " " week 1.35 - 0.80 0.55
" 0.15 " " " dag 0.35 - 0.20 0.15
" 0.55 " " " Zaterdag 0.75 - 0.20 0.55
Zou de opbrengst per jaar zijn ƒ 50.922,40
Totale reductie per jaar ƒ 26.486,25
(In rode inkt:)
Geleidelijke reductie op de verlichte
markten * Onderwerp: Het document betreft een beleidsmatige doorrekening van marktgelden. Het focuspunt ligt op de extra inkomsten die de gemeente genereerde door verlichting (één of twee lampen per kraam).
* Methodiek: De schrijver berekent het verschil tussen het toenmalige tarief en een lager doeltarief (waarschijnlijk een standaardtarief zonder verlichtingstoeslag). Bijvoorbeeld: voor een kraam met 1 lamp was het tarief ƒ 23,70 per halfjaar. Men wilde dit verlagen naar ƒ 16,00, wat een reductie van ƒ 7,70 per eenheid oplevert.
* Financiële impact: De totale jaaropbrengst in 1939 bedroeg ƒ 77.408,65. Indien de voorgestelde tariefverlagingen volledig zouden worden doorgevoerd, zou de opbrengst dalen naar ƒ 50.922,40, wat een jaarlijkse derving van ƒ 26.486,25 betekent.
* Besluitvorming: De rode tekst onderaan ("Geleidelijke reductie...") suggereert dat men niet in één keer tot de volledige verlaging overging, maar koos voor een gefaseerde aanpak om de gemeentelijke begroting te ontzien. Dit document stamt uit 1939, een periode waarin gemeentelijke marktbesturen (zoals die van Amsterdam of Rotterdam) hun marktverordeningen en tarieven herzag. Markten waren een cruciale bron van inkomsten voor steden en een belangrijke plek voor de voedselvoorziening. De discussie over tarieven was vaak een spanningsveld tussen de noodzaak van gemeentelijke inkomsten en de lastendruk voor de marktlui. Het gebruik van "ƒ" verwijst naar de Nederlandse gulden. De Romeinse II suggereert dat dit blad onderdeel is van een meerledig rapport of voorstel aan een college van B&W of een gemeenteraadscommissie.
Samenvatting
- Onderwerp: Het document betreft een beleidsmatige doorrekening van marktgelden. Het focuspunt ligt op de extra inkomsten die de gemeente genereerde door verlichting (één of twee lampen per kraam).
- Methodiek: De schrijver berekent het verschil tussen het toenmalige tarief en een lager doeltarief (waarschijnlijk een standaardtarief zonder verlichtingstoeslag). Bijvoorbeeld: voor een kraam met 1 lamp was het tarief ƒ 23,70 per halfjaar. Men wilde dit verlagen naar ƒ 16,00, wat een reductie van ƒ 7,70 per eenheid oplevert.
- Financiële impact: De totale jaaropbrengst in 1939 bedroeg ƒ 77.408,65. Indien de voorgestelde tariefverlagingen volledig zouden worden doorgevoerd, zou de opbrengst dalen naar ƒ 50.922,40, wat een jaarlijkse derving van ƒ 26.486,25 betekent.
- Besluitvorming: De rode tekst onderaan ("Geleidelijke reductie...") suggereert dat men niet in één keer tot de volledige verlaging overging, maar koos voor een gefaseerde aanpak om de gemeentelijke begroting te ontzien.
Historische Context
Dit document stamt uit 1939, een periode waarin gemeentelijke marktbesturen (zoals die van Amsterdam of Rotterdam) hun marktverordeningen en tarieven herzag. Markten waren een cruciale bron van inkomsten voor steden en een belangrijke plek voor de voedselvoorziening. De discussie over tarieven was vaak een spanningsveld tussen de noodzaak van gemeentelijke inkomsten en de lastendruk voor de marktlui. Het gebruik van "ƒ" verwijst naar de Nederlandse gulden. De Romeinse II suggereert dat dit blad onderdeel is van een meerledig rapport of voorstel aan een college van B&W of een gemeenteraadscommissie.