Administratief financieel overzicht / calculatieblad.
Origineel
Administratief financieel overzicht / calculatieblad. Zaterdagsheffingen [onderstreept in rood] III [doorgehaald]
De zaterdagen brengen op 4 mislukte markten
per jaar op:
Alb. Cuypstraat f 694.50
Nieuwmarkt 649.--
Ten Katestraat 571.50
Lindengracht 1835.--
--------- totaal 3.750.--
Bij volledige reductie zouden zij opbrengen:
Alb. Cuypstraat f 130.90
Nieuwmarkt 194.70
Ten Katestraat 114.30
Lindengracht 550.50
--------- totaal 990.40
--------
nadelig verschil 2.751.60
Bij gedeeltelijke reductie zouden zij opbrengen
Alb. Cuypstraat f 195.20
Nieuwmarkt 259.60
Ten Katestraat 152.40
Lindengracht 724.--
--------- 1.331.20
--------
normale opbrengst 3.750.--
--------
nadelig verschil 2.420.80 * Handschrift: Het betreft een geoefend, ambtelijk cursief handschrift. Kenmerkend zijn de verbonden letters en het gebruik van een boogje boven de 'u' (zoals in "Cuypstraat") om verwarring met de 'n' te voorkomen.
* Terminologie:
* Mislukte markten: Hiermee wordt gedoeld op marktdagen met extreem slecht weer of andere omstandigheden waardoor de opbrengst uit standgelden of heffingen minimaal is.
* Reductie: De verlaging of kwijtschelding van heffingen die de marktmeester toepaste bij slechte omstandigheden.
* Rekenkundige opmerkingen:
* In het tweede blok bedraagt het verschil tussen de normale opbrengst (3.750) en de gereduceerde opbrengst (990.40) feitelijk 2.759.60. De schrijver noteert echter 2.751.60 (een verschil van 8 gulden).
* In het derde blok bedraagt het verschil tussen 3.750 en 1.331.20 feitelijk 2.418.80. De schrijver noteert 2.420.80 (een verschil van 2 gulden).
* Deze discrepanties kunnen duiden op het meerekenen van niet-gespecificeerde vaste kosten of simpelweg op kleine rekenfouten van de administrateur. Dit document is hoogstwaarschijnlijk afkomstig uit het archief van de Amsterdamse Marktdienst. Het biedt inzicht in de financiële planning en risicoanalyse van de gemeente Amsterdam met betrekking tot haar grootste markten. De Albert Cuypmarkt werd in 1905 officieel als dagmarkt aangewezen; de andere genoemde locaties zijn eveneens iconische Amsterdamse marktplaatsen. De berekening dient om te bepalen hoeveel inkomsten de stad misloopt wanneer marktkooplieden gecompenseerd worden voor slechte handelsdagen, een praktijk die de sociale en economische verbondenheid tussen de gemeente en de ambulante handelaren illustreert.