Ambbtelijke brief / memorandum.
Origineel
Ambbtelijke brief / memorandum. 3 december 1940. [Linksboven, handgeschreven:]
s doorst.
[Getypt:]
Wijzing Reglement
Centrale Markt.
[Rechtsboven, getypt:]
Amsterdam, 3 Dec. 1940.
[Midden boven, getypt:]
W.L.M.
[Groot in rood potlood over de kop:]
17 / 1 / 1 M
[Linkermarge, handgeschreven:]
2/1-141 [symbool]
[Linkerzijde, handgeschreven in rood potlood/pen:]
?
Ik weet niet of het weg, volgens boekhouding (Contant) HD
[Linksonder, handgeschreven in zwarte inkt:]
L overeenkomstig
[Hoofdtekst, getypt:]
Hiermede heb ik de eer voor het volgende Uw aandacht te vragen.
Krachtens artikel 14 van het Reglement op de Centrale Markt worden plaatsen uitgegeven, voor zoover de beschikbare ruimte dit toelaat, aan personen, wien toegang tot de Centrale Markt wordt verleend.en die zich als gegadigde opgeven bij den directeur van het Marktwezen of den door dezen aan te wijzen ambtenaar.
De grossier A.Ootjers, wien als verkooper toegang tot de Centrale Markt is verleend, heeft van Januari tot en met Augustus 1940 een maandplaats bezet in de hal; Ootjers komt zelf nooit op de markt, als personeel van Ootjers stond op deze plaats de zoon J.Ootjers. Ootjers Jr. verkreeg einde Augustus een groothandelserkenning van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale en bezet sedertdien als zelfstandig grossier een plaats op de markt. Ootjers Sr. nam daarop zijn schoonzoon, Wagenaar, als personeel in dienst en deze bezet thans de plaats, omdat Ootjers Sr. ook thans niet ter markt komt. ~~Een zelfde~~ [doorgehaald, vervangen door:] hetzelfde geval doet zich voor bij den grossier D.Leegwater. Leegwater huurde voor het jaar 1940 pakhuis A 7 op de Centrale Markt, zijn zoon is als personeel bij hem in dienst en drijft de zaken in dit pakhuis, daar Leegwater Sr. nimmer op de markt komt; sedert September jl. bezet Leegwater Sr. bovendien een plaats op de markt, waar een anderen zoon van hem, wien eveneens als personeel toegang tot de Centrale Markt is verleend, zoogenaamd op naam van zijn vader, zaken drijft. Op deze wijze kunnen dus grossiers, die zelf nimmer ter markt komen, voor personen toegang tot de markt verkrijgen, die, zij het gecamoufleerd, zelfstandig zaken drijven, hoewel zij niet ~~ook~~ [doorgehaald] in het bezit zijn van de vereischte erkenning der Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale. Bovendien kan op deze wijze het aantal verkoopers ongehinderd worden uitgebreid, hetgeen, zooals U bekend is, ongewenscht wordt geacht en tot moeilijkheden met den handel aanleiding kan geven. Formeel kan ik hiertegen aan de * Kernproblematiek: De brief kaart een omzeiling van de marktreglementen aan. Gevestigde grossiers (zoals Ootjers en Leegwater) behouden hun marktplaatsen op papier, maar laten deze in de praktijk exploiteren door familieleden (zonen, schoonzoon) die zich voordoen als personeel, maar feitelijk als zelfstandige handelaren opereren.
* Regelgeving: De brief verwijst naar Artikel 14 van het Reglement op de Centrale Markt. Het probleem is dat deze 'gecamoufleerde' handelaren niet beschikken over de vereiste erkenning van de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale.
* Beleidsdoel: De auteur waarschuwt dat deze praktijk leidt tot een ongewenste, ongehinderde uitbreiding van het aantal verkopers, wat de marktordening verstoort.
* Administratieve sporen: De diverse handgeschreven noten en codes duiden op een actieve behandeling binnen de gemeentelijke of marktbureaucratie. De paraaf 'HD' bij de opmerking over de boekhouding wijst op een interne controle of verificatie. Dit document stamt uit de beginperiode van de Duitse bezetting van Nederland (december 1940). In deze periode werd de economie in toenemende mate onder centraal toezicht gesteld via organisaties zoals de Nederlandsche Groenten- en Fruitcentrale (NGF). Deze centrale was verantwoordelijk voor de distributie en prijsvorming van groenten en fruit.
De Centrale Markt in Amsterdam (aan de Jan van Galenstraat) was het kloppend hart van de voedselvoorziening in de stad. Handhaving van strikte regels was voor de autoriteiten cruciaal om controle te houden op de voedselstromen en om de vorming van een zwarte markt of ongecontroleerde tussenhandel tegen te gaan. De brief illustreert hoe handelaren trachtten mazen in de wet te vinden door gebruik te maken van familiale netwerken om hun invloed en handelsruimte te behouden of uit te breiden buiten de officiële erkenningen om.