Dienstbrief / Ambtenarencorrespondentie.
Origineel
Dienstbrief / Ambtenarencorrespondentie. 30 mei 1941 (met latere stempels tot 11 juni 1941). Marktwezen Amsterdam (Jan van Galenstraat 14). Wethouder voor de Levensmiddelen, Amsterdam. [Linksboven, handgeschreven:]
C 352
[Stempels bovenaan:]
№ 389 L.M. 1941 3/6
№ 373 S.Z. 1941 4/6
A.Z. Model No. 8a-5000-6-’40-1070
Marktwezen Amsterdam
Jan van Galenstraat 14 (West)
Telefoon 85151
[Stempel midden-boven:]
Gem. Bur. Maatsch. Steun
Ingekomen: 11 JUNI 1941
Indicateur № 12503
[Stempel rechtsboven:]
11 JUN. 1941 HG.
AFD. ONG. WERKL.
Aan: den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Verzoeke bij beantwoording datum en nummer van dezen brief te vermelden
No: 17/2/8 M.
Bijlagen: 1
Datum: 30 Mei 1941.
Onderwerp: Toepassing artikel 11c Reglement op de Markten.
Ten vervolge op mijn brief d.d. 4 April jl. (No.17/2/5 M.) heb ik de eer U in bijlage dezes een achttiende opgave te doen geworden van personen, die langer dan vier achtereenvolgende maanden hun vaste plaats op de markten niet hebben bezet, op grond van het feit, dat het hun wegens verleende ondersteuning niet was toegestaan hun zaken te doen en voor wie ik voornemens ben artikel 11c van het Reglement op de Markten toe te passen.
Ten aanzien van de op de onderhavige lijst voorkomende personen is de gedragslijn gevolgd omschreven in mijn brief d.d. 8 Maart 1937 (No.17/5/1 M.), waaraan U, blijkens Uw apostille d.d. 10 April 1937 No.330 L.M.1936 wel Uw goedkeuring heeft willen hechten.
[Rechtsonder:]
De Directeur,
[Handtekening: J. v.d. Zee]
Wnd.
[Linksonder, paars kaderstempel:]
De Wethouder voor de Levensmiddelen, Wasch- en Schoonmaak-, Bad- en Zweminrichtingen stelt deze in handen van: den Heer Wethouder van Sociale Zaken om advies.
A’dam, 3 Juni 1941
[Linkermarge, verticaal kaderstempel:]
No. 373 S.Z. 1941
van Wethouder v/d Sociale Zaken aan den Heer Dir. v. S.Z., ter verdere behandeling. 10 JUNI 1941
met verzoek om advies.
Datum 9 Juni 1941 [Paraaf] * Kernproblematiek: De brief beschrijft een bureaucratisch conflict voor marktkooplieden. Wie "ondersteuning" (sociale bijstand) ontving, mocht van de gemeente niet werken (zijn marktplaats bezetten). Echter, volgens de marktrelementen (Art. 11c) verliest een koopman zijn vaste standplaats als hij deze langer dan vier maanden niet gebruikt.
* Administratieve route: De brief start bij het Marktwezen, gaat naar de Wethouder Levensmiddelen (die over de markten ging), die het op zijn beurt voor advies doorstuurt naar de Wethouder Sociale Zaken (verantwoordelijk voor de steunverlening en de Afdeling Ongeorganiseerde Werklozen - AFD. ONG. WERKL.).
* Toon: Zeer formeel en procedureel ("heb ik de eer U... te doen geworden"). Het betreft hier al de "achttiende opgave", wat duidt op een structureel probleem in deze oorlogsjaren.
* Functionarissen: De brief is ondertekend door de waarnemend (Wnd.) directeur van het Marktwezen. Dit document stamt uit mei/juni 1941, ruim een jaar na de start van de Duitse bezetting van Nederland. De economische omstandigheden waren zwaar; veel kleine zelfstandigen waren afhankelijk van de "steun" (Gemeentelijk Bureau voor Maatschappelijke Steun).
De bezetter streefde naar een strakke controle op de arbeidsmarkt en de voedselvoorziening. Het feit dat marktkooplieden hun vergunning dreigden te verliezen omdat ze door armoede een beroep moesten doen op de bijstand, illustreert de precaire positie van de Amsterdamse middenstand in deze periode. In de context van 1941 moet men ook rekening houden met de anti-Joodse maatregelen die in deze periode de toegang tot markten voor Joodse Amsterdammers steeds verder beperkten, hoewel dit specifieke document daar (nog) niet expliciet over rept, gaat het hier om de algemene handhaving van marktverordeningen.