Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 272
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Officieel afschrift van een brief.

12 februari 1941. Van: Provinciaal Bestuur van Noordholland (Gedeputeerde Staten). Aan: Burgemeester en Wethouders van Amsterdam.

Origineel

Officieel afschrift van een brief. 12 februari 1941. Provinciaal Bestuur van Noordholland (Gedeputeerde Staten). Burgemeester en Wethouders van Amsterdam. No.17/4/1 M.1941 28/2 AFSCHRIFT.

No.1082 L.M.1940.

PROVINCIAAL BESTUUR VAN NOORDHOLLAND.

3e Afd.B.
No.188 Haarlem, 12 Februari 1941.
Onderwerp:
Plaatselijke belasting.
2 bijlagen.

Wij hebben de eer U hierbij te doen toekomen een afschrift van een uittreksel uit het besluit van den Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken van 31 Januari 1941, B.Z.no.1 B.B., houdende goedkeuring van het besluit van den Raad Uwer gemeente tot wijziging der verordening op de heffing van markt-, standplaats- en ventgelden.

Gedeputeerde Staten van
Noordholland,
w.g.Backer,
1e Voorzitter,
w.g.onleesbaar
Griffier.

Aan Heeren Burgemeester en
Wethouders van Amsterdam. Dit document is een formele mededeling van het provinciaal bestuur van Noord-Holland aan het gemeentebestuur van Amsterdam. In de brief wordt bevestigd dat de Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandse Zaken op 31 januari 1941 officieel goedkeuring heeft verleend aan een besluit van de Amsterdamse gemeenteraad.

Dit raadsbesluit betrof een wijziging in de lokale belastingverordening voor marktgelden, standplaatsgelden en ventgelden. Het document dient als bewijs van de administratieve afhandeling en autorisatie van lokale fiscale regelgeving door het centrale (onder toezicht staande) bestuur. De datum van het document, 12 februari 1941, plaatst deze brief midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De terminologie "Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken" is hierbij kenmerkend; na het vertrek van de Nederlandse regering naar Londen in 1940 werden de ministeries bestuurd door de hoogste ambtenaren (Secretarissen-Generaal) onder direct toezicht van de Duitse bezetter.

Opmerkelijk is dat dit document is gedateerd slechts enkele dagen voor de uitbraak van de Februaristaking (25-26 februari 1941) in Amsterdam. Terwijl de stad op het punt stond te ontploffen door sociale en politieke spanningen vanwege de Jodenvervolging, ging de bureaucratische molen van het openbaar bestuur, zoals blijkt uit deze correspondentie over marktgelden, ogenschijnlijk onverstoorbaar door. De brief toont de voortzetting van het reguliere bestuurlijke apparaat onder abnormale oorlogsomstandigheden.

Samenvatting

Dit document is een formele mededeling van het provinciaal bestuur van Noord-Holland aan het gemeentebestuur van Amsterdam. In de brief wordt bevestigd dat de Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandse Zaken op 31 januari 1941 officieel goedkeuring heeft verleend aan een besluit van de Amsterdamse gemeenteraad.

Dit raadsbesluit betrof een wijziging in de lokale belastingverordening voor marktgelden, standplaatsgelden en ventgelden. Het document dient als bewijs van de administratieve afhandeling en autorisatie van lokale fiscale regelgeving door het centrale (onder toezicht staande) bestuur.

Historische Context

De datum van het document, 12 februari 1941, plaatst deze brief midden in de Tweede Wereldoorlog tijdens de Duitse bezetting van Nederland. De terminologie "Secretaris-Generaal van het Departement van Binnenlandsche Zaken" is hierbij kenmerkend; na het vertrek van de Nederlandse regering naar Londen in 1940 werden de ministeries bestuurd door de hoogste ambtenaren (Secretarissen-Generaal) onder direct toezicht van de Duitse bezetter.

Opmerkelijk is dat dit document is gedateerd slechts enkele dagen voor de uitbraak van de Februaristaking (25-26 februari 1941) in Amsterdam. Terwijl de stad op het punt stond te ontploffen door sociale en politieke spanningen vanwege de Jodenvervolging, ging de bureaucratische molen van het openbaar bestuur, zoals blijkt uit deze correspondentie over marktgelden, ogenschijnlijk onverstoorbaar door. De brief toont de voortzetting van het reguliere bestuurlijke apparaat onder abnormale oorlogsomstandigheden.

Kooplieden in dit dossier 78

A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Hagenaar Zwanenburgwal ziet geen kans momenteel zijn brood op de markt te verdienen
Aäron van Praag Uilenburg blijft voorloopig in steun
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
C. Heilbron meerdere Kan voorloopig plaats niet innemen. Geen handel.
C. Heilbron meerdere Kan voorloopplaats niet innemen. Geen handel. *34 Amb*
C.H. Roelofs Uilenburg idem
C. van Kampen Uilenburg idem
v. Kampen Uilenburg idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem *11/6 - Amb 95*
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Korthoef Uilenburg idem
G.A. Mol Uilenburg idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem *P.D. 35*
G.H. Tap Uilenburg idem
G.H. Tap Uilenburg idem
G.S. Tonglet Waterlooplein idem
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun.
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun. *35 Amb*
H. Schouten Waterlooplein idem
H. Schouten Waterlooplein idem
B.H. Bluhm Uilenburg idem
I.B.H. Bluhm *onb* Uilenburg idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
J.C. Serrarens Uilenburg idem
J.C. Serrarens Uilenburg idem
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1