Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 312
Dossier 22
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijk rapport (afschrift).

29 mei 1941 (begeleidende brief) / 21 mei 1941 (rapport).

Origineel

Ambtelijk rapport (afschrift). 29 mei 1941 (begeleidende brief) / 21 mei 1941 (rapport). Behoort bij brief no. 18/4/15 M. d.d. 29 Mei 1941 aan den heer Wethouder voor
de Levensmiddelen van den Directeur van het Marktwezen.
No. 18/4/12 M. 1941 21/5 AFSCHRIFT.
===================================

R a p p o r t .

Betreffende:
4 standplaatshouders
Ruyschstraat - Camperstraat.
Verplaatsing wegens aanleg
trambaan.

Aan den Heer Inspecteur
voor het Marktwezen,
Alhier.

Bovenbedoelde 4 standplaatshouders zijn respectievelijk:
I. Swart haring, ger. en gest., gedroogde
en gezouten visch E rood (bestaande standpl.)
I. Cohen groente en fruit 10 groen (nieuwe " )
Z. Delden fruit 14 groen ( " " )
I. Loonstijn fruit 17 groen ( " " )

Hedenochtend heb ik ingevolge Uw opdracht, nogmaals polshoogte genomen
in de Ruyschstraat, om indien mogelijk voor bovengenoemde standplaatshouders
toch nog een plaats te vinden.

Wat de 4 punten,- waar eventueel genoemde kooplieden zouden moeten
staan - aangaat, moet er één van vervallen, en wel de hoek Camperstraat -
Ruyschstraat, daar dan één van deze menschen zoo ongeveer voor de keuken van
de Kraaminrichting zou komen te staan, wat van beide kanten bezwaren onder-
vindt - zoowel van de Directie der Kraaminrichting, als van de aan te wijzen
standplaatshouder. Ook de Politie deelt dit bezwaar en mijns inziens zeer te-
recht. Maar hier is toch een oplossing voor gevonden, zooals U onderstaand
zult lezen. Ook was een bezwaar, dat de diverse trottoirs maar een breedte
hebben van 2 meter, doch dit wordt in de toekomst beter. De heer Verwey van
Publieke Werken deelde hieromtrent mede, dat deze binnen afzienbaren tijd
verbreed worden tot 4 meter. Alleen vroeg deze of de toekomstige tramhaltes
geen last zouden ondervinden hierdoor.

Indien echter de standplaatshouders tegen de gevels, op het verhoogde
voetpad komen te staan, behoeft dit voor niemand eenige last te zijn. Onder de
gegeven omstandigheden kan de Politie zich met deze oplossing wel vereenigen,
temeer omdat de 2 winkeliers (S. Cohen - bakkerij en J. Mulder - slagerij) be-
reid zijn mede te werken, en geen bezwaar hebben, dat zij elk een standplaats-
houder tegen hun gevel aan krijgen.

Na bespreking op het stadhuis met de Afdeeling Levensmiddelen en de
Afdeeling Publieke Werken heb ik in overleg met het Hoofdbureau van Politie
de volgende oplossing gevonden.

  1. E rood I. Swart - handkar - met gerookte en gestoomde, gezouten en ge-
    droogde visch.

    Het verhoogde voetpad van de Ruyschstraat, onmiddellijk
    tegen den gevel van de bakkerij van den heer S. Cohen, grenzende
    aan perceel Ruyschstraat 105, op 6 m. van gevelrooilijn Camper-
    straat.

  2. 17 groen I. Loonstijn - handkar - met fruit.
    Het verhoogde voetpad van de Ruyschstraat, onmiddellijk
    tegen den gevel van de werkplaats, behoorende bij de slagerij van
    den heer J. Mulder, grenzende aan perceel Ruyschstraat 124, op 7
    meter afstand gevelrooilijn Camperstraat.

3 en
4 10 groen I. Cohen - handkar - met groente en fruit }
14 groen Z. Delden - handkar - fruit } Wisselplaatsen A/B Dit document is een ambtelijk rapport over de herinrichting van de openbare ruimte in de Amsterdamse Oosterparkbuurt. Door de aanleg van een trambaan (de verlenging van lijn 3) moesten marktkooplieden in de Ruyschstraat worden verplaatst.

De tekst belicht de complexe afstemming tussen verschillende gemeentelijke diensten:
* Marktwezen: Verantwoordelijk voor de standplaatsen en de ondernemers.
* Publieke Werken: Verantwoordelijk voor de infrastructuur (trottoirs en tramlijn).
* Politie: Verantwoordelijk voor de openbare orde en verkeersveiligheid.
* Wethouder voor de Levensmiddelen: Het politieke aanspreekpunt voor de marktvoorziening.

Opvallend is de pragmatische oplossing waarbij ondernemers met een vaste winkel (bakker S. Cohen op nummer 105 en slager J. Mulder op nummer 124) toestemming geven om een handkar voor hun gevel te laten staan. Ook wordt melding gemaakt van bezwaren vanuit de nabijgelegen "Kraaminrichting" (de voorloper van het latere Onze Lieve Vrouwe Gasthuis), die geen kooplieden voor de keukengalerij wilde hebben. Het document dateert van mei 1941, een jaar na de start van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het rapport op het eerste gezicht een louter logistieke kwestie lijkt, is de historische context beladen:

  1. Joodse marktkooplieden: De namen van de betrokken kooplieden (Swart, Cohen, Delden, Loonstijn) wijzen erop dat zij van Joodse afkomst zijn. In de Oosterparkbuurt woonden destijds veel Joodse Amsterdammers.
  2. Anti-Joodse maatregelen: In 1941 intensiveerde de bezetter de vervolging. In de zomer van 1941 (slechts enkele maanden na dit rapport) werden Joodse marktkooplieden door de bezetter verbannen van de reguliere markten en werden zij gedwongen hun waren op speciale "Joodsche markten" te verkopen. Dit rapport toont de situatie vlak voor deze volledige segregatie.
  3. Het dagelijks leven onder bezetting: Het document laat zien dat het gemeentelijk apparaat, ondanks de oorlog en bezetting, doorging met reguliere werkzaamheden zoals stadsvernieuwing en verkeersplanning. De bakker S. Cohen (Salomon Cohen) en zijn gezin zijn later in de oorlog gedeporteerd en vermoord, wat een tragische laag toevoegt aan dit ogenschijnlijk banale document over een standplaats voor een gevel.

Samenvatting

Dit document is een ambtelijk rapport over de herinrichting van de openbare ruimte in de Amsterdamse Oosterparkbuurt. Door de aanleg van een trambaan (de verlenging van lijn 3) moesten marktkooplieden in de Ruyschstraat worden verplaatst.

De tekst belicht de complexe afstemming tussen verschillende gemeentelijke diensten:
* Marktwezen: Verantwoordelijk voor de standplaatsen en de ondernemers.
* Publieke Werken: Verantwoordelijk voor de infrastructuur (trottoirs en tramlijn).
* Politie: Verantwoordelijk voor de openbare orde en verkeersveiligheid.
* Wethouder voor de Levensmiddelen: Het politieke aanspreekpunt voor de marktvoorziening.

Opvallend is de pragmatische oplossing waarbij ondernemers met een vaste winkel (bakker S. Cohen op nummer 105 en slager J. Mulder op nummer 124) toestemming geven om een handkar voor hun gevel te laten staan. Ook wordt melding gemaakt van bezwaren vanuit de nabijgelegen "Kraaminrichting" (de voorloper van het latere Onze Lieve Vrouwe Gasthuis), die geen kooplieden voor de keukengalerij wilde hebben.

Historische Context

Het document dateert van mei 1941, een jaar na de start van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het rapport op het eerste gezicht een louter logistieke kwestie lijkt, is de historische context beladen:

  1. Joodse marktkooplieden: De namen van de betrokken kooplieden (Swart, Cohen, Delden, Loonstijn) wijzen erop dat zij van Joodse afkomst zijn. In de Oosterparkbuurt woonden destijds veel Joodse Amsterdammers.
  2. Anti-Joodse maatregelen: In 1941 intensiveerde de bezetter de vervolging. In de zomer van 1941 (slechts enkele maanden na dit rapport) werden Joodse marktkooplieden door de bezetter verbannen van de reguliere markten en werden zij gedwongen hun waren op speciale "Joodsche markten" te verkopen. Dit rapport toont de situatie vlak voor deze volledige segregatie.
  3. Het dagelijks leven onder bezetting: Het document laat zien dat het gemeentelijk apparaat, ondanks de oorlog en bezetting, doorging met reguliere werkzaamheden zoals stadsvernieuwing en verkeersplanning. De bakker S. Cohen (Salomon Cohen) en zijn gezin zijn later in de oorlog gedeporteerd en vermoord, wat een tragische laag toevoegt aan dit ogenschijnlijk banale document over een standplaats voor een gevel.

Locaties

Ruyschstraat / Camperstraat Amsterdam.

Kooplieden in dit dossier 78

A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Hagenaar Zwanenburgwal ziet geen kans momenteel zijn brood op de markt te verdienen
Aäron van Praag Uilenburg blijft voorloopig in steun
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
C. Heilbron meerdere Kan voorloopig plaats niet innemen. Geen handel.
C. Heilbron meerdere Kan voorloopplaats niet innemen. Geen handel. *34 Amb*
C.H. Roelofs Uilenburg idem
C. van Kampen Uilenburg idem
v. Kampen Uilenburg idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem *11/6 - Amb 95*
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Korthoef Uilenburg idem
G.A. Mol Uilenburg idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem *P.D. 35*
G.H. Tap Uilenburg idem
G.H. Tap Uilenburg idem
G.S. Tonglet Waterlooplein idem
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun.
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun. *35 Amb*
H. Schouten Waterlooplein idem
H. Schouten Waterlooplein idem
B.H. Bluhm Uilenburg idem
I.B.H. Bluhm *onb* Uilenburg idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
J.C. Serrarens Uilenburg idem
J.C. Serrarens Uilenburg idem
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1