Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 332
Dossier 55
Jaar 1941
Stadsarchief

Archiefdocument

27 februari 1941 Van: Waarschijnlijk een afdelingshoofd van de Gemeente Amsterdam (mogelijk Publieke Werken of Marktwezen).

Origineel

27 februari 1941 Waarschijnlijk een afdelingshoofd van de Gemeente Amsterdam (mogelijk Publieke Werken of Marktwezen). D/HG.

Extra

18/4/7 H.

27 Februari 1941.

Verleenen van standplaats-
vergunningen in de omgeving
van de Camperstraat.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Ingevolge de opdracht, vervat in Uw brief van 28 November 1940 No.1007 L.M.1940 heb ik in overleg met den Hoofdcommissaris van Politie de verleening der standplaatsvergunningen in de omgeving van de Camperstraat voorbereid.

Ik geef U beleefd in overweging, met ingang van den datum van het Besluit, waarbij Burgemeester en Wethouders een ventverbod voor de Camperstraat en omgeving zullen uitvaardigen, standplaatsvergunningen te doen verleenen aan de in bijlage dezes vermelde aanvragers (bijlage I), die de laatste maanden regelmatig in de Camperstraat en omgeving plegen te venten. Bijgaande schets (bijlage III) geeft voorts overzichtelijk aan, op welke punten in de onderhavige buurt standplaatsen zullen worden uitgegeven en welke standplaatsvergunningen daar reeds waren uitgegeven (deze laatste zijn bovendien in bijlage II nog hoofdelijk opgenomen).

De Hoofdcommissaris heeft ten aanzien van de uit te geven standplaatsen in de Ruyschstraat en bij den tunnel voor den Beukenweg (no.'s 4, 10, 12, 14 en 17 van de lijst van aanvragers) verzocht, deze vergunningen in verband met een te verwachten wijziging in de verkeerssituatie ter plaatse, voorloopig voor niet langer dan één jaar te verleenen. In deze vergunningen zou dan tevens de voorwaarde kunnen worden opgenomen, dat betrokkenen tijdig voor den vervaldatum, verlenging der vergunning dienen aan te vragen.

Overigens heeft de Hoofdcommissaris zich met de onderhavige indeeling vereenigd.

De venters H. Boeken, serie 3 no.19 en L.A. Rousson, serie 20 no.10 zijn momenteel in steun; voor hen is een plaats in de Ruyschstraat gereserveerd; zoodra zij uit den steun gaan, kunnen zij hiervoor een standplaatsvergunning aanvragen.

De venters J. Rodrigues, serie 21 no.134 en H. Peperwortel serie E.Z. no.73, die wel ter plaatse clandestien standplaats innamen, hebben afstand gedaan van een standplaats. Dit ambtelijke schrijven betreft de regulering van de straathandel in de Amsterdamse Oosterparkbuurt, specifiek rond de Camperstraat en de Ruyschstraat. De kern van het document is de overgang van informele straathandel naar een systeem van officiële standplaatsvergunningen, gepaard gaand met een verbod op los venten (rondtrekkende handel) in dat gebied.

Enkele opvallende details:
* Verkeersveiligheid: De Hoofdcommissaris van Politie bemoeit zich direct met de duur van de vergunningen bij de tunnel van de Beukenweg vanwege verwachte verkeerswijzigingen.
* Sociale aspecten: Er wordt gesproken over venters die "in steun" zijn (een werkloosheidsuitkering ontvangen). Voor hen wordt een plek gereserveerd voor wanneer zij weer zelfstandig kunnen gaan handelen.
* Handhaving: Er wordt melding gemaakt van "clandestien" (illegaal) ingenomen standplaatsen door specifieke personen die nu afzien van een officiële plek.
* Namen: De genoemde namen (Boeken, Rodrigues, Peperwortel) zijn kenmerkend voor de Joodse bevolking die in groten getale in dit deel van Amsterdam woonde en werkzaam was in de ambulante handel. Het document is gedateerd op 27 februari 1941, slechts twee dagen na het begin van de Februaristaking. Dit was een periode van extreme spanning in Amsterdam onder de Duitse bezetting.

Hoewel de brief oogt als een reguliere administratieve afhandeling van marktwezen, is de timing en locatie cruciaal. De Camperstraat en omliggende straten lagen in een buurt met veel Joodse inwoners. De Duitse bezetter voerde in deze periode steeds strengere beperkingen in voor Joodse burgers, waaronder ook beperkingen op de handel. Het "ventverbod" en de strikte regulering van standplaatsen waren instrumenten die door de bezetter en het collaborerende stadsbestuur konden worden ingezet om de Joodse economische bedrijvigheid te controleren en te beperken. Namen als Rodrigues en Peperwortel wijzen er bijna zeker op dat het hier om Joodse marktkooplieden gaat die probeerden hun nering legaal voort te zetten in een steeds vijandiger wordende omgeving.

Samenvatting

Dit ambtelijke schrijven betreft de regulering van de straathandel in de Amsterdamse Oosterparkbuurt, specifiek rond de Camperstraat en de Ruyschstraat. De kern van het document is de overgang van informele straathandel naar een systeem van officiële standplaatsvergunningen, gepaard gaand met een verbod op los venten (rondtrekkende handel) in dat gebied.

Enkele opvallende details:
* Verkeersveiligheid: De Hoofdcommissaris van Politie bemoeit zich direct met de duur van de vergunningen bij de tunnel van de Beukenweg vanwege verwachte verkeerswijzigingen.
* Sociale aspecten: Er wordt gesproken over venters die "in steun" zijn (een werkloosheidsuitkering ontvangen). Voor hen wordt een plek gereserveerd voor wanneer zij weer zelfstandig kunnen gaan handelen.
* Handhaving: Er wordt melding gemaakt van "clandestien" (illegaal) ingenomen standplaatsen door specifieke personen die nu afzien van een officiële plek.
* Namen: De genoemde namen (Boeken, Rodrigues, Peperwortel) zijn kenmerkend voor de Joodse bevolking die in groten getale in dit deel van Amsterdam woonde en werkzaam was in de ambulante handel.

Historische Context

Het document is gedateerd op 27 februari 1941, slechts twee dagen na het begin van de Februaristaking. Dit was een periode van extreme spanning in Amsterdam onder de Duitse bezetting.

Hoewel de brief oogt als een reguliere administratieve afhandeling van marktwezen, is de timing en locatie cruciaal. De Camperstraat en omliggende straten lagen in een buurt met veel Joodse inwoners. De Duitse bezetter voerde in deze periode steeds strengere beperkingen in voor Joodse burgers, waaronder ook beperkingen op de handel. Het "ventverbod" en de strikte regulering van standplaatsen waren instrumenten die door de bezetter en het collaborerende stadsbestuur konden worden ingezet om de Joodse economische bedrijvigheid te controleren en te beperken. Namen als Rodrigues en Peperwortel wijzen er bijna zeker op dat het hier om Joodse marktkooplieden gaat die probeerden hun nering legaal voort te zetten in een steeds vijandiger wordende omgeving.

Kooplieden in dit dossier 78

A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Hagenaar Zwanenburgwal ziet geen kans momenteel zijn brood op de markt te verdienen
Aäron van Praag Uilenburg blijft voorloopig in steun
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
C. Heilbron meerdere Kan voorloopig plaats niet innemen. Geen handel.
C. Heilbron meerdere Kan voorloopplaats niet innemen. Geen handel. *34 Amb*
C.H. Roelofs Uilenburg idem
C. van Kampen Uilenburg idem
v. Kampen Uilenburg idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem *11/6 - Amb 95*
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Korthoef Uilenburg idem
G.A. Mol Uilenburg idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem *P.D. 35*
G.H. Tap Uilenburg idem
G.H. Tap Uilenburg idem
G.S. Tonglet Waterlooplein idem
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun.
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun. *35 Amb*
H. Schouten Waterlooplein idem
H. Schouten Waterlooplein idem
B.H. Bluhm Uilenburg idem
I.B.H. Bluhm *onb* Uilenburg idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
J.C. Serrarens Uilenburg idem
J.C. Serrarens Uilenburg idem
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1