Formulier voor een aanvraag van een standplaatsvergunning.
Origineel
Formulier voor een aanvraag van een standplaatsvergunning. 9 januari 1941. [In de linkerbovenhoek, handgeschreven in groene inkt]: 16
Amsterdam, 9 Januari 19 41
Hiermede verzoekt ondergeteekende:
Fr. Eva Moscoviter geb: Vinkeshoornmaker
wonende 3e Oosterparkstraat
houder(ster) van ventvergunning serie W. no. 20. in aanmerking te
mogen komen voor een standplaats-vergunning
voor alle werkdagen ~~behalve den Zaterdag~~ en voor den Zondag
voor Blasiusstraat 133 (Zijgevel winkelhuizen)
van 8 uur tot 8 uur (Zaterdags en Zondags 10 uur)
Op den openbaren weg, de Blasiusstraat voor de zijgevel
van het winkelpand van de fa Kuppen - Camperstraat.
ter hoogte van perceel Blasiusstraat 133.
voor den verkoop van Fruit
met een handkar
Handteekening van de(n) aanvrager(ster),
E Moscoviter vinkeshoornmaker Dit document betreft een formele aanvraag voor een standplaatsvergunning in Amsterdam aan het begin van 1941. De aanvraagster, Eva Moscoviter-Vinkeshoornmaker, beschikt op dat moment reeds over een 'ventvergunning' (vergunning om langs de weg te handelen) met nummer W 20. Zij wenst deze om te zetten naar of aan te vullen met een vaste standplaats in de Blasiusstraat, ter hoogte van nummer 133, tegen de zijgevel van het pand van de firma Kuppen aan de Camperstraat.
Opmerkelijk is de handmatige wijziging in de voorgedrukte tekst: "behalve den Zaterdag" is doorgestreept, wat aangeeft dat zij ook op zaterdag (de joodse sjabbat) en op zondag wilde werken. Bovendien zijn voor deze dagen ruimere openingstijden aangevraagd (tot 22:00 uur in plaats van 20:00 uur). De verkoopwaar betreft fruit, dat zij vanaf een handkar aanbood. De achternamen van de aanvrager zijn kenmerkend voor de Amsterdams-Joodse gemeenschap van die tijd. De datum van de aanvraag, 9 januari 1941, is historisch zeer beladen. De aanvraag vond plaats tijdens de Duitse bezetting, precies één dag voordat de bezetter de beruchte verordening 6/41 uitvaardigde, die de registratie van alle Joden in Nederland verplicht stelde. De Oosterparkbuurt, waar mevrouw Moscoviter woonde en werkte, was een wijk met een grote Joodse populatie.
De aanvraag weerspiegelt de precaire economische situatie van veel Joodse Amsterdammers in die periode. Straathandel was een traditionele bron van inkomsten die onder de bezetting steeds zwaarder aan banden werd gelegd. Uit externe bronnen (zoals het Joods Monument) is bekend dat Eva Moscoviter-Vinkeshoornmaker (geboren in 1891) de oorlog niet heeft overleefd. Zij werd in mei 1943 in vernietigingskamp Sobibor vermoord. Dit document vormt daarmee een tastbaar spoor van haar pogingen om in een steeds vijandiger wordende wereld haar dagelijks brood te verdienen.