Aanvraagformulier voor een standplaatsvergunning.
Origineel
Aanvraagformulier voor een standplaatsvergunning. 8 januari 1941. Amsterdam, 8 Januari 1941.
Hiermede verzoekt ondergeteekende:
Gerrit Snieder 4-5-1902
wonende O. Z. Burgwal 42. Monnickendam.
houder(ster) van ventvergunning serie 2h. no. 140 in aanmerking te
mogen komen voor een standplaats-vergunning
voor alle werkdagen ~~behalve des Zaterdags en voor den Zondag~~
voor perceel Lepenplein No. 9.
van 8 uur tot 8 uur (Zaterdags 10 uur)
op het verhoogde middengedeelte van het
Lepenplein, tegenover perceel No. 9.
voor den verkoop van Alle soorten visch
met een handkar of driewielige bakfiets.
Handteekening van de(n) aanvrager(ster),
G Snieder * De aanvrager: Gerrit Snieder, een man uit Monnickendam, probeert zijn nering uit te breiden of te formaliseren in de hoofdstad. Hij is op het moment van aanvraag 38 jaar oud.
* Van venten naar standplaats: Snieder beschikt reeds over een 'ventvergunning' (waarmee hij rond mag trekken), maar vraagt nu een vaste 'standplaats-vergunning' aan. Dit duidt op de wens voor een vaste klantenkring op een specifieke plek.
* Locatie: De gekozen plek is zeer specifiek omschreven: het verhoogde middengedeelte van het Lepenplein (in Amsterdam-Oost), recht tegenover huisnummer 9.
* Handelswaar: De verkoop van "alle soorten visch" past bij de herkomst van de aanvrager; Monnickendam was en is een bekende vissersplaats.
* Arbeidstijden: De werktijden zijn aanzienlijk: twaalf uur per dag (8 tot 8), met op zaterdag zelfs een uitloop tot 10 uur 's avonds. De uitsluiting van zaterdagen en zondagen in de gedrukte tekst is doorgehaald, wat betekent dat hij juist op álle werkdagen (inclusief zaterdag) wilde staan.
* Transport: Het transportmiddel, een handkar of driewielige bakfiets, was in die tijd het standaardvervoermiddel voor kleinschalige straathandel. * Tweede Wereldoorlog: Het document dateert van januari 1941, ruim een half jaar na het begin van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel het een alledaags administratief document lijkt, vond deze aanvraag plaats in een periode van toenemende schaarste en distributiebonnen.
* Bureaucratie onder bezetting: De Nederlandse gemeentelijke bureaucratie bleef tijdens de eerste jaren van de bezetting grotendeels op de oude voet doorfunctioneren. Aanvragen voor markt- en standplaatsen werden volgens de geldende APV (Algemene Plaatselijke Verordening) afgehandeld.
* Economische overleving: Voor handelaren uit plaatsen rondom Amsterdam, zoals Monnickendam, was de Amsterdamse markt essentieel voor hun inkomen. De vissector kreeg gedurende de oorlog te maken met steeds strengere brandstofbeperkingen voor boten en distributieregels, wat de handel op straat bemoeilijkte.
* Lepenplein: Dit plein in de Weesperzijdebuurt was een woonbuurt waar een visboer op een centrale plek een goede afzetmarkt kon vinden. De verhoogde ligging van het middengedeelte bood waarschijnlijk een praktische, droge ondergrond voor een viskar. Z. Burgwal