Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 458
Dossier 75
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte notulen van een vergadering (waarschijnlijk van een gemeentelijke commissie).

1939 (gebaseerd op de referentie "no.62/179 T.M.1939").

Origineel

Getypte notulen van een vergadering (waarschijnlijk van een gemeentelijke commissie). 1939 (gebaseerd op de referentie "no.62/179 T.M.1939"). —2—

gifte van kerstboomvergunningen is overeenkomstig het advies van de Commissie gehandeld, met dien verstande, dat de aanvragen voor een standplaats vóór 1 November bij de Politie moeten worden ingediend. Hiervan is openbare kennisgeving gedaan.

Vervolgens stelt de Voorzitter aan de orde een verzoek van C.de Waal, hem in het bezit te stellen van een ventvergunning (om advies aan de Commissie gezonden onder no.62/179 T.M.1939).

De Voorzitter deelt mede, dat C.de Waal, oud 29 jaar, handelaar is in eieren en boter. Volgens inlichtingen uit de vroegere plaats zijner inwoning, Landsmeer, is komen vast te staan, dat hij sinds 1930 dit beroep uitoefent en ook omstreeks 1933 van het venten te Amsterdam zijn beroep heeft gemaakt, zij het dan ook uitsluitend door het bedienen van vaste klanten. Op grond van dit laatste zou hem in 1933 ten Stadhuize zijn medegedeeld, dat hij geen ventvergunning noodig had. Dit is echter niet meer na te gaan. Nu aanvrager veel klanten heeft verloren, wil hij probeeren met venten zich staande te houden. Het standpunt, dat de Commissie tot nu toe in dergelijke gevallen heeft ingenomen, is, dat het bedienen van vaste klanten is gelijk te stellen met venten, zoodat spreker van meening is, dat deze aanvrager voor een ventvergunning in aanmerking komt.

De heer Seegers merkt op, dat in Amsterdam eenige honderden handelaren met boter, kaas en eieren venten, zonder dat zij in het bezit zijn van een ventvergunning en er ook niet aan denken deze aan te vragen. Deze geheele groep handelaren behoort in het bezit te zijn van een ventvergunning, terwijl tegen degenen, die zonder ventvergunning hun bedrijf uitoefenen, behoort te worden opgetreden.

De Voorzitter antwoordt, dat dit een heel andere zaak is. Nu hebben we ons te bepalen tot het geval De Waal, die altijd vaste klanten heeft bediend, dus als venter is aan te merken en een ventvergunning kan krijgen nu hij daarom vraagt. Dit wil dus niet zeggen, dat iedere vaste wijklooper in boter, kaas en eieren, nu een ventvergunning zou moeten hebben. Ook andere vaste wijkloopers, zooals melkslijters en petroleumventers oefenen in de practijk hun bedrijf veelal uit zonder ventvergunning.

De heer Presser maakt bezwaar op grond van het feit, dat eertijds dergelijke vaste klantenbedieners door het Gemeentebestuur niet als venters zijn beschouwd. Aanvrager wijzigt zijn bedrijf, Dit document verslaat een discussie binnen een Amsterdamse commissie over de regulering van straathandel aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

De kern van de discussie draait om het juridische onderscheid tussen een 'wijklooper' (die vaste klanten bedient) en een 'venter' (die ongevraagd goederen aanbiedt). De aanvrager, C. de Waal, handelaar in boter en eieren uit Landsmeer, bevindt zich in een lastige positie: door klantenverlies moet hij gaan venten om te overleven, maar daarvoor heeft hij nu een vergunning nodig die hij voorheen niet hoefde te hebben.

Er ontstaat een beleidsdiscussie:
1. De Voorzitter pleit voor een pragmatische aanpak en wil de vergunning verlenen omdat de grens tussen vaste klanten bedienen en venten vervaagt.
2. De heer Seegers wijst op een handhavingsprobleem: honderden handelaren werken zonder vergunning, wat volgens hem aangepakt moet worden.
3. De heer Presser vreest voor een precedentwerking; als men vaste bezorgers als venters gaat bestempelen, verandert de status van een hele beroepsgroep. Het document dateert uit late 1939. Dit was een periode van economische onzekerheid. De mobilisatie was in gang en de economische gevolgen van de naderende oorlog begonnen voelbaar te worden (zoals gesuggereerd door het feit dat De Waal "veel klanten heeft verloren").

In deze tijd probeerde de gemeente Amsterdam de straathandel strenger te reguleren via vergunningsstelsels om wildgroei en oneerlijke concurrentie tegen te gaan. De discussie over "petroleumventers" en "melkslijters" herinnert aan een straatbeeld dat in de decennia daarna grotendeels zou verdwijnen door de opkomst van supermarkten en de aansluiting op het gasnet. C. de Waal Presser (De heer) Seegers (De heer) Gemeente Amsterdam Politie

Samenvatting

Dit document verslaat een discussie binnen een Amsterdamse commissie over de regulering van straathandel aan de vooravond van de Tweede Wereldoorlog.

De kern van de discussie draait om het juridische onderscheid tussen een 'wijklooper' (die vaste klanten bedient) en een 'venter' (die ongevraagd goederen aanbiedt). De aanvrager, C. de Waal, handelaar in boter en eieren uit Landsmeer, bevindt zich in een lastige positie: door klantenverlies moet hij gaan venten om te overleven, maar daarvoor heeft hij nu een vergunning nodig die hij voorheen niet hoefde te hebben.

Er ontstaat een beleidsdiscussie:
1. De Voorzitter pleit voor een pragmatische aanpak en wil de vergunning verlenen omdat de grens tussen vaste klanten bedienen en venten vervaagt.
2. De heer Seegers wijst op een handhavingsprobleem: honderden handelaren werken zonder vergunning, wat volgens hem aangepakt moet worden.
3. De heer Presser vreest voor een precedentwerking; als men vaste bezorgers als venters gaat bestempelen, verandert de status van een hele beroepsgroep.

Historische Context

Het document dateert uit late 1939. Dit was een periode van economische onzekerheid. De mobilisatie was in gang en de economische gevolgen van de naderende oorlog begonnen voelbaar te worden (zoals gesuggereerd door het feit dat De Waal "veel klanten heeft verloren").

In deze tijd probeerde de gemeente Amsterdam de straathandel strenger te reguleren via vergunningsstelsels om wildgroei en oneerlijke concurrentie tegen te gaan. De discussie over "petroleumventers" en "melkslijters" herinnert aan een straatbeeld dat in de decennia daarna grotendeels zou verdwijnen door de opkomst van supermarkten en de aansluiting op het gasnet.

Genoemde Personen 3

C. de Waal Presser (De heer) Seegers (De heer)

Locaties

Betreft Amsterdam (verwijzing naar "Stadhuize" en "Amsterdam").

Producten

A.G.F. (Groenten): Groente A.G.F. (Groenten): Sla Dieren: Hond Huishoudelijk: Brandstof Textiel & Kleding: Kleding Textiel & Kleding: Pet Textiel & Kleding: Stof Textiel & Kleding: Textiel Tuin & Plant: Kerstboom Vis & Zee: Aal Vis & Zee: Vis Vleeswaren: Vlees Vleeswaren: Wild Zuivel & Eieren: Boter Zuivel & Eieren: Eieren Zuivel & Eieren: Kaas Zuivel & Eieren: Melk Zuivel & Eieren: Zuivel

Thema's

Jodenster/Maatregelen

Organisaties

Gemeente Amsterdam Politie

Kooplieden in dit dossier 78

A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Hagenaar Zwanenburgwal ziet geen kans momenteel zijn brood op de markt te verdienen
Aäron van Praag Uilenburg blijft voorloopig in steun
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
C. Heilbron meerdere Kan voorloopig plaats niet innemen. Geen handel.
C. Heilbron meerdere Kan voorloopplaats niet innemen. Geen handel. *34 Amb*
C.H. Roelofs Uilenburg idem
C. van Kampen Uilenburg idem
v. Kampen Uilenburg idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem *11/6 - Amb 95*
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Korthoef Uilenburg idem
G.A. Mol Uilenburg idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem *P.D. 35*
G.H. Tap Uilenburg idem
G.H. Tap Uilenburg idem
G.S. Tonglet Waterlooplein idem
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun.
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun. *35 Amb*
H. Schouten Waterlooplein idem
H. Schouten Waterlooplein idem
B.H. Bluhm Uilenburg idem
I.B.H. Bluhm *onb* Uilenburg idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
J.C. Serrarens Uilenburg idem
J.C. Serrarens Uilenburg idem
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1