Handgeschreven memo of ambtelijke notitie.
Origineel
Handgeschreven memo of ambtelijke notitie. 27 juni 1938. ren, zal wel geschieden
door ijsventers en ook
wel door andere venters
in de omgeving van
het ziekenhuis.
Er is m.i. maar een
oplossing en dat is
een ventverbod voor
de Camperstraat.
Voorloopig kan m.i.
volstaan met aan politie
en ambtenaren van het
Marktwezen op te
dragen, tegen venters
die met luider stem
in de omgeving van
het ziekenhuis hun
waren aanprijzen, streng
op te treden.
(4e voorwaarde vent-
vergunning)
27-6-'38
[handtekening, mogelijk Mellan of dellan] De tekst is een advies of instructie over het aanpakken van overlast door straathandelaren ("venters") nabij een ziekenhuis. De schrijver constateert dat de rust wordt verstoord door ijsverkopers en andere handelaren die luidkeels hun waren aanprijzen.
De voorgestelde definitieve oplossing is een totaal "ventverbod" voor de specifieke straat. Als onmiddellijke maatregel wordt gepleit voor strengere handhaving door de politie en de dienst Marktwezen. De schrijver onderbouwt dit juridisch door te verwijzen naar de "4e voorwaarde" van de afgegeven ventvergunningen, waarin waarschijnlijk bepalingen staan over geluidsoverlast en locaties waar niet geroepen mag worden. Het ziekenhuis waarover gesproken wordt is het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG), dat gelegen is aan de Camperstraat in Amsterdam-Oost. In de jaren '30 was straathandel een belangrijke bron van inkomsten voor velen, maar de concurrentie was groot, wat vaak leidde tot agressieve en luidruchtige verkooptechnieken.
De afkorting "m.i." staat voor "mijns inziens". Het document geeft een inkijkje in de wijze waarop de gemeente Amsterdam in het interbellum probeerde de commerciële bedrijvigheid op straat in goede banen te leiden, zeker wanneer deze de zorgfuncties van de stad (zoals de rust voor ziekenhuispatiënten) in het gedrang bracht. De dienst Marktwezen was in die tijd het centrale orgaan dat toezag op alle vormen van handel op de openbare weg. Gemeente Amsterdam Marktwezen Politie
Samenvatting
De tekst is een advies of instructie over het aanpakken van overlast door straathandelaren ("venters") nabij een ziekenhuis. De schrijver constateert dat de rust wordt verstoord door ijsverkopers en andere handelaren die luidkeels hun waren aanprijzen.
De voorgestelde definitieve oplossing is een totaal "ventverbod" voor de specifieke straat. Als onmiddellijke maatregel wordt gepleit voor strengere handhaving door de politie en de dienst Marktwezen. De schrijver onderbouwt dit juridisch door te verwijzen naar de "4e voorwaarde" van de afgegeven ventvergunningen, waarin waarschijnlijk bepalingen staan over geluidsoverlast en locaties waar niet geroepen mag worden.
Historische Context
Het ziekenhuis waarover gesproken wordt is het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG), dat gelegen is aan de Camperstraat in Amsterdam-Oost. In de jaren '30 was straathandel een belangrijke bron van inkomsten voor velen, maar de concurrentie was groot, wat vaak leidde tot agressieve en luidruchtige verkooptechnieken.
De afkorting "m.i." staat voor "mijns inziens". Het document geeft een inkijkje in de wijze waarop de gemeente Amsterdam in het interbellum probeerde de commerciële bedrijvigheid op straat in goede banen te leiden, zeker wanneer deze de zorgfuncties van de stad (zoals de rust voor ziekenhuispatiënten) in het gedrang bracht. De dienst Marktwezen was in die tijd het centrale orgaan dat toezag op alle vormen van handel op de openbare weg.