Ambtelijke notitie / Correspondentie.
Origineel
Ambtelijke notitie / Correspondentie. 11 juni 1938. [Bovenzijde - handgeschreven in zwarte inkt]
869
H. de Raas
Inzake klacht Geneesheer-Directeur
O.L.V. Gasthuis over hinder van
het lawaai van venters in de Camperstraat.
Wat voor lawaai maken deze venters?
Venten ze luidkeels? En wie? Cladestiene [sic]
of pl.houders of venters?
Art. 2 sub. d Ventver. verbiedt zulks.
Wat adviseert U dus om te doen?
11/6 '38. W. Raas
[Midden - Paarse stempel]
№ 20 / 9 / 6 M. 1938 11/6
[Onderzijde - handgeschreven in zwarte inkt]
Voor zoover door mij is kunnen
worden nagegaan, zijn het niet
de cl. standplaatshouders aan
de Camperstraat die hun waren
op luidruchtige wijze te koop
aanbieden. Deze kooplieden
moeten het in hoofdzaak
hebben van de buurtbewoners,
zoodat het luidruchtig aanprij- Dit document is een interne ambtelijke notitie, waarschijnlijk van de Amsterdamse politie of de marktdienst, naar aanleiding van een klacht van de directeur van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG). De kern van de klacht is geluidsoverlast door straatverkopers (venters) in de Camperstraat, wat de rust in het ziekenhuis verstoorde.
In het bovenste gedeelte stelt een ambtenaar (W. Raas) vragen om de aard van de overlast te preciseren. Hij verwijst specifiek naar de Ventverordening (Ventver.), Artikel 2 sub d, die luidruchtig venten verbood.
In het onderste gedeelte volgt een verslag van bevindingen. De rapporteur concludeert dat de officiële standplaatshouders (de legale verkopers) waarschijnlijk niet de schuldigen zijn. Zijn argument is sociaal-economisch: zij leven van de vaste buurtbewoners en hebben het luidruchtig aanprijzen van hun waren daarom niet nodig. De suggestie blijft hangen dat het mogelijk om 'clandestiene' (illegale) venters gaat. * Locatie: De Camperstraat in Amsterdam-Oost grenst direct aan het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. Stilte rondom een ziekenhuis was (en is) van groot belang voor het herstel van patiënten.
* Tijdsbeeld: In 1938 was straathandel een essentieel onderdeel van het stadsbeeld. De "Ventverordening" was het instrument van de gemeente om de overlast van schreeuwende kooplieden en de blokkade van straten te reguleren.
* Terminologie: "Cladestiene" (bedoeld wordt: clandestiene) venters waren verkopers zonder de benodigde vergunning. "Pl.houders" verwijst naar standplaatshouders, kooplieden met een vaste toegewezen plek op de openbare weg. H. de Raas O.L.V. Gasthuis W. Raas Politie
Samenvatting
Dit document is een interne ambtelijke notitie, waarschijnlijk van de Amsterdamse politie of de marktdienst, naar aanleiding van een klacht van de directeur van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis (OLVG). De kern van de klacht is geluidsoverlast door straatverkopers (venters) in de Camperstraat, wat de rust in het ziekenhuis verstoorde.
In het bovenste gedeelte stelt een ambtenaar (W. Raas) vragen om de aard van de overlast te preciseren. Hij verwijst specifiek naar de Ventverordening (Ventver.), Artikel 2 sub d, die luidruchtig venten verbood.
In het onderste gedeelte volgt een verslag van bevindingen. De rapporteur concludeert dat de officiële standplaatshouders (de legale verkopers) waarschijnlijk niet de schuldigen zijn. Zijn argument is sociaal-economisch: zij leven van de vaste buurtbewoners en hebben het luidruchtig aanprijzen van hun waren daarom niet nodig. De suggestie blijft hangen dat het mogelijk om 'clandestiene' (illegale) venters gaat.
Historische Context
- Locatie: De Camperstraat in Amsterdam-Oost grenst direct aan het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis. Stilte rondom een ziekenhuis was (en is) van groot belang voor het herstel van patiënten.
- Tijdsbeeld: In 1938 was straathandel een essentieel onderdeel van het stadsbeeld. De "Ventverordening" was het instrument van de gemeente om de overlast van schreeuwende kooplieden en de blokkade van straten te reguleren.
- Terminologie: "Cladestiene" (bedoeld wordt: clandestiene) venters waren verkopers zonder de benodigde vergunning. "Pl.houders" verwijst naar standplaatshouders, kooplieden met een vaste toegewezen plek op de openbare weg.