Ambtelijk bijblad/notitie (Algemene Zaken Model No. 14).
Origineel
Ambtelijk bijblad/notitie (Algemene Zaken Model No. 14). Augustus 1939 (met verwijzingen naar mei 1939). [Stempel linksboven:]
BIJBLAD VAN:
M. No. 39/186/1 193 9
DOORGEZONDEN: 3/8
[Rechtsboven handgeschreven:]
337
[Centrale tekst:]
R. Kool
vraagt plaats voor haring
& zuurwaren, 1e Ooster-
parkstraat. 3/8-39 dy
[Linker marge en midden, diverse aantekeningen:]
11-151
31/5 Wil Cont. ~~Lake~~
deze zaak nog eens
bekijken? Zie ook oude
correspondentie!
Geen oude schuld.
[Drie regels tekst zwaar doorgehaald]
11-151. voor haring,
zuurwaren, gez. en ger. visch
in Oosterp. (verlengd op 31/5-’39)
19/8-’39 Th
[Rechtsonder:]
[Handtekening] 4-8-39
Insp.
Advies a.v.p.
5-8-’39 amp.
[Linksonder:]
Zie rapport 11/8-39 R
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Het document is een administratief dossierblad betreffende een vergunningsaanvraag van ene R. Kool. De kern van de aanvraag is een standplaats voor haring en zuurwaren in de 1e Oosterparkstraat. Uit de krabbels en paraven blijkt een ambtelijke molen:
* Er wordt gevraagd om de "oude correspondentie" in te zien en te controleren of er nog openstaande schulden zijn ("Geen oude schuld").
* Er wordt verwezen naar een eerdere verlenging op 31 mei 1939.
* De vergunning lijkt breder dan alleen haring en zuur; er wordt ook gesproken over "gez. en ger. visch" (gezouten en gerookte vis).
* Verschillende functionarissen (mogelijk een controleur en een inspecteur, getuige de afkortingen 'Cont.' en 'Insp.') hebben het stuk tussen 3 augustus en 19 augustus 1939 behandeld. Dit document stamt uit augustus 1939, de laatste weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse straathandel in die tijd. Standplaatsen waren schaars en aanvragers werden gecontroleerd op hun betalingsverleden bij de gemeente. De "1e Oosterparkstraat" duidt op een locatie in Amsterdam-Oost, een buurt die destijds zeer levendig was met veel kleine zelfstandige handelaren. De gebruikte terminologie (gezouten en gerookte vis, zuurwaren) is typerend voor de traditionele Amsterdamse haringkarren.
Samenvatting
Het document is een administratief dossierblad betreffende een vergunningsaanvraag van ene R. Kool. De kern van de aanvraag is een standplaats voor haring en zuurwaren in de 1e Oosterparkstraat. Uit de krabbels en paraven blijkt een ambtelijke molen:
* Er wordt gevraagd om de "oude correspondentie" in te zien en te controleren of er nog openstaande schulden zijn ("Geen oude schuld").
* Er wordt verwezen naar een eerdere verlenging op 31 mei 1939.
* De vergunning lijkt breder dan alleen haring en zuur; er wordt ook gesproken over "gez. en ger. visch" (gezouten en gerookte vis).
* Verschillende functionarissen (mogelijk een controleur en een inspecteur, getuige de afkortingen 'Cont.' en 'Insp.') hebben het stuk tussen 3 augustus en 19 augustus 1939 behandeld.
Historische Context
Dit document stamt uit augustus 1939, de laatste weken voor het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog. Het geeft een inkijkje in de strikte regulering van de Amsterdamse straathandel in die tijd. Standplaatsen waren schaars en aanvragers werden gecontroleerd op hun betalingsverleden bij de gemeente. De "1e Oosterparkstraat" duidt op een locatie in Amsterdam-Oost, een buurt die destijds zeer levendig was met veel kleine zelfstandige handelaren. De gebruikte terminologie (gezouten en gerookte vis, zuurwaren) is typerend voor de traditionele Amsterdamse haringkarren.