Ambtelijke brief/adviesnota.
Origineel
Ambtelijke brief/adviesnota. 8 december 1937. Waarschijnlijk de directeur van het Marktwezen (gezien de initialen en inhoud). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. (Handgeschreven notities bovenin de kantlijn: "Verzonden 8/12", "M. de V..." en "M. Müller")
20/43/3 M.
n 3
VP/G.
8 December 1937.
Aanwyzing van het Iepenplein
tot tydelyke hulpmarkt van de
algemeene dagmarkt.
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r.
Onder terugzending van de met Uw kantbrief d.d. 22 November jl. om advies ontvangen stukken No. 791 L.M. 1937 heb ik de eer U te berichten, dat aan de Camperstraat, de 1e Oosterparkstraat en op het Iepenplein dagelyks, - en vooral des Donderdags en Vrydags - vele venters clandestien een standplaats plegen te bezetten. Hoewel hiertegen zoowel door de Politie als dezerzyds wordt opgetreden, is het niet mogelyk om hierin verbetering te brengen, omdat de venters in zoo grooten getale ter plaatse samenkomen, dat het haast niet aangaat om te eischen, dat zy niet blyven stilstaan. Bovendien, al zouden zy blyven rondryden, dan zou dit niet verhinderen, dat de vorenvermelde straten op sommige tydstippen nagenoeg geheel door hen in beslag worden genomen.
Teneinde aan dezen myns inziens ongewenschten toestand een einde te maken stel ik U voor, om in de Camperstraat van het Boerhaaveplein tot den Iepenweg, in de 1e Oosterparkstraat van de Vrolikstraat tot het Oosterpark, op den Iepenweg en op het Iepenplein een ventverbod te vestigen. Teneinde voor de venters een goede verkoopsgelegenheid in deze buurt te behouden worde tegelykertyd het Iepenplein door Burgemeester en Wethouders aangewezen tot tydelyke hulpmarkt van de algemeene dagmarkt (ingevolge artikel 7 lid 2 der Verordening op den dienst van het Marktwezen).
De opbrengst van een dergelyke hulpmarkt kan myns inziens worden geschat op ruim ƒ 1000,- per jaar. Ik neem...
(tekst breekt onderaan de pagina af) * Probleemstelling: De brief beschrijft een handhavingsprobleem in Amsterdam-Oost. De politie en de marktdiensten kunnen de grote stroom 'clandestiene' (niet-vergunde) venters niet aan. De venters veroorzaken verkeersopstoppingen door stil te staan of simpelweg in te grote getale aanwezig te zijn in smalle straten.
* Voorgestelde oplossing: Een tweeledige aanpak. Enerzijds een formeel verbod op venten in de drukste straten, anderzijds het kanaliseren van deze handel door van het Iepenplein een officiële 'hulpmarkt' te maken.
* Juridische en financiële aspecten: Er wordt expliciet verwezen naar de Verordening op den dienst van het Marktwezen. De overgang van clandestiene handel naar een officiële markt heeft ook een fiscaal voordeel: de gemeente verwacht ƒ 1000,- per jaar aan marktgelden te kunnen innen.
* Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen gebruikelijke ambtelijke stijl, inclusief de spelling met 'y' in plaats van 'ij' (bijv. "tydelyke", "dagelyks"), wat ook na de spellinghervorming van 1934 in ambtelijke stukken nog vaak voorkwam. Dit document stamt uit de late jaren '30, de staart van de Grote Depressie. In deze periode was er veel armoede en werkloosheid, waardoor veel mensen probeerden te overleven door handel op straat te drijven (venten). De Oosterparkbuurt was een volksbuurt waar deze kleinschalige handel bloeide.
De overheid probeerde enerzijds de openbare orde en hygiëne te bewaken door deze handel te reguleren, en anderzijds inkomsten te genereren uit marktgelden. Het Iepenplein functioneerde inderdaad lange tijd als een belangrijke buurtmarkt. De brief geeft een uniek inkijkje in hoe stedelijke planning en marktregulering in de praktijk ontstonden als reactie op spontane, informele economische activiteiten in de stad.