Officieel afschrift van een brief.
Origineel
Officieel afschrift van een brief. 17 november 1937. No.20/43/2 M.1937 24/11.
No.791 L.M.1937 19/11. AFSCHRIFT.-
H O O F D B U R E A U V A N P O L I T I E T E A M S T E R D A M .
Dict.Ga/Mi.
No.18603/S.1937. AMSTERDAM, 17 November 1937.
Dossier U.l.b.
Groep B.
2 Bylagen.
Onder terugzending van de my, by Uw kantbeschikking dd. 14 October
1937, No.53/41 A.Z.1937, in handen gestelde stukken, waarby een af-
schrift van een schryven van den Directeur van de Publieke Werken,
betreffende het innemen van standplaatsen met geslacht pluimvee, op
het Iepenplein, heb ik de eer UEdelAchtbare het volgende te berichten:
Tegen het innemen van standplaatsen zonder vergunning wordt dezerzyds
zoo veel doenlyk opgetreden.
Overigens moge ik er nog op wyzen, dat zich in deze omgeving, vooral
des Donderdags en des Vrydags, zeer veel kooplieden plegen op te
houden, in verband waarmede het wellicht aanbeveling verdient, het
Iepenplein, voor zoover noodig, als markt aan te wyzen, met hieraan
vastgekoppeld een ventverbod voor enkele straatgedeelten uit de
naaste omgeving.
Naar ik meen te weten, heeft deze aangelegenheid ook de aandacht
van den Dienst van het Marktwezen, in verband waarmede terzake als-
nog het advies van den Directeur van dezen Dienst ware in te winnen.
Coll: DE HOOFDCOMMISSARIS VAN POLITIE,
namens dezen
De Commissaris van Politie,
Toegevoegd voor de Administratiem
w.g. H.Holsbergen.
Aan den Heer Burgemeester
van
AMSTERDAM. * Taalgebruik: Het document is opgesteld in de toen geldende ambtelijke spelling (bijv. "my", "by", "schryven", "doenlyk"). De toon is formeel en eerbiedig ("UEdelAchtbare").
* Inhoud: De politie rapporteert over de problematiek van illegale straathandel (venten) op het Iepenplein, specifiek wat betreft geslacht gevogelte. Hoewel de politie stelt te handhaven, erkennen zij de grote aanwezigheid van kooplui op donderdag en vrijdag.
* Voorgestelde oplossing: De politiecommissaris suggereert om van het Iepenplein een officiële marktlocatie te maken. Dit zou gepaard moeten gaan met een ventverbod in de omliggende straten om de handel te reguleren en te concentreren op één plek. Er wordt geadviseerd de Dienst van het Marktwezen hierbij te betrekken. Dit document stamt uit het Amsterdam van vlak voor de Tweede Wereldoorlog (1937). Het Iepenplein bevindt zich in de Oosterparkbuurt, een dichtbevolkte wijk waar straathandel een essentieel onderdeel was van de lokale economie. In deze periode probeerde het stadsbestuur de wildgroei aan straathandel aan banden te leggen door vaste markttijden en -locaties aan te wijzen. De genoemde "Dienst van het Marktwezen" en "Publieke Werken" zijn typische gemeentelijke instanties die belast waren met de inrichting en regulering van de openbare ruimte. Het document illustreert de spanning tussen de informele economie op straat en de wens van de overheid voor orde en regulering (vergunningsstelsels).