Ambtelijke notitie / Bijblad bij een dossier.
Origineel
Ambtelijke notitie / Bijblad bij een dossier. September 1939 (stempel: 21 september 1939; handgeschreven datum: 26 september 1939). [Stempel linksboven:]
BIJ BLAD VAN:
M. No. 18/45/1 193 9
DOORGEZONDEN: 21/9-39
[Midden links, handgeschreven:]
Voorst. van bloemen
[Hoofdtekst rechts, handgeschreven:]
Compensatie. opnieuw in Vent-Commissie
(gecombineerde Verg.)
Op 19 Sept. '39 met Weth. mondeling
besproken, om een voor de venters zoo gunstige en
gemakkelijk mogelijke oplossing te zoeken.
D.w.z. met een zoo klein mogelijk ventverbod,
waarbij de verkoop van bloemen tijdens
bezoekuren ziekenhuis mogelijk blijft.
En met een markt op het Rapenplein,
waartegen de venters zelf geen overwegende
bezwaren bleken te hebben (zie lijst H. de Haer).
Ook de Marktcie had geen bezwaar.
v. Limburg Stirumstr.
Eerst rapport met voorstel Hr. de Haer;
dit dan in Vent Cie (vaste standplaatsen).
26/9 39. [Paraaf]
[Linksonder, gedrukte voettekst:]
Alg. Zaken Model No. 14
10.000-10-1937-1016 Dit document is een verslag van een ambtelijk overleg over de regulering van bloemenverkopers (venters). Er wordt gezocht naar een compromis tussen een algemeen ventverbod en de economische belangen van de handelaren. Belangrijke punten in de besluitvorming zijn:
1. Bezoekuren ziekenhuis: De verkoop moet specifiek tijdens deze uren mogelijk blijven, wat duidt op een standplaats in de nabijheid van een zorginstelling.
2. Locatiebeleid: Er wordt voorgesteld om een markt te vestigen op het Rapenplein. De betrokken venters zijn hier blijkbaar mee akkoord gegaan (verwijzing naar lijst H. de Haer).
3. Vaste standplaatsen: Er wordt overgestapt van ambulante handel naar een systeem van "vaste standplaatsen", wat meer controle biedt aan de gemeente.
4. Betrokken instanties: Er is sprake van een "gecombineerde vergadering" van de Vent-Commissie en de Marktcommissie (Marktcie), in overleg met de verantwoordelijke wethouder (Weth.). Het document dateert van de laatste weken van september 1939. Hoewel Nederland op dat moment gemobiliseerd was vanwege het uitbreken van de Tweede Wereldoorlog, bleef de lokale administratieve machine draaien. In Amsterdam was de ordening van straathandel in deze periode een actueel thema; men wilde de wildgroei aan venters indammen om verkeershinder te beperken en de hygiëne te waarborgen, zonder de kleine ondernemers hun inkomen volledig te ontnemen. De genoemde straten (Rapenplein en Van Limburg Stirumstraat) bevinden zich in de Amsterdamse wijken Centrum en West, wat de herkomst van het document in het Amsterdamse stadsarchief zeer waarschijnlijk maakt.