Ambtelijke brief/adviesrapport.
Origineel
Ambtelijke brief/adviesrapport. 1 december 1939. Waarschijnlijk de secretaris of voorzitter van de Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen (Amsterdam). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Raadhuis, Alhier (Amsterdam). (Handgeschreven, rechtsboven:) lex. M. de Boer.
VP/DV.
18/45/3 M.
(Handgeschreven, midden:) Verzonden 1/12-'39.
1 December 1939.
Vestiging ventverbod in Camperstraat en omgeving.
den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen,
Raadhuis,
A l h i e r.
Onder terugzending van de met Uw apostille no. 413 LM 1938 d.d. 20 September jl. en van de met Uw kantbrief d.d. 23 November jl. om advies ontvangen stukken no. 413 L.M. 1938, heb ik de eer U te berichten, dat ik – overeenkomstig Uw opdracht – de vraag, welke maatregelen tegen overlast van venters in de Camperstraat en omgeving kunnen worden genomen, andermaal aan de orde heb gesteld in op 30 October en 27 November jl. gehouden vergaderingen van de Permanente Commissie van Advies inzake ventvergunningen. De Commissie heeft zich eenstemmig vereenigd met het voorstel om een ventverbod uit te vaardigen in de Camperstraat, op den Iepenweg, in de aangrenzende straten aan weerszijden over een afstand van 25 meter, behalve in de 1e Oosterparkstraat, waar het ventverbod over een afstand van 50 meter aan weerszijden van de Camperstraat gelde. De grootst mogelijke meerderheid der Commissie acht het noodzakelijk, dat de venters, die thans regelmatig in deze buurt plegen te handelen, voor een vaste standplaats in aanmerking komen; alleen het lid Van ’t Hek verklaarde zich daartegen. De vertegenwoordiger der Politie, de heer Gaaikema, heeft zich met de eventueele uitgifte van vaste standplaatsen vereenigd, onder uitdrukkelijk voorbehoud, dat in de Camperstraat zelf zoo min mogelijk kooplieden worden geplaatst, opdat deze straat voor het verkeer beschikbaar * Kernboodschap: De adviescommissie adviseert de wethouder om een ventverbod in te stellen in de Camperstraat en omliggende straten in Amsterdam-Oost om overlast te beperken.
* Juridische/Procedurele context: Het advies volgt op een eerdere opdracht (apostille) van de wethouder uit 1938. Er is sprake van een zorgvuldige afweging tussen het verbieden van ambulante handel (venten) en het bieden van een alternatief in de vorm van vaste standplaatsen.
* Belanghebbenden:
* De Commissie: Stemt unaniem voor het verbod.
* Lid Van 't Hek: De enige dissident wat betreft de toewijzing van vaste standplaatsen.
* De Politie (Heer Gaaikema): Stemt in met standplaatsen, mits de verkeersdoorstroming in de Camperstraat gewaarborgd blijft.
* Ruimtelijke afbakening: Het verbod is zeer specifiek gedefinieerd met straatnamen en afstanden (25 en 50 meter vanaf kruispunten), wat duidt op een poging om de drukte op specifieke knooppunten te reguleren. Dit document stamt uit december 1939, een periode waarin Nederland nog neutraal was in de vroege fase van de Tweede Wereldoorlog. In Amsterdam was de regulering van straathandel een terugkerend punt van frictie tussen de overheid (die streefde naar orde, hygiëne en verkeersdoorstroming) en kleine zelfstandige handelaren.
De Camperstraat ligt in de Oosterparkbuurt, een dichtbevolkte wijk waar straathandel essentieel was voor de voedselvoorziening, maar ook voor opstoppingen zorgde. Het feit dat dit dossier wordt behandeld door de "Wethouder voor de Levensmiddelen" onderstreept dat straathandel destijds primair werd gezien als een distributiekanaal voor voedsel. De overgang van "venten" (rondtrekken met een kar) naar "vaste standplaatsen" was een belangrijke stap in de modernisering en disciplinering van de stedelijke ruimte in de 20e eeuw.