Handgeschreven memo of instructie.
Origineel
Handgeschreven memo of instructie. 4 januari 1940 (4-1-'40). Insp.
Wilt U s.v.p. een lijst
opstellen van de geregelde
venters van Camperstraat en
Iepenweg. (Vermelden: naam,
voornamen, no. ..., woonplaats,
artikel, enz. ; alsmede plaats
waar ze zich regelmatig ophouden
(nauwkeurig omschrijven). Met de
venters verder nog niet laten
spreken.
Ik zie deze lijst gaarne
spoedig tegemoet.
4-1-'40
[Handtekening/Initialen]
№ 18/2/M.1940 De tekst is een instructie van een superieur (gericht aan een 'Inspecteur') om een gedetailleerd overzicht te maken van straatverkopers (venters) in twee specifieke straten in Amsterdam-Oost: de Camperstraat en de Iepenweg. Voor elke venter moeten de volgende gegevens worden verzameld:
* Achternaam en voornamen.
* Huisnummer of een ander identificatienummer.
* Woonplaats.
* Het product dat zij verkopen ("artikel").
* De exacte locatie waar zij hun handel drijven.
Opvallend is de expliciete instructie: "Met de venters verder nog niet laten spreken." Dit wijst op een discreet onderzoek of een inventarisatie waarbij men de venters nog niet direct op de hoogte wilde stellen van de belangstelling van de autoriteiten. Het document dateert van 4 januari 1940, enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode hield de Amsterdamse politie en de gemeente nauwlettend toezicht op straathandel. De Camperstraat en de Iepenweg liggen in de Oosterparkbuurt, een wijk met destijds veel joodse inwoners en marktactiviteiten.
Dergelijke lijsten werden vaak opgesteld voor administratieve doeleinden (vergunningen), maar in de context van de naderende oorlog en de toenemende regulering, kregen dit soort registraties later vaak een meer beladen betekenis. Het stempelnummer "M. 1940" suggereert dat dit document deel uitmaakte van een georganiseerd archief of een specifieke reeks administratieve dossiers voor dat jaar.
Samenvatting
De tekst is een instructie van een superieur (gericht aan een 'Inspecteur') om een gedetailleerd overzicht te maken van straatverkopers (venters) in twee specifieke straten in Amsterdam-Oost: de Camperstraat en de Iepenweg. Voor elke venter moeten de volgende gegevens worden verzameld:
* Achternaam en voornamen.
* Huisnummer of een ander identificatienummer.
* Woonplaats.
* Het product dat zij verkopen ("artikel").
* De exacte locatie waar zij hun handel drijven.
Opvallend is de expliciete instructie: "Met de venters verder nog niet laten spreken." Dit wijst op een discreet onderzoek of een inventarisatie waarbij men de venters nog niet direct op de hoogte wilde stellen van de belangstelling van de autoriteiten.
Historische Context
Het document dateert van 4 januari 1940, enkele maanden voor de Duitse inval in Nederland. In deze periode hield de Amsterdamse politie en de gemeente nauwlettend toezicht op straathandel. De Camperstraat en de Iepenweg liggen in de Oosterparkbuurt, een wijk met destijds veel joodse inwoners en marktactiviteiten.
Dergelijke lijsten werden vaak opgesteld voor administratieve doeleinden (vergunningen), maar in de context van de naderende oorlog en de toenemende regulering, kregen dit soort registraties later vaak een meer beladen betekenis. Het stempelnummer "M. 1940" suggereert dat dit document deel uitmaakte van een georganiseerd archief of een specifieke reeks administratieve dossiers voor dat jaar.