Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 551
Dossier 39
Jaar 1941
Stadsarchief

Getypte brief / ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk een doorslag of kopie van de laatste pagina).

Na 27 november 1939 (de tekst refereert aan deze datum). Van: De Hoofdcommissaris van Politie (Amsterdam), w.g. H. Holsbergen.

Origineel

Getypte brief / ambtelijke correspondentie (waarschijnlijk een doorslag of kopie van de laatste pagina). Na 27 november 1939 (de tekst refereert aan deze datum). De Hoofdcommissaris van Politie (Amsterdam), w.g. H. Holsbergen. Maart 1938, en op 30 October en 27 November 1939.
Hierbij is dezerzijds ten opzichte van de venters, die door een ventverbod min of meer zouden worden getroffen, een zoover mogelijk tegemoetkomend standpunt ingenomen, zij het ook, dat een oplossing, waarbij het Iepenplein als verkoopgelegenheid voor deze venters zou worden aangewezen, uit politieoogpunt bezien, de voorkeur bleef hebben.
Ook thans ben ik, met genoemden Commissaris van Politie, van meening, dat verplaatsing van bedoelde venters naar genoemd plein, aanbeveling verdient boven een regeling, waarbij zij ook op den Iepenweg, c.q. nog op andere punten in de naaste omgeving worden toegelaten.
Het daartoe strekkende voorstel van meergenoemden Commissaris van Politie moge ik hierbij dan ook in gunstige overweging aanbevelen.
Een spoedige oplossing van de onderhavige, reeds geruimen tijd hangende, aangelegenheid moge wel worden verzocht.

Tenslotte zij hieraan nog toegevoegd, dat tot uitvaardiging van een ventverbod ook voor het langs het Onze Lieve Vrouwe-Gasthuis (tot het Oosterpark) loopende gedeelte van de Eerste Oosterparkstraat (vide de derde alinea van mijn bovenaangehaald schrijven van 15 Februari 1938) - hetgeen destijds eveneens door den Commissaris van Politie in de 7e Sectie werd voorgesteld - zou kunnen worden overgegaan, zoodra mocht blijken, dat zich in dit straatgedeelte venters gaan ophouden, die, tengevolge van een ventverbod voor de Camperstraat, den Iepenweg en het Iepenplein, met gedeelten der hierop uitkomende zijstraten, niet meer op deze wegen zullen kunnen venten.

De Hoofdcommissaris van Politie,
enz.

w.g. H.Holsbergen. Dit document betreft de ruimtelijke ordening en handhaving van de openbare orde in Amsterdam-Oost aan het einde van de jaren '30. De kern van het schrijven is het streven van de politie om straathandel (venten) te concentreren op één specifieke plek: het Iepenplein.

De hoofdcommissaris pleit voor een strikt beleid waarbij venters worden geweerd uit de omliggende straten (Iepenweg, Camperstraat) om verkeersdoorstroming of overlast te beperken. Opvallend is de preventieve houding ten aanzien van de Eerste Oosterparkstraat bij het Onze Lieve Vrouwe-Gasthuis (OLVG). Men vreest een waterbedeffect: als de handel op het Iepenplein en de Camperstraat verboden wordt, zullen de venters uitwijken naar de straat voor het ziekenhuis. De commissaris adviseert om daar direct een verbod paraat te hebben om de rust bij het ziekenhuis te waarborgen.

De toon is formeel-bureaucratisch en getuigt van een langdurig overlegproces ("reeds geruimen tijd hangende"). In de jaren '30 was straathandel voor veel Amsterdammers een cruciale bron van inkomsten, zeker tijdens de economische crisis. De gemeente en de politie probeerden deze informele economie echter steeds meer te reguleren en te kanaliseren naar officiële markten en aangewezen pleinen om de groeiende verkeersdrukte in de stad te beheersen.

De ondertekenaar, H. Holsbergen (Hendrik Johan Holsbergen), was hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie van 1934 tot 1941. Hij stond bekend als een korpschef die hield van orde en strakke regels. De genoemde "7e Sectie" was het politiebureau aan de Linnaeusstraat, dat verantwoordelijk was voor dit deel van Amsterdam-Oost. Het document illustreert hoe stedelijke functies (wonen, zorg in het OLVG, en handel) in deze dichtbevolkte buurt met elkaar botsten en door de overheid werden gemanaged.

Samenvatting

Dit document betreft de ruimtelijke ordening en handhaving van de openbare orde in Amsterdam-Oost aan het einde van de jaren '30. De kern van het schrijven is het streven van de politie om straathandel (venten) te concentreren op één specifieke plek: het Iepenplein.

De hoofdcommissaris pleit voor een strikt beleid waarbij venters worden geweerd uit de omliggende straten (Iepenweg, Camperstraat) om verkeersdoorstroming of overlast te beperken. Opvallend is de preventieve houding ten aanzien van de Eerste Oosterparkstraat bij het Onze Lieve Vrouwe-Gasthuis (OLVG). Men vreest een waterbedeffect: als de handel op het Iepenplein en de Camperstraat verboden wordt, zullen de venters uitwijken naar de straat voor het ziekenhuis. De commissaris adviseert om daar direct een verbod paraat te hebben om de rust bij het ziekenhuis te waarborgen.

De toon is formeel-bureaucratisch en getuigt van een langdurig overlegproces ("reeds geruimen tijd hangende").

Historische Context

In de jaren '30 was straathandel voor veel Amsterdammers een cruciale bron van inkomsten, zeker tijdens de economische crisis. De gemeente en de politie probeerden deze informele economie echter steeds meer te reguleren en te kanaliseren naar officiële markten en aangewezen pleinen om de groeiende verkeersdrukte in de stad te beheersen.

De ondertekenaar, H. Holsbergen (Hendrik Johan Holsbergen), was hoofdcommissaris van de Amsterdamse politie van 1934 tot 1941. Hij stond bekend als een korpschef die hield van orde en strakke regels. De genoemde "7e Sectie" was het politiebureau aan de Linnaeusstraat, dat verantwoordelijk was voor dit deel van Amsterdam-Oost. Het document illustreert hoe stedelijke functies (wonen, zorg in het OLVG, en handel) in deze dichtbevolkte buurt met elkaar botsten en door de overheid werden gemanaged.

Kooplieden in dit dossier 78

A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Hagenaar Zwanenburgwal ziet geen kans momenteel zijn brood op de markt te verdienen
Aäron van Praag Uilenburg blijft voorloopig in steun
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
C. Heilbron meerdere Kan voorloopig plaats niet innemen. Geen handel.
C. Heilbron meerdere Kan voorloopplaats niet innemen. Geen handel. *34 Amb*
C.H. Roelofs Uilenburg idem
C. van Kampen Uilenburg idem
v. Kampen Uilenburg idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem *11/6 - Amb 95*
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Korthoef Uilenburg idem
G.A. Mol Uilenburg idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem *P.D. 35*
G.H. Tap Uilenburg idem
G.H. Tap Uilenburg idem
G.S. Tonglet Waterlooplein idem
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun.
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun. *35 Amb*
H. Schouten Waterlooplein idem
H. Schouten Waterlooplein idem
B.H. Bluhm Uilenburg idem
I.B.H. Bluhm *onb* Uilenburg idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
J.C. Serrarens Uilenburg idem
J.C. Serrarens Uilenburg idem
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1