Archiefdocument
Origineel
12 november 1940 De Directeur (waarschijnlijk van de Dienst der Markten of een gerelateerde gemeentelijke afdeling). Den Heer Wethouder voor de Levensmiddelen, Alhier (Amsterdam). [Linksboven:]
VP/HG.
[Midden boven, handgeschreven:]
Verzonden 12/11
[Rechtsboven, handgeschreven:]
m. de Haan
[Links:]
18/2/4 M.
[Rechts:]
12 November 1940.
[Onderwerp, links:]
Ventverbod Camperstraat
en omgeving.
[Geadresseerde, rechts:]
den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .
Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 5 dezer om spoedig advies ontvangen stuk no.1007 L.M.1940 heb ik de eer U te berichten, dat ik mij met het in dit stuk vervatte advies van den Hoofdcommissaris van Politie vereenig. Invoering van een ventverbod voor de Camperstraat en naaste omgeving is mijns inziens dringend noodig. De klachten van den Directeur van het Onze Lieve Vrouwe-Gasthuis zijn alleszins gegrond: vooral in de zomermaanden, als de ijsventers op straat zijn, is het geschreeuw voor het Gasthuis zeer hinderlijk. Bovendien is er belangrijke overlast voor het verkeer en voor de winkeliers in deze buurt, door de clandestiene standplaatshouders.
Aangezien momenteel evenwel slechts weinig venters op straat zijn, ontraad ik vooralsnog de invoering van een markt op het Iepenplein. Daarvoor zou een ambtenaar moeten worden beschikbaar gesteld, hetgeen mijns inziens noodelooze kosten voor den dienst zou veroorzaken. Eenvoudiger is dat de venters, die dit wenschen, voor een standplaatsvergunning op het Iepenplein in aanmerking komen; zou op den duur het aantal venters aldaar toenemen, dan kan altijd nog invoering van een markt worden overwogen.
Ik heb mitsdien de eer U te adviseeren wel te willen bevorderen, dat het door den Hoofdcommissaris voorgestelde ventverbod wordt uitgevaardigd en dat den kooplieden die dit wenschen, een standplaats wordt verleend op het Iepenplein.
De Directeur, * Kernboodschap: De directeur adviseert de wethouder om een officieel verbod op straathandel (ventverbod) in te stellen voor de Camperstraat en directe omgeving, conform een eerder advies van de politie.
* Argumentatie:
1. Geluidsoverlast: Het Onze Lieve Vrouwe-Gasthuis (OLVG) ondervindt grote hinder van het geschreeuw van kooplieden, met name ijscomannen in de zomer.
2. Verkeer & Economie: De handel zorgt voor opstoppingen en vormt oneerlijke concurrentie voor de vaste winkeliers in de buurt.
3. Efficiency: Er wordt geadviseerd tegen het oprichten van een formele markt op het nabijgelegen Iepenplein vanwege de kosten van toezicht (ambtenaar). In plaats daarvan wordt voorgesteld om individuele standplaatsvergunningen te verlenen als compromis.
* Taalgebruik: Formeel ambtelijk taalgebruik met de destijds gebruikelijke spelling (bijv. "vereenig", "noodelooze", "mitsdien"). Dit document is geschreven in november 1940, tijdens de eerste maanden van de Duitse bezetting van Nederland. Hoewel de brief een reguliere gemeentelijke kwestie over openbare orde en marktzaken behandelt, weerspiegelt de term "clandestiene standplaatshouders" mogelijk de toenemende economische druk en schaarste in de stad, waardoor meer mensen hun toevlucht zochten tot illegale straathandel. De locatie, de Oosterparkbuurt in Amsterdam-Oost, was destijds een levendige volksbuurt waar de frictie tussen de noodzaak van rust voor het ziekenhuis en de economische activiteit op straat een voortdurend punt van zorg was voor het stadsbestuur. Politie