Archief 745
Inventaris 745-346
Pagina 554
Dossier 68
Jaar 1941
Stadsarchief

Ambtelijk advies (briefkopie/doorslag).

12 november 1940. Van: De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een verwante gemeentelijke dienst). Aan: De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam.

Origineel

Ambtelijk advies (briefkopie/doorslag). 12 november 1940. De Directeur (vermoedelijk van de Dienst der Marktwezen of een verwante gemeentelijke dienst). De Wethouder voor de Levensmiddelen te Amsterdam. Extra [handgeschreven in potlood]

VP/HG.

18/2/4 M.

12 November 1940.

Ventverbod Camperstraat
en omgeving.

den Heer Wethouder
voor de Levensmiddelen,
A l h i e r .

Onder terugzending van het met Uw kantbrief d.d. 5
dezer om spoedig advies ontvangen stuk no. 1007 L.M.1940 heb
ik de eer U te berichten, dat ik mij met het in dit stuk ver-
vatte advies van den Hoofdcommissaris van Politie vereenig.
Invoering van een ventverbod voor de Camperstraat en naaste
omgeving is mijns inziens dringend noodig. De klachten van
den Directeur van het Onze Lieve Vrouwe-Gasthuis zijn alles-
zins gegrond: vooral in de zomermaanden, als de ijsventers
op straat zijn, is het geschreeuw voor het Gasthuis zeer
hinderlijk. Bovendien is er belangrijke overlast voor het
verkeer en voor de winkeliers in deze buurt, door de clande-
stiene standplaatshouders.

Aangezien momenteel evenwel slechts weinig venters
op straat zijn, ontraad ik vooralsnog de invoering van een
markt op het Iepenplein. Daarvoor zou een ambtenaar moeten
worden beschikbaar gesteld, hetgeen mijns inziens noodelooze
kosten voor den dienst zou veroorzaken. Eenvoudiger is dat de
venters, die dit wenschen, voor een standplaatsvergunning op
het Iepenplein in aanmerking komen; zou op den duur het aan-
tal venters aldaar toenemen, dan kan altijd nog invoering van
een markt worden overwogen.

Ik heb mitsdien de eer U te adviseeren wel te willen
bevorderen, dat het door den Hoofdcommissaris voorgestelde
ventverbod wordt uitgevaardigd en dat den kooplieden die dit
wenschen, een standplaats wordt verleend op het Iepenplein.

De Directeur,

--- In dit document adviseert de betreffende directeur (waarschijnlijk van het Marktwezen) de Wethouder voor de Levensmiddelen positief over een voorgesteld ventverbod in de Amsterdamse Camperstraat en directe omgeving.

De kernpunten van het advies zijn:
* Noodzaak van het verbod: Er is sprake van geluidsoverlast voor het Onze Lieve Vrouwe-Gasthuis (OLVG), met name door schreeuwende ijsventers in de zomer. Daarnaast veroorzaken illegale standplaatsen verkeershinder en oneerlijke concurrentie voor de lokale winkeliers.
* Geen nieuwe markt: Het instellen van een formele markt op het nabijgelegen Iepenplein wordt afgeraden vanwege de kosten voor toezicht door een ambtenaar, terwijl er op dat moment weinig venters actief zijn.
* Alternatieve oplossing: In plaats van een markt wordt voorgesteld om individuele standplaatsvergunningen te verlenen op het Iepenplein voor diegenen die hun nering daar willen voortzetten.
* Conclusie: De directeur adviseert het ventverbod in de Camperstraat door te voeren en venters te faciliteren op het Iepenplein via vergunningen.

--- Dit document dateert van 12 november 1940, exact zes maanden na de Duitse inval in Nederland. Hoewel de bezetting al een feit was, draaide de gemeentelijke administratie van Amsterdam aanvankelijk nog grotendeels op de bestaande manier door, waarbij alledaagse zaken zoals marktbeheer en openbare orde werden afgehandeld.

De locatie betreft de Oosterparkbuurt in Amsterdam. De Camperstraat is een belangrijke straat die langs het Onze Lieve Vrouwe-Gasthuis (OLVG) loopt. De spanning tussen ambulante handel (venters) en de rust die nodig is voor een ziekenhuis is een klassiek stedelijk conflict. In deze periode van schaarste en beginnende distributie (onder de Wethouder voor de Levensmiddelen) was de regulering van straathandel ook van economisch belang om de zwarte markt en clandestiene handel onder controle te houden. De verwijzing naar "clandestiene standplaatshouders" duidt op handelaren die zonder de benodigde papieren of op niet-toegestane plekken hun waren verkochten.

Samenvatting

In dit document adviseert de betreffende directeur (waarschijnlijk van het Marktwezen) de Wethouder voor de Levensmiddelen positief over een voorgesteld ventverbod in de Amsterdamse Camperstraat en directe omgeving.

De kernpunten van het advies zijn:
* Noodzaak van het verbod: Er is sprake van geluidsoverlast voor het Onze Lieve Vrouwe-Gasthuis (OLVG), met name door schreeuwende ijsventers in de zomer. Daarnaast veroorzaken illegale standplaatsen verkeershinder en oneerlijke concurrentie voor de lokale winkeliers.
* Geen nieuwe markt: Het instellen van een formele markt op het nabijgelegen Iepenplein wordt afgeraden vanwege de kosten voor toezicht door een ambtenaar, terwijl er op dat moment weinig venters actief zijn.
* Alternatieve oplossing: In plaats van een markt wordt voorgesteld om individuele standplaatsvergunningen te verlenen op het Iepenplein voor diegenen die hun nering daar willen voortzetten.
* Conclusie: De directeur adviseert het ventverbod in de Camperstraat door te voeren en venters te faciliteren op het Iepenplein via vergunningen.


Historische Context

Dit document dateert van 12 november 1940, exact zes maanden na de Duitse inval in Nederland. Hoewel de bezetting al een feit was, draaide de gemeentelijke administratie van Amsterdam aanvankelijk nog grotendeels op de bestaande manier door, waarbij alledaagse zaken zoals marktbeheer en openbare orde werden afgehandeld.

De locatie betreft de Oosterparkbuurt in Amsterdam. De Camperstraat is een belangrijke straat die langs het Onze Lieve Vrouwe-Gasthuis (OLVG) loopt. De spanning tussen ambulante handel (venters) en de rust die nodig is voor een ziekenhuis is een klassiek stedelijk conflict. In deze periode van schaarste en beginnende distributie (onder de Wethouder voor de Levensmiddelen) was de regulering van straathandel ook van economisch belang om de zwarte markt en clandestiene handel onder controle te houden. De verwijzing naar "clandestiene standplaatshouders" duidt op handelaren die zonder de benodigde papieren of op niet-toegestane plekken hun waren verkochten.

Kooplieden in dit dossier 78

A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Bouwmeester Uilenburg idem
A. Hagenaar Zwanenburgwal ziet geen kans momenteel zijn brood op de markt te verdienen
Aäron van Praag Uilenburg blijft voorloopig in steun
Bijdrage voor het luchtbeschermingsongevallenfonds
C. Heilbron meerdere Kan voorloopig plaats niet innemen. Geen handel.
C. Heilbron meerdere Kan voorloopplaats niet innemen. Geen handel. *34 Amb*
C.H. Roelofs Uilenburg idem
C. van Kampen Uilenburg idem
v. Kampen Uilenburg idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem
D.A. Overmars Waterlooplein idem *11/6 - Amb 95*
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Gokkes Uilenburg idem
E. Korthoef Uilenburg idem
G.A. Mol Uilenburg idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem
G.C. Borgman Nieuwmarkt idem *P.D. 35*
G.H. Tap Uilenburg idem
G.H. Tap Uilenburg idem
G.S. Tonglet Waterlooplein idem
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun.
H.H. Passchier meerdere Blijft in steun. *35 Amb*
H. Schouten Waterlooplein idem
H. Schouten Waterlooplein idem
B.H. Bluhm Uilenburg idem
I.B.H. Bluhm *onb* Uilenburg idem *25/1-68. Wanth. b. 78 I*
J.C. Serrarens Uilenburg idem
J.C. Serrarens Uilenburg idem
Alle 78 kooplieden →

Gerelateerde Documenten 1